ROALD DAHL 1916-1990; Brompot solidair met kinderen

Roald Dahl is dood. Gisteren heeft zijn altijd gepijnigde lijf nadat zijn vliegtuig in de oorlog neerstortte, werd hij zesmaal geopereerd het opgegeven. Hij is 74 jaar geworden. NOS Laat liet oude beelden zien van de morsige 'schrijfhut' in Dahls tuin. In bretels en een flodderig poloshirt installeert de beroemdste kinderboekenschrijver van deze tijd zich in een soort Waterlooplein-crapaud, de lange benen uitgestrekt op een stokoude, op de grond gemonteerde koffer, een kartonnen koker dwars over de armleuningen en daarop de schrijfplank in de juiste helling. Zorgzaam schuiert hij het groene vilt, spreidt de gele vellen, slijpt de gele potloden en peinst. Zo is het dertig jaar gegaan. Daar zijn ze bedacht: straatarme, engelachtige Sjakie, de slimme meneer Vos, Daantje en zijn supervader, het weerzinwekkende echtpaar Griezel, de kinderhatende heksen, het leeswonder Mathilda, de sadistische juffrouw Bulstronk en Dahls mooiste schepping: de Grote Vriendelijke Reus. En ongeveer overal ter wereld hebben kinderen die wonderlijke, grappige, griezelige en soms knap onvriendelijke verzinsels met open armen ontvangen. Sjakie en de chocoladefabriek ging in ruim 5 miljoen exemplaren de aardbol over waarvan 2 miljoen naar China en van Mathilda werd een pocketoplage van een half miljoen gemaakt.

Vooral in ons land genoot Dahl de laatste tien jaar een populariteit, die door geen enkele andere schrijver werd geevenaard. De volwassen beroepslezers kenden hem vijfmaal een Zilveren Griffel toe, maar vooral de kinderen zelf kunnen niet genoeg van hem krijgen. Op de in 1988 door de Bijenkorf gepubliceerde Jeugdboeken Top 100 Allertijden zijn de plaatsen een, drie acht en tien voor Dahl-titels. De echte pedagogische bezorgdheid en verontwaardiging heeft bij ons nooit zo geklonken als bijvoorbeeld in Engeland: 'Dahl caters to the streak of sadism in children which are not yet experienced enough to know what sadism is'. Dahl kwam hier dan ook graag om zijn narrige, besliste uitspraken over van alles en nog wat te doen, en om handtekeningen uit te delen principieel alleen aan kinderen bij welke gelegenheid soms een halve binnenstad verstopt raakte.

Hoewel Roald Dahl een groot aantal knappe en bizarre verhalen voor volwassenen schreef, gebundeld in onder andere M'n liefje, m'n duifje en Op weg naar de hemel heeft hij zijn echte bekendheid te danken aan zijn werk voor jonge lezers. Zelf zag hij als groot voordeel dat je in een kinderboek fantasie kunt gebruiken. En die had hij nodig om zijn eigen realiteit te ontvluchten. Daarin gebeurden vreselijke dingen: geslagen en vernederd op kostschool, het vliegtuigongeluk, een dochtertje dat overleed aan de mazelen, een zoontje dat als baby met zijn hoofd tussen een dichtslaande taxideur kwam, zijn vrouw die een hersenbloeding kreeg. Met ijzeren wil ging de schrijver de moeilijkheden te lijf, leerde zijn vrouw weer praten, ontwikkelde met de medische wereld een apparaat om te voorkomen dat zijn zoon een waterhoofd kreeg en verdroeg zijn eigen pijn. In al zijn werk klinkt ergens een echo van dit bestaan door.

Hij was een man van controversiele standpunten: tegen de staat Israel, tegen De duivelsverzen van Rushdie en voor de oorlog, want die houdt de jeugd van de straat. Toen ik hem vijf jaar geleden interviewde, heb ik flink moeten slikken. Ik verwachtte een spitse oude kindervriend, maar trof een zure, conservatieve brompot. Thuisgekomen las ik snel een aantal van zijn boeken opnieuw en wist weer waar het om ging: een schrijver die kinderen als de Rattenvanger van Hamelen naar zijn fantastisch verhalenrijk weet te lokken. Wat daar gebeurt is opwindend, vreemd, lachwekkend en onvoorspelbaar. Het gaat altijd over goed en kwaad en de slechteriken delven onveranderlijk het onderspit nadat zij zich eerst lekker hebben mogen uitleven. Door de onder kinderboekenschrijvers zeldzame combinatie van kwaliteit en toegankelijkheid heeft Dahl veel kinderen tot het boek verleid die niet van huis uit de aanvechting tot lezen hadden. Dat is een niet hoog genoeg te schatten prestatie. Bovendien klinkt onder alle onzin, grappen en taalvirtuositeit een grondtoon door van oprechte verontwaardiging over de machtsongelijkheid tussen kinderen en volwassenen. Daarom creeerde hij helden als Sjakie, Mathilda en het weeskind Sofie die het opnemen tegen absurd wrede, autoritaire en kleinerende grote mensen. Misschien schuilt in deze solidariteit het echte geheim van Dahls schrijverschap voor kinderen.