Thatchers ministers ook voor herziening poll tax

LONDEN, 24 nov. De omstreden gemeenschapsbelasting of poll tax is het centrale thema geworden van de strijd om de opvolging van Margaret Thatcher als leider van de Conservatieve Partij en daarmee als premier van Groot Brittannie.

Na de eerste uitdager, Michael Heseltine, hebben nu ook de twee kandidaten uit Thatchers laatste kabinet, Douglas Hurd en John Major, beloofd dat de belasting herzien zal worden. De poll tax, een troetelkind van mevrouw Thatcher persoonlijk, werd tot nu toe geacht de belangrijkste oorzaak te zijn van het massaal weglopen van kiezers.

Conservatieve Lagerhuisleden peilen dit weekeinde de stemming in hun kiesdistrict na het onverwachte vertrek van Margaret Thatcher in de afgelopen week en de opening van de kandidaatstelling voor potentiele opvolgers, over wie komende dinsdag beslist moet worden. Conservatieve kiezers hebben de vertegenwoordigers van de partij de afgelopen dagen overladen met reacties, die merendeels verwijtend waren over de manier waarop premier Thatcher uiteindelijk tot ontslag is gedwongen.

In Westminster houdt de stemming het midden tussen opluchting 'alsof er een enorm gezwel is doorgeprikt' en voortdurende rancune over Thatchers vertrek. Uit een analyse over het stemgedrag van leden van Thatchers kabinet is af te leiden dat een aantal ministers met opzet het gerucht verspreid heeft dat ze in eerste ronde voor Thatcher hadden gestemd, maar in tweede ronde naar Heseltine zouden overlopen. In feite hadden die ministers onder wie Chris Patten van Milieu en Tom King van Defensie in eerste ronde al voor Heseltine gestemd. Het pro-Thatcherkamp, aangevoerd door de voormalige partijvoorzitter Norman Tebbit, houdt vol dat deze ministers Thatcher 'in de rug gestoken hebben' door een aantal van hun wankelmoedige collega's op die manier aan het twijfelen te zetten. Die twijfel zou de doorslag hebben gegeven tot het negatieve advies dat Thatcher uiteindelijk van de meeste van haar collega's in het kabinet heeft ontvangen.

De potentiele opvolgers uit het kabinet zelf kunnen elk inmiddels bogen op de steun van vijf kabinetscollega's. Daarbij is het opvallend dat leeftijdsgenoten van minister van financien John Major (47), zoals Chris Patten en Kenneth Clarke (Onderwijs), zich in meerderheid achter de oudste kandidaat, Douglas Hurd, hebben geschaard, vermoedelijk met het oog op hun eigen kansen op een premierschap in de verdere toekomst. Michael Heseltine, de man die vier jaar geleden wegliep uit het kabinet, heeft nog niet een minister met name aan zijn zegekar kunnen binden. Maar hij heeft de uitslag van een tiental opiniepeilingen mee, die allemaal uitwijzen dat hij de stemmentrekker is die voor de Conservatieven de algemene verkiezingen kan winnen.

Elk der drie kandidaten benadrukt het belang van hernieuwde eenheid in de partij. Zowel Major als Hurd zijn bereid als minister onder elkaars premierschap te dienen en met Heseltine tenminste te praten. Major, de man die zegt te willen voortbouwen op de erfenis van Thatcher, benadrukte gisteren dat de komende verkiezingen (uiterlijk de zomer van 1992), behalve bij de poll tax, staan of vallen bij de staat van de economie. De minister van financien blijft bij zijn belofte dat die een keer ten goede zal nemen in het nieuwe kalenderjaar. Van de huidige premier nam hij voorzichtig afstand, door het idee van een referendum over de gemeenschappelijke Europese munt te verwerpen ten faveure van een benadering 'met gezond verstand'.

Douglas Hurd benadrukte dat bij hem speciaal de te verwachten crisis in de Golf in goede handen is. De minister van buitenlandse zaken wilde zich duidelijk ontdoen van het etiket 'establishment-kandidaat' door erop te wijzen dat zijn vader eerst boer en daarna journalist was en dat hij alleen dank zij een beurs naar Eton is gegaan. Hurd belooft Thatcherisme, gepaard aan sociale verantwoordelijkheid en fatsoen. Michael Heseltine tenslotte sloeg de spijker op de kop door te zeggen: 'Ik geloof dat er inhoudelijk nauwelijks verschil van mening tussen ons zal blijken te zijn, wanneer we eenmaal met elkaar om tafel gaan zitten. We zijn een kerk met vele stromingen. We moeten de stemmen terugwinnen die de partij heeft verloren. De peilingen wijzen uit dat ik degene ben die daarvoor de beste kwaliteiten bezit.'