Hollands Dagboek

Jerzy Grzegorzewski is sinds 1982 artistiek leider van het toonaangevende theatergezelschap 'Teatr Studio' uit Warschau. Hij begeleidt de toneeluitvoering van Leo Tolstojs 'De dood van Iwan Iljitsj', met Henk van Ulsen in de hoofdrol. De premiere is 11 december in de Schouwburg van Leiden.

Donderdag

Een verrassend en amusant voorstel: of ik een week lang een dagboek wil bijhouden voor de krant 'Het Zaterdags Bijvoegsel'. Karla brengt me het verzoek over tijdens de repetitie en zegt, dat ik het maar moet aannemen, Magda zegt hetzelfde als ze de brief van de redactie voor me vertaalt. Ik moet vanaf vandaag, dat is donderdag, beginnen te schrijven, het moeten 1750 woorden worden en verder wordt er aangegeven dat het op A-4 formaat moet worden ingeleverd, welke regelafstand ik moet gebruiken en hoeveel bladzijden dat worden. Ik moet het woensdag over een week inleveren, maar de beschrijving van woensdag mag ik donderdagochtend inleveren.

Ik verlaat de repetitie met de vraag waar ik zal beginnen. Het begin van de dag lijkt op alle voorafgaande dagen. Ik word vroeg wakker, om zeven uur zet ik de radio aan en luister naar de nieuwsuitzending van de BBC in het Pools, ik wacht op nieuws uit Polen, maar het gaat steeds over Rusland, Gorbatsjov, mevrouw Thatcher en de Perzische Golf. Ik zet muziek aan. Dat vroege begin van de dag biedt mij het comfort van nog een uurtje te kunnen blijven liggen en na te denken over het ontbijt, dat ik toch niet klaar maak, omdat ik daar veel te lui voor ben. Voor de repetitie eet ik in een koffiebar een sandwich, drink een kop koffie en probeer naar Polen te bellen, meestal lukt dat niet, maar vandaag heb ik succes. Ik praat met mijn medewerkers van het theater 'Studio'. Het bericht over het uitstellen van de premiere van 'Kassandra' van Christa Wolf, die gepland was voor 20 november. Ze wachten op mijn terugkomst. Ik voel me ellendig, ik verlaat de koffiebar met een soort schuldgevoel, dat de situatie er misschien anders had uitgezien, als ik aanwezig was geweest in 'Studio'. Ik troost me met de gedachte dat technische overwegingen de doorslag hebben gegeven, zodat mijn aanwezigheid toch niet van belang zou zijn geweest. In elk geval is het beter om na een repetitie te bellen. Ik maak me onnodig druk. Gisteren heb ik met Henk (van Ulsen) besloten, dat we tot twaalf uur nieuwe scenes ensceneren en correcties aanbrengen, en dat we na de middagpauze grotere stukken repeteren.

Ik ga met de lift naar de vierde verdieping van het huis aan de Leidsedwarsstraat, waar onze zaal is.

Ik zie op tegen het tweede gedeelte van de repetitie. Henk zit al te wachten, Jim van der Hoeven is er ook. Jim is bijna twee meter lang, hij is een atletisch gebouwde jongeman, hij doet aan judo, hij studeert geloof ik politieke wetenschappen, maar toneel interesseert hem en hij debuteert als acteur in de rol van Gerasim, de bediende van Ivan Iljitsj. We wachten even op Magda. Magda zit op de Kunstacademie, woont al twaalf jaar in Nederland, en fungeert als tolk tijdens de repetities. Het begin van de repetitie is vrij kleurloos, we bespreken technische zaken, bijvoorbeeld in welke scene welk costuum gedragen wordt, in de enscenering is ook nog niet alles duidelijk.

Zo gaat het bijna elke dag, we zoeken voor de afzonderlijke scenes naar ruimtes, elementen, requisieten. Dat houdt in dat we goed moeten opletten dat we op tijd klaar zijn, maar sommige beslissingen stellen we uit tot het moment waarop we er zeker van zijn dat de oplossing van een bepaalde scene de juiste is. Ik heb trouwens de volledige ontwerpen uit Warschau meegebracht, maar juist omdat die er zijn, zoeken we naar tegenargumenten en laten weg wat gemist kan worden. Henk loopt heen en weer, hij verschuift meubels, controleert afstanden, vraagt naar details. Hij is een perfectionist, hij noteert alles in zijn exemplaar van het stuk - zo is het vanaf de eerste repetitie gegaan, eerst bracht me dat een beetje van mijn stuk, daarna begon het me te irriteren; ik zeg soms dingen die nog niet volledig doordacht zijn, hij noteert het meteen en ik heb het gevoel dat ik moet opletten om niet in zijn eigen netten verstrikt te raken. We komen terug op scenes die we een week geleden gerepeteerd hebben en Henk herinnert zich alles uitstekend, als er twijfels zijn, kijkt hij in zijn exemplaar en kan hij ons vertellen hoe dat een week geleden was.

Ik slaak een zucht van verlichting als het ons lukt zonder noemenswaardige onderbreking het merendeel van de scenes door te lopen. We gaan tevreden en goedgehumeurd uiteen.

Henk nodigt ons uit om morgen naar de voorstelling van het toneelstuk 'Het Zuiden' van Julien Green te komen kijken, waarin hij op dit moment optreedt. Ze spelen in Amersfoort. We gaan met ons drieen, Magda en ik rijden met Jim mee.

Vrijdag

's Avonds de reis naar Amersfoort.

Ik heb nog geaarzeld of ik wel zou gaan. Ik heb kou gevat, ik voel me beroerd, maar de volgende voorstellingen zijn in Antwerpen, dus vandaag is de enige mogelijkheid.

Ik zit of liever gezegd lig op de achterbank. Magda zit voorin naast Jim. Ze zitten druk te praten. Jim zit nonchalant achterover en houdt het stuur nauwelijks vast, misschien is autorijden voor hem een ontspanning, ik merk dat de graad van ontspanning evenredig toeneemt met de snelheid van de auto. We arriveren om acht uur, voor de kassa zien we een aankondiging dat de voorstelling tegen twaalven afgelopen is.

Drieeneenhalf uur in een vreemde taal. Houd ik dat vol? Maar vanaf het opgaan van het doek raak ik er met de minuut meer van overtuigd dat het de moeite waard was om te gaan. Een prachtige enscenering, voortreffelijke belichting, die eerste indruk wordt later nog versterkt door de aangename verrassing van de harmonische vormgeving van de voorstelling, de preciese regie waarin de opeenvolgende scenes elkaar mooi verduidelijken. Ik verheug me er over dat Henk goed in vorm is, ik ontdek hier nieuwe accenten in zijn acteertalent. Een verrassing is de hoofdrolspeler, een jonge acteur die met veel bravoure speelt. Zijn uitstekend gevoel voor vorm, de expressiviteit van zijn beweging, de intensiteit waarmee hij op het toneel aanwezig is wekken mijn bewondering.

Hij zou Stavrogin kunnen spelen in de 'Demonen'. Na de voorstelling gaan we naar Henk toe, we blijven even praten, hij accepteert met voldoening onze gelukwensen.

Ik ben blij dat ik toch gegaan ben.

De reis terug naar Amsterdam. In de auto vertelt Magda me de inhoud van het stuk. Ik dacht dat het stuk een politieke inhoud had, dat de botsingen en hartstochtelijke discussies van de jonge mensen uitdrukking gaven aan hun verschillende ideologische standpunten vlak voor het uitbreken van een burgeroorlog. Nu blijkt dat het stuk gaat over de intieme levenssfeer en de emotionele complicaties tussen twee personen van hetzelfde geslacht, wat uitloopt op een tragisch duel.

Dat komt als een verrassing.

Zaterdag

Ik loop na de repetitie terug over het Leidseplein, ik heb zin om een beetje door Amsterdam te zwerven, maar ik ben moe, ik stap in lijn twee en ga naar huis.

Ik bewoon twee kamers met keuken, doorgaans uitgestrekt op de zware pluche banken, verlicht door geraffineerde lampen met geplisseerde lampekappen waar vrolijk gekleurde strikken aan bevestigd zijn. Vanaf de televisie kijkt een witte porseleinen kat van behoorlijke afmetingen me met schalkse oogjes aan. Ik drink een glas wijn en zet de televisie op Eurosport. Deze week is er elke dag tennis. Het kan niet beter. Ik kijk urenlang naar games, sets, backhands en smashes. Af en toe kom ik overeind en sla een balletje met een denkbeeldig racket. Maar al gauw vergaat me de zin om die bewegingen na te bootsen en ik kruip ontmoedigd in bed.

Zondag

Het prettige vooruitzicht van een vrije dag. Ik lig in bed, ik heb geen repetitie, ik hoef niet op te staan, ik hoef niets. Plotselinge paniek. Hoe moet dat met mijn dagboek? Wat moet ik schrijven als er niets gebeurt, als ik zelfs mijn best doe om niet na te denken?

Als er niets is, dan maar niets.

Maandag

Als ik voor de repetitie in de lift stapt, kom ik Hans Hoes tegen. Wat een ontmoeting! Ik heb hem een paar jaar niet gezien. We zijn allebei vreselijk blij elkaar te zien. Hij heeft een repetitie in een zaal een verdieping lager. Plotseling heb ik het beeld van 'Amerika' van Kafka in de Haagse Comedie voor ogen, dat ik in 1982 geregisseerd heb. Hans speelde toen Karl Rosman. Ik kijk naar hem en als in een kaleidoscoop schuiven de figuren, de situaties ineen. Te beginnen met het telefoontje van Joanna Bilska uit Nederland naar Wroclaw met de vraag of ik belangstelling had voor een regie bij de Haagse Comedie. Ze noemde 'Amerika', omdat ze over de voorstelling in Wroclaw gelezen had en hem aan Guido de Moor had aanbevolen. Joanna werkte toen als de dramaturg bij de Haagse Comedie, nu regisseert ze zelf interessante voorstellingen. Voor enkele daarvan heb ik de enscenering gedaan.

Ik herinner me mijn reis 's winters in de lege, onverwarmde trein. Dat was in januari 1982 vlak na het uitroepen van de staat van beleg, de grenzen zaten dicht, en ik had als enige dankzij tussenkomst van Nederlandse kant een paspoort gekregen. Daarna het werk aan 'Amerika' en de voortdurende angst over wat er thuis in Polen gebeurde, het gebrek aan informatie, het ontbreken van elk contact. Je kunt je moeilijk gunstiger omstandigheden voorstellen voor een regisseur die zich met Kafka en diens nachtmerries bezighoudt.

Maar dat ligt al ver in het verleden, zodat het bijna onwerkelijk lijkt. Net zoals de dood van Guido de Moor me onwerkelijk voorkomt. Zondag ga ik naar Den Haag om op de ambassade mijn stem uit te brengen in de presidentsverkiezingen.

Dan zou ik het graf van Guido willen bezoeken.

Dinsdag

's Avonds. Ik breng me het gedicht van Tadeusz Rozewicz te binnen, waarvan het begin luidt:

Ik droomde van

Lew Tolstoj

hij lag te liggen

enorm als de zon

met ruige en

verwarde haren

maar

ik zag zijn hoofd

een gouden golvende plaat

leek zijn gezicht

waarover voortdurend licht

vloeide

(Vert. Gerdien Verschoor)

Is het maken van toneelbewerkingen van meesterwerken uit de literatuur eigenlijk wel toelaatbaar? Hoe kan een dode schrijver in je droom verschijnen, als hij een tegenstander van dergelijke praktijken is? Misschien kan hij als verzachtende omstandigheid aannemen, dat een toneelbewerking een uitdrukking is van de fascinatie met zijn werk, een soort eerbetoon en niet een symptoom van hoogmoed en grootheidswaan.

Woensdag

Binnenkort beginnen we met de laatste repetities, al op het toneel, en daarna een serie try-outs met publiek. Ik probeer in mezelf opnieuw die impuls op te roepen van mijn eerste ideeen over de toneelbewerking van 'De dood van Ivan Iljitsj'. Maar dat is niet eenvoudig. Die scenes zijn een eigen leven gaan leiden, die werkelijkheid wordt beheerst door eigen regels, door de logica van haar eigen vorm, zij legt zichzelf dwingend op en streeft ernaar een gesloten geheel te vormen. Ik voel me alsof ik door die vorm wordt buitengesloten, alsof ik me plotseling erbuiten bevind - als een vreemde. Ik kijk naar de scenes die ik talloze malen gezien heb, ik kijk naar de voorstelling die ontstaat en ik denk er het mijne van. Ja, nu moeten we nogmaals binnen die verstarde wereld het vuur doen ontbranden, de elementen in beweging brengen, nogmaals proberen die verborgen krachten en geheimen te bereiken die nieuwe energie vrijmaken.

Ik amuseer me met de gedachte, dat Henk me de vraag stelt, hoe het plan voor de volgende repetitie er uit ziet. Ik antwoord zonder haperen: In jezelf een droom over Ivan Iljitsj oproepen, de meest fantastische en stoute droom, en tegelijkertijd die droom sturen; je tegelijkertijd in de droom bevinden en er buiten staan. Alsof er in een rivier twee stromingen samengaan. Ik verlaat de repetitie met een gevoel van vreugde zoals het beleven van een meeslepend avontuur of het wachten op een verrassing die met zich meebrengt.

Ik ga een bar binnen, ik drink een jonge genever, kijk naar het Leidseplein en bedenk hoe fantasisch het is om nu in Amsterdam te zijn. (Vertaling Esselien 't Hart)