Rentedaling zet zich voort na verruiming geldmarkt VS

UTRECHT, 23 nov. De vorige week ingezette navolging van de Amerikaanse rentedaling zette zich deze week in alle duidelijkheid voort. Het geldige argument hiervoor was de feitelijke tweede verlaging door de FED van de Amerikaanse fundingtarieven.

Zeker toen hierna de rente op de Amerikaanse kapitaalmarkt zijn opmerkelijke daling bleek voort te zetten en bovendien de dollarkoers zich behoorlijk wist te handhaven, volgden de Duitse en Nederlandse kapitaalmarkten met analoge rentedalingen. Het resultaat hiervan was dat in het 10-jaars segment het Duitse effectieve rendement met bijna 20 basispunten daalde en onder de 8,8 procent terechtkwam. Van een deel zal extra vraag naar Duitse obligaties zijn ontstaan doordat deze week de Deutsche Terminborse (DTB) werd geopend. Deze biedt, naast de Londense Liffe, beleggers de mogelijkheid Bund-future contracten te sluiten.

Gegeven het feit dat de D-mark zich, afgezien van de Spaanse peseta, boven de andere EMS-valuta wist op te werken, was het tot + 25 basispunten opgelopen ecart met de Nederlandse rente niet verwonderlijk. Dit neemt niet weg dat het rendement op 10-jarige staatsobligaties in ons land gisteren tot 9,05 procent terugviel.

Met de D-mark nog steeds tegen fl. 1,128 noterend, zat er voor De Nederlandsche Bank niets anders op dan de omvang van de speciale beleningen zo krap mogelijk te houden. Terwijl op de Duitse geldmarkt een 0,10 procent rentedaling werd gerealiseerd, kon het beleningstarief hier op 8,3 procent worden gehandhaafd. Een en ander leidde ertoe dat de overige geldmarkttarieven in ons land ook geen wijziging lieten zien, zodat de zogenaamde yieldcurve een uitermate vlakke lijn is geworden. Het is de vraag of daarin spoedig een verbetering optreedt indien men de 10 procent looneis van de Duitse ambtenaren enerzijds en de weifelende houding van de Duitse overheid inzake belastingverhoging anderzijds in aanmerking neemt.

Eurokapitaalmarkt

Voor de tweede keer in drie weken verlaagde de Fed, het Amerikaandse stelsel van centrale banken, een week geleden het door haar gestuurde tarief voor interbancair daggeld, de zogenaamde Federal funds-rate. Het tarief daalde met 1/4 procent tot een niveau van circa 7,5 procent. Voor de Amerikaanse banken vormde deze monetaire verruiming vooalsnog geen aanleiding de prime-rate (10 procent) te verlagen, welke als basis dient voor de rente die de banken hun debiteuren in rekening brengen. Historisch gezien induceerde een verschil ten opzichte van de Fed funds-rate van meer dan 2 procent punten een verlaging van de prime-rate. Een reactie kon evenmin worden waargenomen vanuit de geldmarkt, waar reeds op een verlaging was geanticipeerd en welke dus was verdisconteerd in de geldmarkttarieven. Duidelijk kwam dit tot uitdrukking in het ecart tussen lang- en kortlopende treasuries. Dit ecart is circa 5 basispunten gedaald, waarschijnlijk ten gevolge van de afgenomen, olieprijs-geinduceerde, risicopremie die in de lange rente besloten ligt.

Door binnenlandse emissies in de Verenigde Staten concentreerde de handel op de eurokapitaalmarkt zich op de niet-(Amerikaanse) dollarsegmenten, hoewel de spread tussen (triple-A) eurodollarleningen en treasuries door de ietwat sterkere dollar enigszins afnam. In het guldensegment van de eurokapitaalmarkt werden de afgelopen week twee leningen uitgebracht. De Europese Investerings Bank emitteerde een fl. 300 miljoen grote 9,25 procent lening met een looptijd van 10 jaar tegen een uitgiftekoers van 100,90 procent. Het effectief rendement voor deze lening van triple-A kwaliteit kwam hierdoor op 9,11 procent. De ontvangst was dermate goed dat de Wereldbank een dag later besloot een even grote lening met dezelfde modaliteiten uit te brengen. De uitgiftekoers bedroeg 101,35 procent, een effectief rendement genererend van 9,04 procent. Ook deze lening kreeg een goed onthaal.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek