Shell stapt uit zaadveredeling en 'biofines'; Olieconcern blijft biotech als sleuteltechniek zien

LONDEN, 24 nov. Shell doet het nog met bomen. En met planten. Maar niet meer met zaden. En ook niet met Gist-brocades. De oliemaatschappij beweegt zich selectief in de wereld van de biotechnologie. 'We hoeven niks. Dat is onze sterkte. Maar we hebben een hoop ijzers in het vuur. En soms komt uit zo'n gek project iets dat kan doorgroeien', zegt dr. Joachim Lukas, hoofd 'bio-business' in de Shell-divisie Non-Traditional Business (NTB).

De Koninklijke baarde de afgelopen maanden opzien in Nederland door zich terug te trekken uit twee biotech-projecten. In augustus verkocht het concern het grootste deel van zijn belangen in zaadveredeling, waaronder het Nederlandse bedrijf Nickerson-Zwaan in Barendrecht.

Aanvankelijk leek zaadveredeling een gouden toekomst tegemoet te gaan, zeker sinds met behulp van genetische manipulatie eigenschappen van gewassen heel gericht kunnen worden veranderd. Zaden die bijvoorbeeld bestand zijn tegen ziekten zouden de verkoop van landbouwgif wel eens danig kunnen verminderen, zo oordeelden tal van chemieconcerns, waaronder Shell Chemie. Maar na ruim vijftien jaar activiteiten in de zaadsector blijkt die opvatting bij Shell geerodeerd.

Amper een maand na de verkoop van de zaadbedrijven volgde de bekendmaking dat Shell en partner Gist-brocades hun gezamenlijke onderneming Ibis ontbinden. Wegens gebrek aan succes.

Vooral de joint venture met Gist sprak drie jaar geleden tot de verbeelding. Shell bracht zijn Britse dochter Ward Blenkinsop in, producent van fijnchemicalien, Gist hevelde zijn industriele enzymenproduktie en een paar fabrieken over. Ibis begon met een omzet van zo'n 250 miljoen gulden, maar zou snel aan omvang kunnen winnen. De gecombineerde kennis van chemie en stoffen die met hulp van micro-organismen worden gemaakt zou talrijke nieuwe produkten (biofines) opleveren. Het mocht niet zo zijn; de omzet bleef constant en over de verliezen van Ibis houden beide partijen de kaken stijf op elkaar.

Tweemaal 'strategisch terugtrekken' achtereen; betekent dit dat Shell zijn belangstelling voor biotechnologie kwijt is? Geenszins, verzekert dr. L. J. van der Toorn, hoofd van de Shell-divisie Non-Traditional Business (5000 werknemers) er fijntjes op wijzend dat zaadveredeling en Ibis onder de verantwoordelijkheid van de Chemie-divisie vielen. Maar bij Shell ligt de nadruk bij elk initiatief wel op 'business', zegt hij. 'We hebben altijd een clubje gehad dat kijkt naar nieuwe mogelijkheden voor Shell. We bouwen het zelf op, laten het een aantal jaren bestaan. Past het, en kan het geld opleveren, dan gaan we verder.'

Tot de huidige aandachtsgebieden van NTB behoren vooral de bosbouw, de bio-business en nieuwe vormen van energie (zonne-energie bijvoorbeeld); onderwerpen overigens die een grote onderlinge verwevenheid vertonen. Dat is geen ramp, vinden Van der Toorn en Lukas, de activiteiten binnen NTB laten zich toch al moeilijk binnen strakke kaders persen.

Om die reden heeft Lukas ook enige moeite met een geisoleerde benadering van het fenomeen biotechnologie. 'Alsof het een zelfstandige activiteit zou zijn', zegt hij. 'Welbeschouwd is een boer ook een biotechnoloog. Biotechnologie is niks meer of minder dan een techniek, die in menig vakgebied toepasbaar is.'

Dat het grote publiek een paar jaar geleden in biotechnologie een panacee zag voor veel problemen waarmee de technische wetenschappen worstelen, ach, dat moet men maar vergeten. Lukas: 'Het publiek en de kranten moeten nieuws hebben. Als iemand een truc ontdekt, dan is dat nieuws. En daarna moet je het maar waarmaken. Dat duurt jaren, dus concludeert iedereen dat het niets is. Net zoals het een aantal jaren stil was na de uitvinding van de chip.'

Toepassingen van biotechnologische methoden ziet Lukas vooral in de farmaceutische industrie en in de plantenteelt. Van farmaceutica heeft Shell afstand genomen. 'In genetische manipulatie ten behoeve van medicijnen en diagnostica wordt veel geld verspijkerd, maar ook verloren. Ideetjes zijn soms leuk, maar niet rendabel.'

Planten-biotechnologie zou meer perspectief bieden. Lukas: 'Deskundigen zagen aanvankelijk pas volgend millenium toepassingen. Maar dat is vrij snel veranderd.'

De interesse van Shell stoelt met name op methoden om gewassen snel te vermeerderen. Verbetering van een soort (op grootte of groeitempo) duurt langs traditionele weg selectie en kruisen jaren. En pas als een boom zaad oplevert, kan aan vermeerdering worden gedacht. Ongeslachtelijke (vegetatieve) vermeerdering verloopt veel sneller. Delen van een uitverkoren bloem, plant, struik of boom worden in minuscule stukjes geknipt, waarna op een speciale voedingsbodem allemaal identieke nakomelingen worden gekweekt.

Deze zogeheten weefselkweek maakt kwekers met haast het leven een stuk draaglijker. Een probleem is dat aldus vermeerderde gewassen nogal vatbaar voor ziekten en groeistoornissen zijn. Ook kunnen eigenschappen veranderen. Een bekend voorbeeld in dat verband is een experiment van Unilever, dat oliepalmen met behulp van weefselkweek vermeerderde en na vier jaar tot de ontdekking kwam dat geen van de bomen op de betreffende plantage vrucht droeg.

Shell plant jaarlijks 25 miljoen bomen en ziet die graag snel groot worden. Ze allemaal uit zaad opkweken is tijdrovend en dus duur. Weefselkweek is dan een uitkomst, temeer daar elke boom dezelfde eigenschappen heeft, wat verwerking vergemakkelijkt. 'Het is duidelijk dat vegetatieve vermeerdering een sleuteltechnologie voor ons is', zegt Lukas. Aan genetische manipulatie doet Shell niet. Pas vanaf 'celniveau' wordt de biotechnologie voor haar interessant.

Om de kunst goed in de vingers te krijgen, heeft Non Traditional Business de afgelopen jaren belangen genomen in enkele Nederlandse bedrijven die zich met weefselkweek bezighouden. Waar deze techniek voor de vermeerdering van bomen nog in de kinderschoenen staat, is ze in de sierteelt ver gevorderd. Shell-dochter PhytoNova in Rijnsburg geldt, zelfs in de geavanceerde Nederlandse sierteeltsector, als een vooraanstaand bedrijf. Het aardige is dat Vita Nova niet alleen een centrum van biotechnologische kennis is, maar ook winst maakt. In de sierteelt is het namelijk doenlijk een of twee gulden voor een minuscuul plantje te vragen, omdat de afnemer voor goede volwassen sierplanten ook een hoop geld ontvangt.

Tegelijk onderzoekt Shell ook of het doenlijk is de kosten van de weefselkweek te drukken. De stekjes zijn namelijk zo duur omdat het proces veel handwerk vergt snijden, in potjes stoppen, enzovoorts. Om die reden nam NTB enige tijd terug het bedrijfje Plant Production Services in Helmond onder zijn hoede. Dat heeft een machientje ontwikkeld voor de fabricage van de voedingsbodems, waarvoor het 'protocol' per plant verschilt.

Nu ontwikkelt PPS een laser-mes met een optisch herkenningssysteem dat plantjes op de juiste wijze in stukken moet snijden. Shell hoopt het produkt volgend jaar op de markt te kunnen brengen. Want het moet zijn geld wel opleveren. 'In verhouding tot de opbrengst investeren we veel in weefselkweek', zegt Van der Toorn, die een marktgroei voorziet van 20 procent per jaar.

Veertig meisjes produceren nu 4 tot 5 miljoen plantjes voor Shell. Straks kunnen drie of vier mensen met behulp van de nieuwe machine voor een driemaal hogere produktie zorgen. 'En virusvrij', zegt Lukas.

PhytoNova ontplooit verder werkzaamheden in de vegetatieve vermeerdering van groenten, maar dat is moeilijker dan het werk met planten. Lukas blijft het nochtans stimuleren, want 'toepassing van de techniek in de bosbouw is de volgende stap'.

Het Shell-laboratorium te Sittingbourne verricht inmiddels onderzoek naar weefselkweek van bomen, wat een schier onmetelijke markt belooft. 'Voor de absorptie van de huidige CO-uitstoot heb je een miljard hectare bos nodig', rekent Van der Toorn voor. 'Dat is dus een biljoen bomen.' Weliswaar is de wereld overdekt met vier miljard hectare bos, maar alleen bomen die nog niet volwassen zijn absorberen meer kooldioxyde dan ze uitademen.

Ook buiten de bomen- en plantenwereld toont Shell aandacht voor biotechnologische processen, zij het op kleinere schaal. Gekeken wordt bijvoorbeeld of thermofiele (lees: hittebestendige) bacterien goedkoop alcohol in brandstof kunnen omzetten. Nu kan het alleen nog bij constante afkoeling van de vloeistof tot 30, 35 graden Celsius.

Daarnaast proberen enkele Shell-bedrijfjes zaken te doen met micro-organismen die ongewenste en schadelijke stoffen opeten en omzetten in onschuldiger afval. Steeds strengere milieu-eisen brengen dit soort toepassingen binnen bereik. 'Je kunt bacterien koolwaterstoffen laten opvreten', meldt Lukas geestdriftig. 'Je kunt ze in een filter doen om ze afvalvet te laten verteren, of je gebruikt ze voor een biobehandeling van olieafval. Op 50.000 plekken in de wereld zitten koolwaterstoffen in de bodem die niet mogen doordringen tot het grondwater.'

Voor de behandeling van afvalwater zijn inmiddels goede procede's en micro-organismen gevonden. Bestaande waterzuiveringsinstallaties zijn volgens Lukas niet meer dan 'een oplossing voor een biologisch probleem met cement'. Zijn bacterien, in een juiste verhouding losgelaten en goed beheerd, kunnen de capaciteit van menig installatie drastisch verhogen. 'Maar ja, de marktdoordringing is moeilijk', constateert Lukas. Iedereen heeft een grote mond over vervuiling, maar betalen wil niemand. Dan zit je te wachten tot de overheid regels stelt.'

Wat dat betreft, hoeft Lukas nog niet te wanhopen. 'We hebben in de divisie Non Traditional Business geleerd dat de ontwikkeling van nieuwe werkterreinen tijd kost', zegt Van der Toorn. 'Er kan twintig jaar overheen gaan voordat we voldoende kennis en ervaring hebben opgebouwd om er een zakelijk succes van te maken.'