FRIEDRICH NIETZSCHE

Filosoof van de eeuwige wederkomst

Friedrich Nietzsche: Complete Biografie

door Curt Paul Janz

Deel 1: Jeugd/De jaren in Basel (1869-1879), deel 2: Periode van de vrije filosofie/Erkenning/Het tragische levenseinde (1900)/Bronnen en register

488 en 503 blz., geill., Tirion 1990, vert. C. W. A. J. A. Walraven (Friedrich Nietzsche Biographie, 1978-1979)

f 69,50 per deel (geb.)

ISBN 90 5121 205 4 en 90 5121 206 2

Friedrich Nietzsche (1844-1900) schreef in Voorbij goed en kwaad dat iedere grote filosofie een zelfbekentenis van haar auteur is, een vorm van ongewilde en ongemerkte memoires. Deze opvatting lijkt ook zeker toepasbaar op Nietzsches eigen filosofie. Er zijn weinig filosofen bij wie leven en werk, dat wil zeggen biografische ervaring en filosofische theorievorming, zo in elkaar grijpen als bij hem. Met name zijn opvattingen over leven als 'Wil tot macht', als permanente (zelf-)overwinning en lijden krijgen een geheel andere betekenis als men ze plaatst in de context van zijn leven, dat werd beheerst door hevige aanvallen van migraine, halve blindheid en grote eenzaamheid.

Een goede biografie van Nietzsche is daarom een onmisbaar instrument voor een begrip van zijn denken. Een dergelijke biografie heeft men lang moeten missen. Decennia lang was de vervalsende levensschets van Elisabeth Forster-Nietzsche van rond de eeuwwisseling het enige grote biografische werk over de filosoof. Als reactie op deze uitgave begon Richard Blunck aan het einde van de dertiger jaren aan een nieuwe, kritische Nietzsche-biografie. Door de oorlog liep de onderneming aanzienlijk vertraging op. Blunck slaagde er slechts in het eerste deel over Nietzsches kinder- en studententijd uit te brengen. Zijn medewerker Curt Paul Janz heeft het werk na Bluncks dood in 1862 voortgezet, hetgeen aan het eind van de zeventiger jaren resulteerde in de eerste kritische Nietzsche-biografie. Deze biografie is nu door C. W. A. J. A. Walraven vertaald en uitgegeven bij uitgeverij Tirion. Hiermee is opnieuw een belangrijke stap gezet in het toegankelijk maken van de filosoof voor een nog steeds groeiend Nederlands publiek.

BRIEVEN

De biografie van Janz was meteen bij verschijning in 1978 een standaardwerk voor het Nietzsche-onderzoek. Dat kwam niet alleen omdat er geen goed alternatief was, maar vooral omdat Janz er in geslaagd was een behoorlijk compleet en vooral ook levendig beeld te schetsen van de denker. Hij maakt veel en goed gebruik van de enorme hoeveelheid documenten, brieven en verslagen van tijdgenoten. Bovendien weet hij deze zodanig in beschrijvingen van gebeurtenissen en theoretische uiteenzettingen te verwerken, dat de lezer naast kennis van het leven van Nietzsche, een goed beeld van zijn persoonlijkheid krijgt; van wat in hem omging, wat hem bewoog.

Janz is erin geslaagd een groot aantal mythen die over Nietzsche de ronde doen te ontkrachten. De Nietzsche-receptie is lange tijd sterk gekenmerkt door mythe-vorming. Daar heeft vooral Nietzsches zuster Elisabeth toe bijgedragen. Die heeft, voornamelijk uit eigenbelang, hem tot held van de Duits-nationalistische beweging gemaakt. Zij heeft daartoe zelfs teksten van haar broer vervalst. Zo werden brieven die Nietzsche eigenlijk aan zijn moeder had geschreven, uitgegeven als brieven aan haar. Een ander schokkend voorbeeld is een passage uit Ecce homo. Nietzsche beweert daarin van Poolse afkomst te zijn, ' zonder ook maar een druppel slecht bloed bijgemengd, zeker geen Duits'. In de door de onder beheer van Elisabeth uitgegeven tekst is Nietzsche plotseling 'trots' op zijn Duitse bloed. Ook de door haar geschreven biografie is sterk gekleurd door haar persoonlijke wens- en waanbeelden. Omdat zij vrijwel het alleenrecht had op de documenten, heeft zij decennia lang het Nietzsche-beeld kunnen bepalen.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een nieuwe belemmering: het Nietzsche-archief bevond zich in Oost-Duitsland. Voor de heersende communisten gold hij als een fascistische en daarom verboden filosoof. Pas in de jaren zestig mochten twee Italianen het archief betreden. Na de door hen uitgegeven Kritische Gesammtausgabe verschenen een groot aantal andere studies, waaronder ook deze biografie van Janz.

De oorspronkelijke, in totaal bijna tweeduizend bladzijden tellende editie bestaat uit vijf delen. Het eerste deel ('Jeugd') is een bewerking van het boek van Blunck. Het geeft een goed beeld van het predikantenmilieu waarin Nietzsche opgroeide, evenals de school- en studentencultuur van het Duitsland van de negentiende eeuw.

VROUWEN

Nietzsche werd in 1844 geboren als zoon van een predikant en een predikantsdochter. Zijn vader overleed toen hij vier was en hij groeide op tussen vier vrouwen. Dankzij zijn opvallende prestaties op het gymnasium ontving hij een beurs voor het humanistisch georienteerde instituut Pforta. Na doorloping daarvan studeerde hij klassieke filologie, eerst in Bonn en later in Leipzig.

Nog voordat Nietzsche was gepromoveerd, werd hij beroepen tot professor Griekse taal en literatuur aan de universiteit van Basel. Janz is zelf in deze stad geboren, heeft er gestudeerd en lang gewoond. Dat verklaart waarom deze periode in Nietzsches leven zo uitvoerig en treffend wordt beschreven. Het is de tijd waarin Nietzsche veel van zijn tijd doorbrengt op Tribschen, het woonhuis van Richard Wagner. In Basel leerde hij ook de kerkhistoricus en theoloog Franz Overbeck en de cultuurhistoricus Jakob Burckhardt kennen. Hij schreef er bovendien zijn eerste filosofische werken: Die Geburt der Tragodie aus dem Geiste der Musik, Unzeitgemasse Betrachtungen en Menschliches Allzumenschliches. De eerste twee zijn idealistische, sterk door Schopenhauer en Wagner beinvloede geschriften; het laatste neemt daar radicaal afstand van.

Nietzsche moest vanwege zijn gezondheid het professoraat in Basel opgeven. Dit gaf een voor de filosofie gelukkige wending aan zijn leven: hij kon zich de rest van zijn bewuste bestaan volledig wijden aan de filosofie. Het waren jaren die werden gekenmerkt door drie-daagse aanvallen van migraine. Nietzsche was daarom voortdurend op zoek naar een gunstig klimaat; in de zomer verbleef hij vaak in de bergen (met name hoog-Zwitserland: Sils Maria), in de winter vluchtte hij naar Italie (Genua, Turijn). Dit nomadenbestaan deed Nietzsche steeds meer vervreemden van de wereld en maakte hem af en toe zeer eenzaam.

Een laatste weg terug naar de wereld werd geboden door zijn kennismaking met Lou Salome. Zijn huwelijksaanzoek werd door haar afgewezen, maar wel maakten ze plannen om gezamenlijk met Paul Ree in Parijs, Munchen of Berlijn te gaan studeren. Het stuklopen van deze onderneming en van de vriendschap met Lou grepen Nietzsche sterk aan. Alleen een zendingsbewustzijn hield hem in die jaren op de been.

Dit zendingsbewustzijn klinkt door in alle werken vanaf Also sprach Zarathustra. Het centreert zich rond het thema van de dood van God en de verkondiging van de leer van de eeuwige wederkomst: de gedachte dat alles altijd weer komt, in dezelfde vorm en omstandigheden. Deze leer zou de mens na de dood van God een nieuw en ander perspectief geven. Andere thema's uit deze jaren zijn de 'Umwertung aller Werte' en de 'Wille zur Macht'.

Terwijl Nietzsches filofosie steeds meer aan populariteit won, viel hij zelf onafwendbaar ten prooi aan de waanzin, in 'De jaren van verkwijnen (1889-1900)', zoals Janz het formuleert. Hij werd door zijn moeder in Naumburg verzorgd. Na haar dood in 1897 nam zijn zuster Elisabeth deze taak over in Weimar. In deze tijd begon Elisabeth zich bezig te houden met de uitgave van Nietzsches werken, de oprichting van een Nietzsche-archief en het schrijven van een biografie. Zij had in de voorgaande jaren op slinkse wijze de rechten van zijn boeken weten te bemachtigen.

Het beeld van een geesteszwakke Nietzsche die aan alles en iedereen overgeleverd is aan zijn zuster en moeder, aan de artsen, aan de Duits-nationalisten is deprimerend. Op 25 augustus 1900 stierf hij. Zijn begrafenis was al even paradoxaal als zijn hele leven: ' Op de dodenakker van een christelijke kerk en onder het luiden van haar klokken sprak men afscheidswoorden uit het boek van de antichrist Zarathustra. En niemand van de rouwenden schijnt een gevoel te hebben gehad van de enorme, zelfs onoverbrugbare kloof die hier tussen oord en woord, tussen pretentie en werkelijkheid gaapte, ' schrijft Janz.

SYFILIS

Ter completering van het verhaal besluit de oorspronkelijke uitgave van ze biografie met een verzameling documenten, foto's en een bijzonder handige bibliografie en index. Dit maakt het boek tot een waardevol bezit. Maar de biografie is in de eerste plaats belangrijk omdat Janz een aantal nieuwe aspecten aan het Nietzsche-onderzoek heeft weten toe tevoegen. Allereerst is hij erin geslaagd greep te krijgen op de rol die het fenomeen ziekte in Nietzsches leven en werk speelde. Janz laat zich hierbij niet verleiden tot goedkoop heroisme of mystificatie, zoals met name in het begin van deze eeuw veel voorkwam. In de loop der tijd zijn een groot aantal hypothesen over aard en oorzaak van de ziekte naar voren gebracht. Bijzondere aantrekkingskracht had het thema van de nabijheid van de verknoping van genialiteit en waanzin, zoals men dat in Nietzsche verpersoonlijkt zag.

De vraag aan welke ziekte Nietzsche leed, is waarschijnlijk nooit op te lossen. Janz bespreekt een aantal theorieen. De belangrijkste is de hypothese van de syfilis-infectie, die Nietzsche bij een bordeelbezoek kan hebben opgelopen. Janz brengt naar voren dat deze ziekte een fantasieverhogende werking kan hebben, hetgeen de periodes van enorme inspiratie uit de tijd van Nietzsches zwervend filosofenbestaan zouden kunnen verklaren. Een andere mogelijkheid is een erfelijke ziekte. Hiervoor spreekt het vroege overlijden van Nietzsches vader aan een hersenaandoening, evenals het voorkomen van mentaal gestoorden in de familie aan moeders zijde. Janz doet overigens de belangrijke suggestie dat Nietzsche zonder zijn ziekte niet de filosoof had kunnen zijn die hij was.

In deze biografie komt ook voor het eerst de musicus Nietzsche uitvoerig aan bod. Janz is zelf musicus en heeft ook de uitgave verzorgd van Nietzsches muzikale nalatenschap. Hij heeft gevoel voor de rol die muziek in het leven van de filosoof speelde. Nietzsche was zelf een niet geheel onverdienstelijk componist. Bovendien bevinden zich in al zijn werken aforismen die zijn visie op muziek geven, die deze componist ophemelen en een ander afkraken. En bij de opbouw van zijn werken dacht Nietzsche in muzikale vormen. Muziek vormde een permanente onderstroom van Nietzsches leven. Dat blijkt met name uit de verandering die zijn filosofie onderging toen hij zijn vriendschap met Wagner verbrak.

WEDERKOMST

Helaas heeft deze biografie ook een tekortkoming: Janz is er niet in geslaagd Nietzsches filosofie een ondubbelzinnige plaats in de levensschets te geven. In het voorwoord stelt Janz dat het niet de bedoeling was Nietzsches werk te verklaren of te beoordelen. Probleem is echter dat hij daaraan niet ontkomt. Bij de behandeling van Nietzsches werken en de thema's die hem bezighielden legt de biograaf onwillekeurig accenten, geeft hij uitleg en beoordeelt hij. En Janz oordeelt niet altijd juist. Het is bijvoorbeeld niet onomstreden in de leer van de eeuwige wederkomst Nietzsches hoofdgedachte te zien. Maar interpretatie is nu eenmaal onontkoombaar, en Janz valt dat nauwelijks te verwijten. Behalve dan misschien de pretentie een, zoals hij het noemt, 'Biographie im strengsten Sinne' te hebben geschreven.

Voor de Nederlandse uitgave van de biografie is het werk teruggebracht van drie naar twee banden. Gedeeltelijk is dat mogelijk gemaakt door een kleinere letter. Meer ruimtewinst is ontstaan door het weglaten van enkele gedeeltes van de tekst. Soms werkt dat goed uit; al te vaak echter wordt niet duidelijk waarom een bepaalde passage is geschrapt en een ander niet. Voor het Nietzsche-onderzoek is het jammer dat het gedeelte 'documenten en teksten' is weggelaten. Wat men zeker mist, is een voorwoord. Ten slotte is het te betreuren dat de handige tussenkoppen en het daarbij behorende uitgebreide inhoudsoverzicht zijn verdwenen.

Waarschijnlijk heeft de verwantschap tussen het oorspronkelijke Duits en Nederlands de vertaler ertoe verleid zoveel mogelijk van de structuur van de oorspronkelijke tekst te bewaren. Daardoor ontstaat een enigszins hoogdravend geheel, met ouderwets aandoende woordkeus en lange, gecompliceerde zinnen. Bovendien heeft Walraven het helaas niet aangedurfd de in de tekst voorkomende gedichten te vertalen.

Maar ondanks deze 'schoonheidsfoutjes' is de vertaling een karwei van formaat. Aan de stijl went men toch snel. En tegen het licht van de enorme hoeveelheid informatie die de biografie bevat, vallen de omissies in het niet. Deze biografie is zeker aan te raden voor een ieder die geinteresseerd is in Nietzsche.