Staart van gedwongen exodus uit Saoedi-Arabie; Uittocht Jemenieten gaat door

JIZAN, 24 nov. Nog steeds rijden honderden auto's bepakt met huisraad en kostbaarheden over de wegen van Saoedi-Arabie naar de grens met Jemen. Ze vormen de staart van een uittocht van gastarbeiders, die in september is begonnen en tot nu toe naar schatting 700.000 Jemenieten heeft teruggevoerd naar hun land. Ze zijn niet blij, maar ook niet bijzonder verdrietig dat ze naar Aden teruggaan, vertellen twee voormalige winkeliers uit Riad, terwijl zij een kopje thee drinken in een stoffig gehucht vlak voor de grens. 'Half-half', zo omschrijft een van hen zijn gevoelens. 'Ik had een mooie zaak, een supermarkt, maar ik heb goed verdiend en ik hoop dat het straks in het herenigde Jemen economisch ook beter gaat. Dan kan ik daar met mijn spaargeld aan de slag.'

Een andere repatriant is ook vast van plan er het beste van te maken: met zijn spaargeld wil hij gaan studeren. Een groepje voormalige taxichauffeurs is minder gelaten. Ze werkten nog niet zo lang in Saoedi-Arabie en hebben in Jemen families die van hun salaris afhankelijk zijn. Hun banen in Riad en Jeddah worden overgenomen door Egyptenaren, denken ze, want Egypte is nu een bondgenoot van de Saoediers en Jemen is dat niet.

De uittocht van Jemenieten is maar een onderdeel van de enorme volksverhuizing die de crisis in het Midden-Oosten heeft veroorzaakt. De Saoedische overheid is ernstig ontstemd geraakt door de pro-Iraakse houding van het buurland. Daarom werden half september zo'n dertig diplomaten uitgewezen en is het de naar schatting 1,5 miljoen gastarbeiders uit Jemen bijzonder moeilijk gemaakt om in het koninkrijk te blijven werken. Van hen wordt nu geeist dat ze, net als alle andere buitenlanders, een 'sponsor' zoeken. Dat is een Saoedische burger die zich voor hen garant stelt en, al dan niet pro forma, als werkgever optreedt.

'Dat wordt ons te duur', zeggen de twee winkeliers uit Riad, 'want zo'n sponsor verlangt voor zijn medewerking doorgaans ofwel een bedrag ineens ofwel een aandeel in de winst.' Een rondgang over de markten en door de winkelstraten van Dhahran, Riad en Jeddah leert echter dat veel Jemenitische kooplui wel een verblijfsvergunning volgens de nieuwe regels hebben aangevraagd en hun handel gewoon voortzetten.

Volgens verscheidene Saoediers zijn hun buren overdreven gekwetst doordat ze hun tot voor kort geprivilegieerde positie kwijt zijn en hebben velen nogal overhaast besloten te vertrekken. Angst voor een mogelijke oorlog speelde daarbij ook mee. Een inwoner van Jizan, de laatste stad in Saoedi-Arabie voor de grens met Jemen, zegt dat de Saoedische burgers van deze stad de Jemenitische handelaren helpen door gratis hun diensten als sponsor aan te bieden. De regering heeft de Jemenieten die willen blijven onlangs een maand extra de tijd gegeven om hun papieren in orde te maken.

In een op 2 november verschenen rapport van Amnesty International, dat is gebaseerd op gesprekken met honderden terugkerende Jemenieten aan de andere kant van de grens, wordt melding gemaakt van een bijzonder slechte behandeling van gastarbeiders zonder de vereiste vergunning. In verscheidene steden zouden de Jemenieten door de politie zijn opgepakt en naar kampen zijn overgebracht, waar ze mishandeld werden alvorens onder bewaking naar de grens te worden gevoerd.

Bergen afval

Maar daar is nu niets meer van te merken. Volgens bewoners van de grensstreek stond een maand geleden inderdaad een drie rijen dikke file voor de douanepost, die volgens sommigen tien en volgens anderen twintig kilometer lang was. De wachttijd en de ongemakken voor de grens waren navenant. Nu getuigen van deze opstopping alleen nog maar de bergen afval die langs de weg zijn achtergelaten. Dertig grote, witte tenten flapperen op een parkeerterrein verlaten in de wind. Geen onderdelen van een concentratiekamp, maar een tijdelijk onderkomen voor de wachtende vrouwen, want Saoedi-Arabie blijft zedig Saoedi-Arabie, zelfs als het om een gedwongen volksverhuizing gaat.

De Jemenitische staatstelevisie, die in de grensstreek uiteraard goed te ontvangen is, meldt dat de Saoedische douane kostbaarheden van de terugkerende gastarbeiders in beslag neemt. Ook daar is niets van te zien. De bewaking bij de grens is minimaal en ook verder ontbeert de atmosfeer iedere vorm van grimmigheid. Een gezette douanier heeft zichzelf op een keukenkrukje in de schaduw van zijn hok geposteerd, vanwaar hij met een touwtje de slagboom bedient, die toegang geeft tot een klein overslagterrein waar de formaliteiten worden vervuld. De een na de andere volle auto rijdt er binnen met op het dak naast matrassen, stoelen en tafels ook dozen vol met nog net voor het vertrek aangeschafte elektrische apparatuur.

Westerse waarnemers in Riad achten het niet onwaarschijnlijk dat de regering met haar maatregelen in september vooral een signaal heeft willen geven aan het buurland, dat sterk afhankelijk is van het geld dat de gastarbeiders naar huis overmaken. Om de eigen economie niet al te zeer te ontwrichten, doet men het nu wat kalmer aan. De Jemenieten zijn immers in een aantal opzichten de smeerolie van de Saoedische maatschappij. Egyptenaren en Palestijnen vond men tot dusver vooral in het onderwijs en in technische beroepen; ze werden echter door veel Saoediers gewantrouwd als intriganten met gevaarlijke politieke en sociale ideeen. Jemenieten vond men overal waar klusjes waren op te knappen; ze werkten als chauffeur, schoonmaker of marktkoopman en de Saoediers gingen er tot voor kort vanuit dat ze gelukkig waren zolang ze maar geld naar huis konden sturen.

Niet de grootste liefde

Hun bevoorrechte posities dankten deze gastarbeiders zeker niet aan de hartelijke verstandhouding tussen de regeringen van Saoedi-Arabie en Jemen. De verhoudingen tussen beide landen zijn traditioneel koel tot slecht. Koning ibn-Saud, de stichter van Saoedi-Arabie in zijn huidige vorm, completeerde zijn rijk pas in 1933, na een korte oorlog tegen de imam van Jemen, met de zuidwestelijke provincie Asir en de steden Najran en Jizan. Nog altijd is het de enige provincie waar Saoedi-Arabie er hier en daar als een ontwikkelingsland uitziet: hoewel er vruchtbare, groene bergen en dalen zijn, leven veel mensen er nog in hutten en wordt er in de primitieve suqs minstens zoveel gerepareerd als verkocht. Het officieel nog altijd door Jemen opgeeiste gebied heeft kennelijk niet de grootste liefde van Riad.

Najran en Jizan werden tussen 1962 en 1964 herhaaldelijk gebombardeerd door de Egyptische luchtmacht, die in de Jemenitische burgeroorlog de republikeinen hielp tegen de door Saoedi-Arabie gesteunde royalisten. Met het gematigd-revolutionaire bewind dat uiteindelijk in Sana'a aan de macht kwam, hadden de Saoedische koningen op zichzelf weinig op. Ze onderhielden er vooral normale betrekkingen mee omdat ze nog beduchter waren voor het marxistische Zuid-Jemen. Jarenlang heeft Saoedi-Arabie er dan ook alles aan gedaan om de dit jaar bereikte hereniging van beide landen te voorkomen; zolang ze immers met elkaar overhoop lagen, bezorgden ze Riad geen last.

In militair opzicht heeft koning Fahd nog steeds niets te duchten van het volkrijke, maar straatarme Jemen. De dreiging die van het buurland uitgaat, is er nu hoogstens een op politiek gebied, want zoals Nasser in de jaren zestig begreep is onderontwikkeling de beste voedingsbodem voor het socialistisch getinte Arabisch nationalisme dat ook Saddam Hussein zo graag propageert. Vermoedelijk beschouwen de Saoedische heersers het daarom ook als een investering in hun binnenlandse veiligheid dat het aantal Jemenieten in hun land nu tot de helft is gereduceerd.