Theater Carre: verbouwing nodig om bij de tijd te blijven

AMSTERDAM, 24 nov. Theater Carre in Amsterdam staat voor een ingrijpende verbouwing, waardoor er veertien maanden lang uitsluitend in de piste kan worden gespeeld. Het complete achterhuis van het gebouw aan de Amstel moet worden gesloopt om plaats te maken voor een aanzienlijk vergroot toneel.

Hoewel de raadscommissie cultuur er deze week niet in slaagde een besluit te nemen over het ambitieuze project, heeft zegt Carre goede hoop te hebben de benodigde toestemming begin december alsnog te krijgen. De sloop kan dan in mei 1992 beginnen. De operatie zal 15 miljoen gulden kosten.

De toneelvloer is nu tien meter breed en tien meter diep, kleiner dan menig theater in de provincie en ook kleiner dan de Amsterdamse Stadsschouwburg. Het gevolg is dat Carre steeds vaker voorstellingen misloopt, die meer ruimte nodig hebben. 'We hadden deze zomer bijvoorbeeld een paar voorstellingen in het Holland Festival kunnen hebben', zegt adjunct-directeur Hubert Atjak. 'Ze kwamen hier uit Duitsland op werkbezoek en zeiden meteen: o nee, dat kan niet.'

Ook de shows die Carre uit het buitenland haalt, stellen steeds hogere ruimte-eisen: 'Vroeger waren decors opgebouwd uit doeken en hout, die kon je inklappen. Nu werken ze vaak met staalconstructies. Wij worden wekelijks met ons te kleine toneel geconfronteerd. Een musical als Phantom of the Opera zou hier niet kunnen staan. Zo gaan er voortdurend produkties onze neus voorbij.'

De toneelvloer heeft nog dezelfde afmetingen als in 1887, toen Oscar Carre zijn circustheater opende. De oprichter vond de piste veel belangrijker dan het podium. De ruim honderd jaar oude omlijsting van het toneel wordt na de verbouwing hersteld; de pilaren en de boogrand blijven het beeld bepalen. Zelfs de loges aan weerszijden, die al decennia lang niets dan een facadeawaren, keren terug zij zullen de nieuwe geluidsboxen aan het oog onttrekken. 'Het publiek moet er straks zo weinig mogelijk van kunnen merken', aldus Atjak. 'Het karakter van de zaal mag niet worden aangetast.' Door de vergroting van de toneelvloer is voor het huidige achterhuis geen plaats meer; de kleedkamers en werkruimten, die zich daar bevinden, worden elders ondergebracht. Het plan voorziet in een duplicaat van de befaamde kleedkamer 3, onderdak voor Walden en Muyselaar, Toon Hermans, Freek de Jonge, Herman van Veen en alle internationale vedetten uit de Carre-geschiedenis. De stallen krijgen een plaats onder het toneel, waar een metersdiepe kelder wordt gebouwd.

Tijdens de verbouwing kan het toneel niet worden gebruikt, maar de Carre-directie hoopt minstens acht van de veertien maanden voorstellingen te kunnen ensceneren in de piste, op de plaats van de stalles-stoelen. 'Het zou funest zijn het theater bijna anderhalf jaar lang te sluiten', zegt directeur Bob van der Linden. Hij wijst erop dat de viering van het honderdjarig bestaan, in 1987, heeft geleid tot een structurele stijging van de bezoekcijfers: voordien gemiddeld 270.000 per jaar, nu gemiddeld 360.000. 'Dat moet je zien vast te houden. Als je de loop eruit haalt, verlies je die winst weer.'

Voor de kosten wordt geen beroep gedaan op de gemeente Amsterdam, die het theater in 1976 redde door het voor 5,7 miljoen gulden van projectontwikkelaar Zwolsman te kopen. Volgens het financieringsplan zou de operatie kunnen worden betaald uit leningen, sponsoring, een tv-loterij, langere afschrijvingsperiodes en hogere opbrengsten uit de kaartverkoop. Dat laatste is mogelijk omdat de huidige, onaantrekkelijke zijplaatsen na de verbouwing een veel beter uitzicht op het toneel zullen geven en dus duurder kunnen worden gemaakt. Wel is toestemming van de gemeente vereist; het huidige tijdschema is erop gebaseerd dat een beslissing niet al te lang meer uitblijft.

De verbouwing staat volgens Atjak los van de plannen van producent Joop van den Ende voor een musicaltheater in Amsterdam. Carre wil zich, in tegenstelling tot Van den Ende, blijven concentreren op korte series en losse avonden ondanks de vijf tot zeven maanden, die volgend jaar zijn gereserveerd voor Les miserables. 'Dat hebben we alleen maar kunnen doen omdat die reeks over twee seizoenen is uitgesmeerd, met de zomermaanden ertussen. Het verbouwingsplan heeft veel meer te maken met het huidige aanbod aan voorstellingen. Vroeger was negentig procent van ons programma Nederlands, nu nog maar de helft. Er wordt steeds minder groot Nederlands amusement geproduceerd, zodat wij steeds meer uit het buitenland moeten halen eventueel via co-produkties met het netwerk van Europese theaters waarvan we deel uitmaken. Maar zonder een adequate toneelruimte is dat niet mogelijk.'