Resolutie: snel grote schoonmaak Maas

MAASTRICHT, 24 nov. De landen in het stroomgebied van de Maas dienen haast te maken met een grote schoonmaak van deze rivier, vooral in het belang van de drinkwatervoorziening. Dat is de strekking van een resolutie die gisteren unanieme bijval kreeg op een interparlementaire Maasconferentie, uitgaande van het Benelux-parlement, in Maastricht. Ook de afgevaardigden uit Wallonie, het gewest dat in deze kwestie regelmatig de boot heeft afgehouden, konden instemmen met de tekst.

De resolutie zal worden toegestuurd aan de regeringen en parlementen van de betrokken landen: Belgie, Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Het stuk dringt er bij de uitvoerende organen op aan een Internationale Maascommissie in te stellen naar het voorbeeld van de Internationale Rijncommissie: een ambtelijk overlegorgaan, dat aanbevelingen doet over saneringsmaatregelen. Hiervoor is een verdrag tussen de partners nodig en omdat de totstandkoming daarvan, inclusief parlementaire goedkeuring, nogal wat tijd vergt, zou reeds voor 1992 een voorlopige Maascommissie moeten aantreden.

Als voornaamste taak zou dit orgaan een Maasactieplan moeten opstellen op basis van de afspraken die de landen rondom de Noordzee hebben gemaakt. Dit betekent onder meer dat voor een reeks schadelijke stoffen de lozingen in 1995 ruwweg gehalveerd moeten zijn ten opzichte van 1985.

Bovendien vraagt de resolutie om een meet-, meld- en waarschuwingssysteem voor de Maas. Zo'n stelsel wordt dringend nodig geacht om enerzijds de toestand van het Maaswater regelmatig vast te leggen en anderzijds incidentele abnormale lozingen van gifstoffen terstond aan alle belanghebbende organisaties te kunnen doorgeven.

Achtergrond van dit alles is het verlangen naar een waterkwaliteit in het jaar 2000 die voldoet aan wat men noemt 'de eisen van een ecologische basisfunctie'. Deze formule houdt onder meer in dat het Maaswater in principe het hele jaar door geschikt moet zijn voor de bereiding van drinkwater. In Nederland tappen Rotterdam, Den Haag, West-Brabant en Zeeland uit de Maas.

Het recept dat gisteren de Maas werd voorgeschreven, zou ook dienstig zijn voor de Schelde: weliswaar geen bron van drinkwater, maar wel de vuilste rivier van West-Europa. Vooral het Nederlandse Tweede-Kamerlid J. J. Lilipaly (PvdA en woonachtig in Middelburg) trad op als pleitbezorger van dit idee. Hij kondigde aan dat hij volgende week in het Benelux-parlement zal voorstellen nog voor het eind van 1991 een interparlementaire Scheldeconferentie te beleggen. Van diverse zijden kreeg hij steun voor zijn plan.

Lilipaly liet blijken dat hij hiermee druk wil uitoefenen op de officiele Nederlands-Belgische commissie, die al jaren vruchteloos onderhandelt over de zogenoemde waterverdragen tussen beide landen. De bewuste akkoorden, die van 1975 dateren maar nooit in werking zijn getreden, behelzen een koppeling van twee brandende kwesties tussen beide landen: uitdieping van de Westerschelde ten behoefe van de Antwerpse havens in ruil voor een schonere Schelde en Maas. Hiertegen heeft Wallonie, dat financiaal zou moeten opdraaien voor een Vlaams belang, zich altijd verzet.

De intern-Belgische tegenstellingen kwamen ook gisteren in Maastricht even aan de oppervlakte. Voor de Vlaamse senator M. Didden (christen-democraat) was de tekst van de Maas-resolutie te zwak. Hij vroeg per amendement een dwingend tijdschema in plaats van formuleringen als 'zo spoedig mogelijk', maar kwam daarmee in conflict met diverse Waalse collega's. 'Gun onze industrie de tijd zich aan te passen', sprak bijvoorbeeld de socialist A. Grosjean, die het parlementaire gezelschap bovendien voorhield: 'Liever een vagere tekst dan een die niet alle stemmen verwerft.'

Voorzitter dr. K. Zijlstra (Tweede-Kamerlid voor de PvdA en initatiefnemer van de Maasconferentie) kreeg gedaan dat Didden zijn voorstellen introk, waarop men eenparig de ontwerp-resolutie haar definitieve vorm gaf. Wel bleef hier en daar de twijfel knagen en een enkeling sprak die twijfel ook uit of Wallonie, als puntje bij paaltje komt, loyaal aan de uitvoering van het saneringsplan zal meewerken. Want zonder die medewerking kan het niet, omdat de Belgische gewesten juist op milieugebied vergaande bevoegheden hebben.