Shell verhoogt investeringen in bosbouwproject

LONDEN, 24 nov. Koninklijke/Shell Groep verhoogt zijn investeringen in bosbouw. De resultaten van tien jaar experimenteren met bomen kweken en plantages exploiteren zijn zo hoopgevend dat het concern bosbouw als 'volwassen activiteit' beschouwt.

Dat zegt dr. L. J. van der Toorn, hoofd van Shells divisie Non Traditional Business (NTB) in Londen, de kraamkamer voor nieuwe activiteiten. Zijn divisie heeft plannen nieuwe houtplantages te beginnen in Indonesie en Uruguay. Op dit moment investeert NTB 400 miljoen dollar in een pulpfabriek in Chili, waar ze al vier plantages exploiteert. Andere Shell-plantages liggen in Brazilie, Kongo, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Het concern heeft 2500 man werken in bosbouw en verwante activiteiten. Cijfers over omzet en resultaten geeft Shell niet.

De aandacht van de oliemaatschappij voor bosbouw vloeit voort uit de behoefte van het concern zich ook op langere termijn te verzekeren van een positie in de energiewinning. Hout heeft in die strategie, als 'vernieuwbare' grondstof, bijzondere aandacht.

In de ontwikkeling van de bosbouw heeft Shell sinds begin jaren '80 ongeveer een miljard gulden geinvesteerd. Een efficient opgezette plantage, met bijvoorbeeld eucalyptusbomen die in zes jaar volwassen zijn, kan dertigmaal meer hout opleveren dan natuurbos. Het geproduceerde hout verwerkt Shell vooral tot planken, balken en pulp voor de papierindustrie. Maar het materieel wordt ook steeds belangrijker als energiedrager. Van de drie miljard kubieke meter die jaarlijks mondiaal wordt gekapt dient al iets meer dan de helft als brandstof.

Van der Toorn wijst in dat verband op plannen van de Nederlandse elektriciteitsproducenten (SEP) om de bouw van een kolengestookte energiecentrales nabij Rotterdam (Maasvlakte 3, 600 megawatt) te combineren met de aanleg van een bos, ter grootte van de provincie Drenthe, in Zuid-Amerika. Dat zou de uitstoot van kooldioxyde (CO, veroorzaker van het broeikaseffect) door de centrales kunnen compenseren. Bomen halen CO uit de lucht en verwerken die.

Volgens berekeningen van Shell verhoogt de aanleg van een dergelijk bos de feitelijke kosten van de elektriciteitscentrale met bijna 40 procent. De SEP begroot de kosten van het bos, over een periode van 25 jaar, op een half miljard gulden. De centrale kost 1 a 1,2 miljard gulden.

'Een interessant plan', meent Van der Toorn, 'maar je kan iets doen wat nog interessanter is. Wij vinden dat je biomassa (hout, struiken) moet laten groeien om die direct om te zetten in elektriciteit. Er is land genoeg. Biomassa stoken is wel iets duurder dan kolen, maar de ontwikkeling van nieuwe technieken maakt het steeds beter haalbaar. Als je kolencentrale 40 procent duurder wordt door bomen planten, dan is biomassa verstoken goedkoper en het is bovendien CO-neutraal.'

Shell heeft momenteel vijf werkgebieden. Het belangrijkst zijn olie en gas, gevolgd door chemie, metalen en steenkool.