Kabinet: geen invoering van spitstoeslag

DEN HAAG, 24 nov. Een toeslag op de motorrijtuigenbelasting voor weggebruikers in de ochtendspits is voorlopig van de baan. Deze zogenoemde spitstoeslag blijft in elk geval de komende twee jaar achterwege. Dit heeft premier Lubbers gisteren na de vergadering van de ministerraad meegedeeld.

Verhoging van de motorrijtuigenbelasting en van de benzineaccijns staan het kabinet voorlopig voor ogen als andere financieringsbronnen voor de verkeers- en vervoersplannen in de komende jaren.

Naar verluidt hebben vooral de PvdA-ministers alsmede minister Hirsch Ballin (justitie) in het kabinet zich tegen de spitstoeslag verzet. Lubbers kon gisteren niet met zekerheid zeggen of de spitsheffing er nog zal komen en wanneer dat zal zijn. 'Het zou onwijs zijn om er zonder goede controle aan te beginnen.'

De opzet bij deze heffing was dat automobilisten die in de ochtendspits van hun voertuig gebruik wensen te maken een toeslag zouden betalen op de motorrijtuigenbelasting. Volgens ambtelijke stukken zou het om een bedrag van gemiddeld 600 gulden per jaar gaan. De betalingscontrole daarvan zou in principe op dezelfde wijze geschieden als bij de motorrijtuigenbelasting zelf: camera's langs de weg die kentekennummers fotograferen. De spitstoeslag is vooral gesneuveld omdat er onvoldoende technische middelen zijn automobilisten te controleren die incidenteel in de spits willen rijden en daarvoor een 'dagkaart' dienen aan te schaffen. De controlemogelijkheden daarvoor schieten echter tekort, maakte Lubbers duidelijk.

Minister Maij-Weggen (verkeer) toonde zich niet teleurgesteld dat een financieringsbron voor haar verkeersplannen vooralsnog is weggevallen. Het kabinet heeft volgens haar vastgesteld dat de spitstoeslag een begaanbare weg is. 'De spitstoeslag is nog steeds niet van de baan.' Volgens de plannen die zij deze zomer presenteerde zou deze heffing in 1992 worden ingevoerd, om later 1996 of 1997 te worden vervangen door een systeem van tolheffingen.

Aan dat laatste houdt het kabinet nog steeds vast, zei Lubbers, maar 'het gaat nog ettelijke jaren duren'. De premier onderstreepte dat de financiering van de verkeersplannen, vooral investeringen in het openbaar vervoer, in de lopende kabinetsperiode niet in gevaar komt.

Pag. 7: Kabinet: voorlopig geen invoering van 'spitstoeslag'

De verhoging van de motorrijtuigenbelasting waar het kabinet aan denkt, vloeit voort uit een al eerder aangekondigd onderzoek om voor auto's die door hun gewicht of motorvermogen relatief veel brandstof verbruiken een hoger tarief te rekenen. Omdat daardoor de aanschaf van 'lichtere', minder tankende auto's wordt gestimuleerd, komt een dergelijke regeling het milieu ten goede.

Voor verhoging van de accijns zijn diverse mogelijkheden. Lubbers speculeerde op de plannen die in Duitsland bestaan de benzine-accijns, zij het pas na de verkiezingen, te laten stijgen. Dan wordt het 'grenseffect' van een accijnsverhoging (in Duitsland tankende Nederlanders) beperkt. Overigens wordt nog dit najaar een voorlopige richtlijn van de EG verwacht, op grond waarvan Nederland de dieselaccijns zou moeten of kunnen verhogen en een accijns op LPG kan invoeren.

De Stichting Natuur en Milieu speculeerde daar gisteravond ook op in haar reactie op het kabinetsbesluit. Accijnsverhoging, waarmee het rijden duurder wordt gemaakt, is volgens de stichting veel beter dan verhoging van de motorrijtuigenbelasting. Zij vindt daarom dat de dieselaccijns per liter met 12 cent en de benzine-accijns met 10 cent omhoog moet en de in te voeren LPG-accijns 20 cent moet worden.

De organisaties van de autobranche, BOVAG en RAI, reageerden opgelucht op het kabinetsbesluit. Een verhoging van de wegenbelasting is voor hen acceptabel, mits het geld aan verbetering van het wegennet wordt besteed. De regeringsgracties van CDA en PvdA reageren nog niet op het besluit, omdat het kabinet dit volgende week nog in een brief aan de Tweede Kamer zal toelichten.

Het kabinet hoopt investeringen in het verkeer de komende jaren vooral uit het nieuwe in te stellen infrastructuurfonds te putten. Dat blijkt uit het wetsvoorstel voor het fonds dat het kabinet deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het fonds, dat in 1992 moet worden ingesteld, vervangt het bestaande rijkswegenfonds en mobiliteitsfonds. Alle investeringen op het gebied van wegenaanleg- en onderhoud, rails, vaarwegen, infrastructuur bij zeehavens en luchthavens worden straks uit het nieuwe fonds betaald. Het zal bij de aanvang 4 miljard gulden bevatten, waarvan 60 procent uit de algemene middelen afkomstig zal zijn. Het wordt verder gevoed uit (al bestaande) toeslagen op de motorrijtuigenbelasting, accijnzen, eventuele spitstoeslagen en tolheffingen.

Het infrastructuurfonds krijgt de mogelijkheid op de kapitaal- en geldmarkt te lenen en ook kan het als overheidsgarantie dienen voor leningen door particuliere financiers van infrastructuur. Zo worden uit het fonds de particuliere exploitatiemaatschappijen van de tunnels vergoed. De tunnel die onder de Noord bij Alblasserdam in aanbouw is, is particulier gefinancierd; de bedoeling is dat met de toekomstige Wijkertunnel bij Velsen hetzelfde gebeurt.

Met de instelling van het fonds moet het profijtbeginsel bij het gebruik van infrastructuur meer dan voorheen worden toegepast. De gebruiker moet meer gaan betalen voor wegen en rails, waarvan de aanleg een verantwoordelijkheid is van de overheid, aldus de toelichting van het kabinet op het wetsvoorstel.