HONDURAS

Tussen contra's en bananen. Standplaats Honduras

door Moniek Munninghoff en Jan Donkers

50 blz., Hivos/VPRO 1990, f 7,50

ISBN 90 70435 02 0

Honduras is een journalistiek terra incognita. Terwijl de minuscuulste landjes ter wereld al bedeeld zijn met hoogstaande reisverhalen, moet Honduras het stellen met statistisch materiaal, wetenschappelijke publicaties en pamfletten van diverse pluimage. Alleen al om deze reden verdient elke poging om het alledaagse leven in dit armste land van Midden-Amerika in kaart te brengen alle lof.

Moniek Munninghoff en Jan Donkers hebben zo'n poging ondernomen. Zij verbleven drie maanden in Honduras voor het VPRO-radioprogramma 'Standplaats'. Hun opdracht was eens verder te kijken dan de bestaande stereotypen 'bananenland bij uitstek' en het tot voor kort nog geldende 'uitvalsbasis voor de Nicaraguaanse contra's'. Begin dit jaar deden zij dat wekelijks op de radio, maar nu is er ook een aanvullend boekje verschenen. Het overgrote deel ervan is geschreven door Munninghoff; haar partner Donkers neemt slechts twee van de elf hoofdstukken voor zijn rekening.

De auteurs hebben een aardige methode gekozen om Honduras in kaart te brengen: de inwoners worden zelf aan het woord gelaten. Zo'n methode kan statistieken leven inblazen, wetenschap inzichtelijk maken en pamfletten tot reele proporties terugbrengen. Het kan, kortom, een boeiend journalistiek verslag opleveren met een extra dimensie.

Helaas lukt dit Munninghoff en Donkers niet. Dit wordt met name veroorzaakt door het taalgebruik in het boek. Veelal worden de getuigenissen van de Hondurezen aaneengesloten weergegeven. Maar tussen de aanhalingstekens staat alles behalve spreektaal. Een openingszin als ' Ik ben Carmen, woon in Tegucigalpa, ben dertig jaar en heb zeven kinderen... ' is verscheidene malen in diverse hoedanigheden te lezen. Dit is geen journalistiek proza, maar meer het verslag van een politieverhoor. Een dergelijke stacato schrijfstijl heeft op den duur een verlammend effect op de lezer.

Een ander minpunt betreft de inhoudelijke kant van de verhalen. In het boekje zit een ' politieke boodschap', en die wordt overdadig geponeerd. Uit het hoofdstuk met achtergrondinformatie blijkt eigenlijk al duidelijk genoeg hoe scheef de politieke en sociaal-economische verhoudingen in Honduras liggen. Het is een van de belangrijkste oorzaken van de armzalige toestand waarin het land verkeert. Maar helaas wordt die 'boodschap' talloze malen herhaald en dat gaat steeds meer storen. De auteurs hadden het beter kunnen laten bij de dagelijkse beslommeringen waarover de Hondurezen vertellen, want die spreken vaak al voor zich.

Toch slagen Munninghoff en Donkers er soms weldegelijk in te boeien. En dat is niet toevallig in de hoofdstukken waar de expliciete politieke boodschap afwezig is. Een goed voorbeeld is het verhaal van de Garifuna's. Deze etnische zwarte groep van ongeveeer vijftigduizend zielen leeft in nederzettingen aan de Caribische kust. In twee pagina's worden de levensstijl en magie van de Garifuna's onderhoudend weergegeven. Ook is er een goed en bondig verhaal met krachtige citaten over de bananenindustrie. Het stuk over de Dwaze Moeders van Honduras is ook een voorbeeld van hoe het wel degelijk kan. Hierin vertelt Fidelina Borjas over de zoektocht naar haar sinds 1982 verdwenen zoon. Zij heeft geen politieke analyse nodig om duidelijk te maken waar het haar om gaat: ' Ik eis de waarheid en als ik die eenmaal weet dan hoef ik niet meer te leven.' De tragiek van een land in een enkel citaat.