Kraaiend van opwinding achter Columbus aan

De wereld van Boudewijn Buch, Ned.1, 23.06 uur

Hoewel het pas over twee jaar echt vijfhonderd jaar geleden is dat Columbus Amerika ontdekte, maakte Boudewijn Buch nu vast een serie van negen programma's over de ontdekkingsreiziger. Dat onderwerp pakt niemand hem meer af. Buch reisde ervoor naar Columbus' vermoedelijke geboorteplaats Genua, naar zijn graf in de Dominicaanse Republiek en naar alle plaatsen ertussen waar Columbus voet aan wal zette. Het onderwerp leent zich goed voor televisie want er zijn nogal wat relikwieen en andere overblijfselen verspreid over de wereld die de desondanks weinig gedetailleerde biografie kunnen illustreren.

Behalve dat Columbus op 12 oktober 1492 op een van de eilandjes voor de kust van Amerika aan land ging, is er niet veel meer met zekerheid te zeggen over het leven van Columbus. Men neemt aan dat hij in 1551 als Christoforo Colombo werd geboren in de Italiaanse havenplaats Genua en die stad doet er, zoals Buch ons laat zien, alles aan om te bewijzen dat dat inderdaad zo is. Het stadsarchief heeft alle documenten die men kon vinden over de familie Colombo permanent geexposeerd. In het stadhuis van Genua wordt in een soort lantaarn een stukje bot van Columbus bewaard dat ooit werd opgestuurd uit de Dominicaanse Republiek en in de kamer van de burgemeester blijkt in een geheimzinnig doosje een viertal brieven van Columbus te worden bewaard.

Buch lijkt zelf van de vondst te schrikken en het is die persoonlijke inbreng die zijn programma's zo aangenaam doen afwijken van de geijkte historische documentaire met gravures, klassieke muziek en rustgevende commentaarstem. Buch kraait van opwinding als hij in Genua op de onlangs blootgelegde klinkers van de oude pier staat, waar Columbus ook moet hebben gelopen.

In zo'n programma mag de presentator ook zijn persoonlijke mening ventileren, gebaseerd op veel leeswerk maar vooral ook op het gevoel. Kwam Columbus nou echt uit Genua, of misschien toch van Corsica? Buch kiest voor Genua. En lijkt de replica van de Santa Maria in Barcelona wel? Buch gelooft van wel. Een enkel onderwerp had wat meer uitgewerkt mogen worden, maar aan de andere kant, over Columbus valt niet meer te zeggen.

Van heinde en ver, zondag, Ned.2, 10.10 uur.

De De Kinderen van de Stenzijn de kinderen van de intifadah, de bijna drie jaar oude Palestijnse volksopstand in door Israel bezet gebied. Het is ook de titel van een tweedelige documentaire die de VPRO morgen en zondag over een week uitzendt. Morgen komen uitsluitend Palestijnse kinderen aan het woord; volgende week ook Israelische.

Het lot van de Palestijnse kinderen in bezet gebied is inderdaad niet te benijden. De Israelische bezettingsautoriteiten sluiten hun scholen geregeld als broeinesten van opstandige activiteit. Ze lopen het risico bij demonstraties te worden opgepakt of zelfs te worden gewond of gedood bij tegenacties door Israelische militairen. Israelische soldaten kunnen 's nachts plotseling voor hun bed staan bij een huiszoeking of ze hebben opeens geen huis meer, als dat door de Israelische autoriteiten wordt opgeblazen omdat hun broer of neef of vader betrokken is geweest bij de dood van een Israelische militair.

Maar er is ook nog een andere, meer verscholen kant. De grote mensen achter de intifadah gebruiken de kinderen in de voorhoede van betogingen om de Israelische militairen in verlegenheid te brengen; om hen, als ze toch schieten of slaan, te kunnen aanklagen als laffe monsters die er zelfs niet voor terugschrikken kinderen aan te vallen.

Trudy van Keulen, de maakster van de documentaire, is er niet in geslaagd iets meer dan de Palestijnse cliches van de intifadah te laten zien. De ondervraagde kinderen maken de indruk van beginnende acteurs in een slecht toneelstuk die eindeloos gerepeteerde teksten opzeggen. Alleen de jongen die bekende doodsbang te zijn geweest bij een nachtelijke huiszoeking klonk oprecht.

Dat het allemaal erg maar ook weer niet zo erg is bewijst het feit dat de meeste ondervraagde kinderen gewoon open en bloot voor de camera zitten. In, pakweg, Irak, zouden ze het niet wagen om zelfs gemaskerd dergelijke anti-regeringsverklaringen af te leggen. 'Alle inwoners van de stad zijn tegen ze (de Israeliers), die kunnen ze met alle wapens van de wereld niet aan', zegt een van de kinderen. In Israel niet, inderdaad, daar voelen de autoriteiten zich nog altijd wat door humanitaire overwegingen geremd. Want dat zoiets wel degelijk kan heeft immers het buurland Syrie in 1982 met zijn bombardement van het opstandige Hama getoond.