Parlementariers aller EG-landen verenigen zich niet makkelijk

ROTTERDAM, 24 nov. Boeren en industrielen, consumenten en vakbonden, studenten en gemeentebestuurders, wie is er niet op EG-basis georganiseerd? Er is ten minste een in het oog springende uitzondering: de volksvertegenwoordigers. En dat is des te opmerkelijker omdat zij een wezenlijke gezamenlijke taak in de Europese Gemeenschap hebben: waken over het democratische gehalte van het uitdijende bouwwerk van de Twaalf.

Het gemis aan samen optrekken van de parlementsleden uit de EG-landen bevreemdt des te meer omdat er sinds jaar en dag sprake is van een 'democratisch tekort' in de Gemeenschap. Daarmee wordt bedoeld dat besluiten die ministerraden nemen onvoldoende democratisch worden voorbereid en gecontroleerd.

De eind dit jaar beginnende 'intergouvernementele conferenties' (IGC's) van de Twaalf om de EG-verdragen te wijzigen met het oog op de te vormen Economische en Monetaire Unie (EMU) en de Europese Politieke Unie (EPU) hebben parlementsleden in de Gemeenschap op tot nu toe ongekende wijze gemobiliseerd. Volgende week steken nationale volksvertegenwoordigers en Europarlementariers voor het eerst in de geschiedenis op grote schaal de koppen bij elkaar. In de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden (Tweede Kamer) zullen ze de gevolgen van EMU en EPU voor hun functioneren bespreken. Dit overleg onder het wijde thema 'De toekomst van de Gemeenschap' wordt, geinspireerd door de Franse politieke cultuur, de 'Assisen' genoemd.

Nationale parlementen hebben in het verleden belangrijke bevoegdheden aan 'Brussel' afgestaan zonder dat deze volledig aan de parlementaire vergadering van de EG, het Europese Parlement, werden overgedragen. Dat zou later wel gebeuren, als het proces van de Europese eenwording was voortgeschreden, zo werd geredeneerd. En zeker, er zijn verbeteringen aangebracht voor het laatst vijf jaar geleden in de Europese Akte maar nog steeds is democratie op zijn hoogst een afgeleid doel van het Europa van de Twaalf.

De diep in de lidstaten doordringende EG-wetgeving komt veelal tot stand zonder dat volksvertegenwoordigers er beslissende invloed op hebben kunnen uitoefenen. Het Europese Parlement heeft daarvoor te weinig instrumenten toebedeeld gekregen, terwijl de nationale parlementen na het eerdere afstaan van macht in de meeste gevallen gedwongen zijn zich te beperken tot ja en amen zeggen.

Wie zou verwachten dat de vertegenwoordigers van de Westeuropese democratieen (173 nationale parlementariers en 85 leden van het Europese Parlement) enthousiast en geladen naar Rome reizen komt bedrogen uit. Reserves en zelfs wantrouwen overheersen, zowel bij nationale volksvertegenwoordigers als bij Europarlementariers. En niemand lijkt erop te rekenen dat vrijdag een gezamenlijke verklaring zal worden aangenomen waarvan de regeringen van de lidstaten, die de onderhandelingen tijdens de IGC's voeren, onder de indruk zullen raken. Niemand verwacht dat er een vuist gemaakt zal worden die in alle hoofdsteden maar tot een conclusie zou kunnen leiden: de zaak van de democratie in de EG verdient tijdens de IGC's de hoogste prioriteit.

'Ik ben bang dat er een vrij slappe aanbeveling uit de bus zal komen, gezien het feit dat de standpunten van de nationale parlementen onderling ver uiteen liggen', zegt de christen-democraat Van der Linden, die de vijf man sterke delegatie uit de Tweede Kamer naar Rome aanvoert. Hij denkt dat de afgevaardigden uit de Britse en Franse parlementen er alles aan zullen doen om de ontwikkelingen naar een federale Europese Gemeenschap met een in democratisch opzicht volledig geoutilleerd Europees Parlement tegen te houden. Daarmee zouden ze zich diametraal opstellen tegenover de Duitse, Italiaanse, Belgische en ook Nederlandse parlementariers, die al jaar en dag op de bres staan voor een supranationale EG en een sterk Europarlement.

De Fransen verdenkt Van der Linden er bovendien van te streven naar een Europees 'congres' van twee kamers: een eerste kamer bestaande uit vertegenwoordigers van nationale parlementen van de EG-landen en een tweede kamer van Europarlementariers. 'Dat wijkt geheel af van het federale Europa dat ons en andere parlementen voor ogen staat. Het riekt naar de traditionele Franse ideeen over een intergouvernementeel in plaats van een supranationaal Europa', aldus de CDA'er.

Bezorgdheid over de Franse opstelling overheerst ook bij het liberale Europarlementslid De Vries. Tijdens recent liberaal vooroverleg in Brussel over de Assisen waren afgevaardigden uit alle EG-parlementen aanwezig behalve de liberalen uit de Franse volksvertegenwoordiging. 'Zij lieten weten dat ze naar de Assisen gaan als vertegenwoordigers van het Franse nationale parlement en dat ze daarom geen behoefte hadden aan afstemming van de standpunten met geestverwanten uit andere EG-landen', zegt De Vries. Dit weerspiegelt volgens hem 'de krampachtigheid van de Franse politiek van dit moment' en 'de verwarring die er nu in Parijs heerst over de Franse buitenlandse politiek en het Franse EG-beleid'.

Gezien de Franse ideeen over democratie in de EG zijn veel Europarlementariers er als de dood voor de bijeenkomst in Rome een vervolg te geven. 'Ik hoop deze vorm van overleg niet vaak meer te zien', verzucht de christen-democratische Europarlementarier Penders. Hij ziet het gevaar opdoemen dat over een half jaar een evaluatiezitting moet worden gehouden, en daarna nog weer een, 'en voor dat je het weet zouden de Fransen hun zin hebben gekregen'.

De scepsis onder de deelnemers aan de Assisen is ook ingegeven door de traditioneel gespannen verhouding tussen nationale en Europarlementariers. Hoewel de eersten de greep op de Europese ministerraden verloren hebben lijken ze die bevoegdheid niet aan de laatsten toe te vertrouwen. De afgevaardigden in het Europarlement spreken vaak meewarig over het gebrek aan realiteitszin in de nationale parlementen, die niet willen inzien dat ze over EG-besluiten bijna niets meer te vertellen hebben. 'De band is niet goed', geeft Van der Linden toe. 'Het Europese Parlement moet bijdragen aan versterking van die band. De Europarlementariers moeten de lidstaten als hun regio beschouwen en daar moeten ze vertoeven. Het is belangrijker dat Europarlementariers hier zijn dan in Papua New Guinea'.

In het Europese Parlement wordt ook steeds meer beseft dat verbetering van de samenwerking met de nationale parlementen noodzakelijk is, al was het alleen maar uit eigenbelang. De Nederlandse socialistische Europarlementarier Alman Metten zou de Romeinse Assisen vooral willen gebruiken voor het verwerven van steun in de nationale parlementen om de IGC's te beinvloeden. Bij de laatste wijziging en aanvulling van de Europese verdragen, die vijf jaar geleden de vorm kreeg van de Europese Akte, had het Italiaanse parlement ratificatie daarvan afhankelijk gesteld van goedkeuring door het Europarlement. In Rome zouden meer volksvertegenwoordingen tot zo'n standpunt moeten worden overgehaald.

Het Europese Parlement wil allereerst dat bij de totstandkoming van de Politieke Unie van de EG zijn rol in het wetgevende proces wordt versterkt. Dat zou kunnen door de 'samenwerkingsprocedure' zoals die nu geldt voor de richtlijnen (wetten) van de 'interne markt' van 1992 naar andere terreinen uit te breiden en verder te verstevigen. Verder wil het Europarlement onder andere het recht krijgen de voorzitter van de Europese Commissie te kiezen en afzonderlijke commissarissen naar huis te sturen. Verder zou het begrotingsrecht moeten worden uitgebreid en zou het Parlement het recht de bevoegdheid moeten verwerven alle verdragen met derde landen goed te keuren.

Als lokaas om nationale parlementen over de brug te krijgen circuleert een opvallend voorstel, onthult Europarlementarier De Vries. Hij sluit niet uit dat de instemming van de Franse Nationale Assemblee en het Britse Lagerhuis met een medebeslissingsrecht van het Europese Parlement op wetgevend gebied verkregen zou kunnen worden door de nationale volksvertegenwoordigingen het recht te geven herziening van de besluiten te vragen. Het verzoek daartoe zou de steun moeten hebben van een derde van de parlementen in de EG-landen. Zo zouden de nationale parlementen toch nog een stem in het EG-kapittel kunnen krijgen. Misschien groeit er in Rome nog iets moois.

    • W. H. Weenink