Thatcher en de 'oude vrouwen'

Als er in de Britse economie slecht weer op komst was, deed Margaret Thatcher een krant onder haar hemd, trok de stormband om haar zuidwester aan en ging in haar altijd iets te grote pas de straat op om het volk het vertrouwen in te boezemen dat de dijkbewaking in orde was. De politici en de economen die binnen waren gebleven (hetzij omdat zij haar politiek niet langer konden volgen hetzij omdat ze de loyaliteit niet meer opbrachten) noemde ze 'oude vrouwen'. Ambtgenoten of ambtelijke adviseurs die een minder stringente begrotingspolitiek voorstonden en de overheidsuitgaven wilden verhogen om de werkgelegenheid te stimuleren, loonbevriezingen wilden ontdooien of in andere sectoren van het sociaal-economische beleid water in de wijn wilden doen, kwalificeerde ze met onverholen minachting als 'oude dames die in de Athenaeum bij het haardvuur zitten'. (Athenaeum: de enigszins verschoten, maar nog altijd deftigste club aan de Theems waar Engelse hoofdambtenaren die Londen nog steeds voor het centrum van de wereld houden hun middagdutje doen). Om er geen misverstand over te laten ontstaan: het waren altijd mannen die zij met haar bliksem trof. Als het over mannen ging had Margaret Thatcher iets weg van koningin Wilhelmina, die bijna alle ministers in haar Londense regering slap en defaitistisch vond en bijgevolg door Churchill als 'de enige man' in de Nederlandse regering werd beschouwd.

In de tien biografieen die de afgelopen vijftien jaar over haar zijn verschenen worden uiteenlopende verklaringen voor de oorsprong van haar 'wilhelminische' mensbeeld gegeven, maar de meeste auteurs lokaliseren het begin van haar eigenzinnige en heerszuchtige leiderschap al in de jaren van haar schaduw-kabinet. Jim Prior, een van de vele ministers die tegen haar solisme niet bestand waren en voortijdig opstapten, signaleert in die eerste periode van haar leiderschap een koppige neiging haar collega's voor voldongen feiten te plaatsen. Een van haar interessante trekken, schrijft hij (typisch Oxford-Engels om uit te drukken hoezeer men iemands trekken verafschuwt), is de manier waarop zij van het begin af collegiale oppositie tegen haar opvattingen heeft overwonnen.

Zijn wat bitter ironische beschrijving van haar ga-opzij-of-ik-schietpolitiek (in: Jim Prior, A balance of power, London, 1986) komt erop neer dat Thatcher niemand van haar collega's ooit raadpleegde, maar haar politieke lijn in vraaggesprekken op de televisie uitzette of zich tijdens het vragenuur van de Premier in het Lagerhuis committeerde en aldus haar hele club voor het blok zette. Met collegiaal overleg had ze, aldus Prior, nooit veel op, op grond van de overweging (misschien wel gewoon uit angst) dat ze zich bij teveel vooroverleg van een plan of een idee zou laten afbrengen. Daarom vond ze het beter zich eerst in het openbaar te binden en zich pas later tegenover de collega's te 'verantwoorden'.

Uit die ontwijkingstaktiek ontwikkelde zich haar dominante stijl van regeren. Op de eerste dag van haar premierschap ontdekte ze hoe 'lekker de teugels van de macht in haar handen lagen' (Prior): wat ze altijd voor een metafoor had gehouden bleken echte teugels te zijn. Ze hoefde er maar aan te trekken en het hele regeringsapparaat begon voor haar te lopen. En hoe genoot de nog onervaren premier ervan aan de teugels te trekken! (Prior, die enige premiers had meegemaakt, kon zijn ogen niet geloven: 'My goodness she was going to exercise them!').

Volgens Prior wordt de ware omvang van de macht van een moderne minister-president, die de steun heeft van zijn eigen ministerie van algemene zaken, nog altijd niet ten volle beseft. Elke ministeriele ontslag-affaire onder het bewind van Thatcher (meestal korte tijd daarna gevolgd door de memoires van de afgetreden minister) heeft die opvatting onderstreept. Francis Pym, de opvolger van Carrington op Buitenlandse Zaken, riep Thatcher na dat ze het eeuwenoude systeem van collegiaal bestuur had vervangen door een on-Engels regeringssysteem. 'Ze denkt dat ze een president is'. Hij slingerde haar vervolgens woorden naar het hoofd als 'kleingeestig', 'onverdraagzaam', 'absolutistisch', 'dogmatisch', 'onbuigzaam' en 'ongevoelig'. Na zijn aftreden maakte hij Thatcher het verwijt dat ze alle belangrijke beslissingen zelf nam en haar ambtgenoten zoveel mogelijk erbuiten hield. 'Het liefst zou ze de belangrijkste departementen zelf leiden'.

Uit al die memoires stijgt een geur op van rancune en misnoegen over de kleinerende behandeling die de schrijvers van Thatcher hebben ondergaan: rancune vooral over de publieke ontmanning die de meesten zich hadden moeten laten welgevallen, en misnoegen omdat mevrouw Thatcher hun ministerie had gedevalueerd tot constitutionele filialen van Downingstreet 10 (een klacht die minister Hans Gruyters in de jaren zeventig over zijn, door premier Den Uyl ondergesneeuwde portefeuille van volkshuisvesting ook eens heeft geuit). Pym's tirade tegen de dictatoriale Thatcher dateert van 1984, twee jaar voordat Michael Heseltine zijn portefeuille neerlegde en Thatcher ervan beschuldigde met haar autocratische optreden het Engelse regeringssysteem dat de Eerste Minister wel grote eigen bevoegdheden toekent, maar geen overheersende macht over de andere ministers in stilte om hals te hebben gebracht.

Francis Pym gebruikte een mooie beeldspraak toen hij zijn ontslag aanbood. Thatcher deed alsof zij doof was voor het ongenoegen dat haar oncollegiale beleid intussen in de Conservatieve partij had opgewekt. Misschien was het grootste deel onder de oppervlakte gebleven, maar dat was ook het geval met de ijsberg die ondergang van de Titanic veroorzaakte. Volgens Pym zag Thatcher niet dat de passagiers al op weg waren naar de reddingsboten, terwijl zij nog bezig was de dekstoelen te herschikken en hoopte dat ze het zou redden als de band wat harder zou spelen.

Door haar presidentiele neigingen verspeelde zij ook de gepolijste Peter Carrington, die de verantwoordelijkheid op zich nam voor de fouten in Whitehall die leidden tot de militaire confrontatie tussen Engeland en Argentinie bij de Falkland-eilanden. Niet Carrington had die fouten gemaakt, maar Thatcher, die Carringtons advies in de wind sloeg om het fregat 'HMS Endurance', dat volgens de premier te zwaar op de defensiebegroting drukte, op de Falklands gestationeerd te houden, toen Carrington en Foreign Office al over de aanwijzingen beschikten dat de Argentijnen de eilanden zouden bezetten als de Endurance zou worden teruggehaald. Carrington heeft nooit beweerd dat ze het erom deed, en een militaire overwinning goed kon gebruiken. Carrington hield de eer aan zichzelf en wenste niet het juk van 'de president' te dragen. De vele ministers die na hem op dezelfde gronden het veld hebben geruimd, hebben de weg vrij gemaakt voor een rehabilitatie van het regeringssysteem, dat de opvolger van Thatcher zal herstellen in de oorspronkelijke positie van primus inter pares.