EEN POGING TOT VERKLARING VAN DE SHOAH

Voorbij de verboden drempel. De Shoah in ons geschiedbeeld

door H. W. von der Dunk

285285 blz., Prometheus 1990, f 34,90 (E ISBN 90 5333 039 9

Korte tijd nadat H. W. von der Dunk met gevoelens van ongenoegen de Utrechtse leerstoel cultuurgeschiedenis voortijdig vacant heeft gemaakt, is Voorbij de verboden drempel verschenen, een boek over de betekenis van de Shoah in ons geschiedbeeld. Met dit werk heeft Von der Dunk niet de opzet een nieuwe bijdrage te leveren aan de geschiedschrijving van de uitroeiing der joden tijdens de Tweede Wereldoorlog; hij zoekt naar verklaringen en oorzaken en hij stelt de schuldvraag aan de orde. Vooraf, in het eerste hoofdstuk, vraagt hij zich af of een dergelijke studie een analyse dan wel een evocatie moet zijn.

Wie zich richt op verklaringen, oorzaken en schuld, richt zijn aandacht in de eerste plaats op de vervolgers en leidt daardoor automatisch de aandacht van de slachtoffers af. Is dat moreel aanvaardbaar en emotioneel verwerkbaar? Is de Shoah niet zo uitzonderlijk, niet zo uniek, dat afgeweken moet worden van de normale eisen van wetenschappelijk-historisch onderzoek?

Sommigen twijfelen aan de relevantie van deze door Von der Dunk opgeworpen vragen. Ik meen dat dit wel belangrijke vragen zijn en dat een discussie daarover niet uit de weg moet worden gegaan. Alleen met mensen die ervan uitgaan dat iedere historische gebeurtenis even uniek is, is het moeilijk te discussieren over de uniciteit van de Shoah, net zoals met degenen voor wie er nooit iets nieuws onder de zon is. Maar de Shoah is nog zo recent, de uitroeiing van de joden in Europa is zo massaal geweest en de invloed van die gebeurtenis op het doen en denken van tallozen sedert 1945 tot in onze dagen is zo groot, dat het zinvol is zich te bezinnen op de vraag naar de inpasbaarheid van dat gebeuren in de loop van de geschiedenis.

Massamoorden op nationale, culturele, religieuze, sociale, etnische, linguistische minderheden zijn vaker voorgekomen. De Shoah was nieuw en uniek niet alleen vanwege de massaliteit, maar omdat het ging om de uitroeiing op biologisch-racistische gronden: wie over het vastgestelde aantal joodse grootouders beschikte, diende vernietigd te worden.

Op de in het eerste hoofdstuk gestelde methodologische vragen geeft Von der Dunk een helder en duidelijk antwoord: ook voor dit onderwerp zal de historicus zich bij zijn onderzoek zoveel mogelijk moeten vrijwaren voor emotionele vereenzelviging met de slachtoffers en zal hij moeten voldoen aan de eisen die het wetenschappelijke ambacht hem stelt. Dat door deze benadering de aanvaardingsdrempel van de Shoah wordt verlaagd en dat daardoor de kans op herhaling groter wordt, gelooft Von der Dunk niet. Ook een andere benadering, bijvoorbeeld een geschiedschrijving in het teken van de herdenking, biedt naar zijn mening geen garantie, zelfs niet een sterkere garantie dat herhaling niet plaats zal vinden.

BLAUWBAARD

Aan het slot van zijn boek komt Von der Dunk op dit probleem terug: bestaat er een verboden drempel? Beschikt de Blauwbaard genaamd geschiedenis over kamers waar de wetenschapper niet binnen mag treden? Ook na de tweehonderd tussenliggende bladzijden aan analyse en beschrijving blijft hij deze vragen ontkennend beantwoorden. De Shoah staat niet buiten de geschiedenis en het is niet waar dat de inpassing in de geschiedenis de Shoah haar bijzonderheid ontneemt: ' Methodologisch is een vergelijking de enige manier om het onvergelijkbare aan te geven.'

Deze afwijzing van het idee van een verboden drempel, de inpassing van de Shoah als object van historisch onderzoek, kan in verband worden gebracht met de zogenoemde Historikerstreit. In deze discussie vertrekken Ernst Nolte en zijn aanhangers eveneens van het uitgangspunt van de inpasbaarheid van de Shoah in de loop van de geschiedenis. In hun opvatting was de Shoah vooral een reactie op twee andere gebeurtenissen: de onder Stalin gepleegde massamoorden en de 'oorlogsverklaring' van de joden aan nazi-Duitsland.

Om met het laatste te beginnen: Chaim Weizmann, voorzitter van de Zionistische Wereldorganisatie, verklaarde na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 dat de joden aan de zijde van de Engelsen stonden. In de opvatting van Nolte kon Hitler daardoor volgens het gangbare oorlogsrecht de joden als 'vijandelijke onderdanen' interneren. Op tal van punten gaat deze argumentatie mank: het is een omdraaiing van oorzaak en gevolg, er kan geen sprake zijn van vijandelijke onderdanen, alleen al omdat Weizmann geen staatshoofd of regeringsleider was. Maar bovenal: Weizmanns 'oorlogsverklaring' kan geen excuus voor de Shoah zijn.

Van meer belang is de bewering dat Hitlers Auschwitz een antwoord zou zijn op Stalins Goelag-Archipel. Wordt die bewering aanvaard, dan is het maar een kleine stap naar een volgende stelling: de Shoah was niet meer dan een antwoord op Stalins terreur. Daarmee verliest, in de woorden van Von der Dunk, Hitler als leerling van Lenin en Stalin iets van zijn criminele statuur en staat Duitsland niet meer alleen met een bezoedeld verleden.

RAS Dit politiek ongewenste resultaat maakt de wetenschappelijk ingeklede bewering van Nolte nog niet ongeldig. Von der Dunk gaat op verschillende plaatsen in dit boek en hier wreekt zich het ontbreken van een zakenregister in op het voor dit probleem essentiele verschil tussen de nazi-leer en de marxistisch-communistische heilsleer. Stalin en de zijnen wilden een bepaald systeem vernietigen met als resultaat de dood van miljoenen; Hitler en de zijnen wilden een in hun ogen minderwaardig ras vernietigen.

Steeds weer komt Von der Dunk op dit onderscheid terug. De joden werden een gevaar geacht op grond van hun ras, de koelakken op grond van hun klasse. In laatste instantie gaat het om een verschil in aanvaarding of niet-aanvaarding van een domein van persoonlijke vrijheid: in principe kon je wel van klasse veranderen, maar nimmer van ras; jood was en bleef je op grond van het aantal joodse grootouders. In de Historikerstreit neemt Von der Dunk dus een duidelijk standpunt in. Volgens hem maakt Nolte, juist door de verdoezeling van deze wezenlijke verschillen tussen de wereld van Stalin en die van Hitler, zijn these inzake Hitlers beleid als reactie op het Bolsjewisme onaanvaardbaar.

Het uitzonderlijke, het unieke van de Shoah moet volgens Von der Dunk in de naamgeving tot uitdrukking worden gebracht. Die houdt, zo schrijft hij, een eerste positiekeuze in. Hij verwerpt daarom al direct termen als massamoord, uitroeiing en vernietiging, omdat ze historische analogieen voor de geest roepen en daardoor te kort schieten. Wie 'Endlosung' als aanduiding gebruikt, valt in de nazi-kuil van de bureaucratische versluiering. 'Liquidatie' doet te veel denken aan een noodzakelijke of gewenste opruiming; 'genocide' is slechts een gelatiniseerd etiket dat een afstandelijk-wetenschappelijke sfeer schept. Door het hanteren van de uitdrukking 'holocaust', dat wil zeggen brandoffer, zou je een hogere zin geven aan de zinloosheid van het gebeuren. Aan het einde van deze terminologische beschouwing schrijft Von der Dunk in een zin dat hij de voorkeur geeft aan de Hebreeuwse term shoah, ' omdat die op de uitroeiing door het nationaal-socialistische Duitsland slaat, zonder die oorspronkelijke religieuze zingeving van 'Holocaust' '.

Maar zonder enige nadere toelichting en Von der Dunk geeft die niet is de term Shoah voor degene die het Hebreeuws niet beheerst evenzeer een etiket, net zoals het Latijnse genocide. In het Oude Testament komt het woord shoah een twaalftal keren voor, gewoonlijk in de betekenis van totale vernietiging, verwoesting, ondergang. Zoals in Jesaja 10: 3, in de nieuwe vertaling weergegeven als 'verwoesting'; in Zefanja 1: 15 waar de dag van de shoah op drie manieren wordt aangegeven, als de 'dag van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid'; in Spreuken 3: 25, waar de shoah van de goddelozen wordt vertaald als de 'ondergang der goddelozen'. Het Hebreeuwse woord shoah kan eigenlijk niet worden vertaald met een Nederlands woord. Shoah is iets dat in de wereld gebeurt en dat erger, vreselijker is dan een natuurramp. De Shoah is dan de shoah van de Tweede Wereldoorlog.

TOTALITARISME Von der Dunk onderscheidt verschillende verklaringen van de Shoah, waarbij hij zich baseert op de belangrijkste literatuur over dit onderwerp. Is de Shoah een logische, zij het uiterste consequentie van het antisemitisme? Of moeten we de oorzaak eerder zoeken in de theorie van het moderne totalitarisme met zijn behoefte aan een terreur-object (maar niet noodzakelijk de joden als terreur-object)? In hoeverre vormt het nationaal-socialisme op zichzelf en dan in het bijzonder de persoon Hitler een verklaring? Op deze vragen sluit een andere vraag nauw aan: in hoeverre was de bevolking van Duitsland na de onbegrepen nederlaag in de Eerste Wereldoorlog ontvankelijk voor de totalitaire staatsvorm en legde zij zich in zeer groten getale bewust of onbewust neer bij het voorspel en bij de voltooiing van de Shoah?

Het meest uitgebreid gaat Von der Dunk in op het antisemitisme in een hoofdstuk met de titel 'De ontwikkeling van het antisemitisme in vogelvlucht'. Het is met zijn zesenzeventig bladzijden bijna een derde van de totale tekst veruit het langste van de zes hoofdstukken. Gezien het onderwerp van dit hoofdstuk, de geschiedenis van het antisemitisme vanaf het prille begin in de oudheid tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, moest het wel tot een mislukking leiden. Het is te veel om te sterven en te weinig om te leven. De belezenheid van Von der Dunk staat boven twijfel, maar de honderden achter in het boek opgenomen literatuurverwijzingen vormen natuurlijk maar een zeer gering deel van wat er geschreven is over het antisemitisme sedert de oudheid. Het is een te ambitieuze onderneming die bovendien, voor zover het volledig is, geen nieuwe gezichtspunten bevat. Een strakke lijn ontbreekt; op sommige onderdelen is het verhaal veel gedetailleerder dan op andere, zonder dat duidelijk is waarom.

Een thematische aanpak, uitgaande van verschillende vormen van antisemitisme, zou te prefereren zijn geweest als een aanloop tot een analyse van het verschijnsel als mogelijke verklaring en oorzaak van de Shoah. Bovendien kan de lezer die weinig of niets van de geschiedenis van het antisemitisme afweet door het chronologische overzicht licht op het verkeerde spoor worden gezet. Hij zou kunnen menen dat het op religieuze aspecten gebaseerde antisemitisme alleen in de oudheid en in de middeleeuwen voorkwam, het op economische aspecten gebaseerde antisemitisme alleen in de periode van de emancipatie. De cumulatie van de verschillende vormen van antisemitisme in het verloop van de tijd komt in dit onevenwichtige verhaal niet duidelijk genoeg uit de verf.

Van essentieel belang voor het eigenlijke onderwerp van het boek is wat Von der Dunk beschrijft als het 'nieuwe antisemitisme', het in de achttiende eeuw opgekomen, op antropologische theorieen gebaseerde antisemitisme. Dit was geworteld in de opvatting dat het innerlijk en het uiterlijk van het individu in harmonie zijn. Dit idee zou uitmonden in de 'creatie' van het arische ras. Wie lelijk van buiten was, was ook lelijk van binnen, om het eens simpel uit te drukken. Vooral aan de neus werd de nodige aandacht besteed en ook Von der Dunk gaat daarop in. Ik kan het niet nalaten het joodse antwoord daarop te vermelden: A nose of beauty is a goy forever.

ANTIMODERNISME

Op dit nieuwe antisemitisme volgde in de negentiende eeuw de symbiose van nationalisme en antisemitisme op grond van wat Von der Dunk aanduidt als 'deterministische biologistische theorieen'. Nationalistisch racisme en antimodernisme vonden elkaar in antisemitisme. Al wat slecht was in de modernisering werd de jood verweten, ongeacht of het te maken had met het kapitalisme dan wel het marxisme.

Het is duidelijk dat het eeuwenoude en wijdverspreide antisemitisme een voorwaarde is geweest voor ontstaan en uitvoering van de Shoah. Maar waarom nu juist in of juister uitgedrukt: georganiseerd door Duitsland? Von der Dunk behandelt deze vraag in lagen: het antisemitisme in de Weimar-republiek als reactie op het trauma van de eerste wereldoorlog, de betekenis van de nationaal-socialistische leer, en de rol van de persoon Hitler daarin.

Het valt op dat Von der Dunk hier voor het vinden van verklaringen overschakelt op psycho-analytische theorieen. Die kunnen voor historici interessant, zelfs zinvol zijn, als ze maar met mate worden toegepast. Die beperking mis ik in dit deel van het boek. De wortel van het kwaad wordt gezocht in het opvoedingssysteem, en dan vooral in het rietje als vast attribuut van de docent, die in de klas schadevergoeding zoekt voor zijn subalterne maatschappelijke status. Rigoureuze fatsoensnormen en het taboe op seksualiteit leidden er volgens Von der Dunk toe dat de libido gemakkelijk in de vorm van sadisme doorbreekt en hier ligt dan ook de 'kiem van de bestiale ranselpraktijken van SA en SS in de kampen later'.

Wat wordt met dit soort opmerkingen eigenlijk verklaard? Kunnen we er iets uit leren en, zo ja, wat dan? Waarom zou het hanteren van het rietje op de Engelse onderwijsinstellingen hebben geleid tot homoseksualiteit en tot spionage voor de Sovjet-Unie en in Duitsland tot 'bestiale ranselpraktijken' in de concentratiekampen? En vormen die ranselpraktijken hoe ernstig en pijnlijk op zichzelf een wezenlijk onderdeel van de Shoah? Ligt dat wezenlijke niet veeleer in de koele, klinische, mechanische en technologische wijze waarop miljoenen werden geisoleerd en de dood in gejaagd? Hiervoor geeft het rietje geen verklaring.

Een geschikter object voor de psycho-analytische theorieen vormt het gedrag van Hitler. Maar ook hier vraag ik me af of er niet wat meer matiging had moeten worden betracht in De verboden drempel. Hitlers redevoeringen worden vergeleken met 'een oratorisch orgasme' en zijn idool van de mannelijke arische overweldiger wordt voor hem 'het gesublimeerde spiegelbeeld van de joodse verkrachter'.

MEELOPERS

Over de betekenis van Hitler voor de Shoah worden, gelukkig, ook andere aspecten uitgediept. Het gaat hierbij vooral om drie problemen: Hitlers rol binnen het nationaal-socialisme, de betekenis van het antisemitisme in Hitlers wereldbeschouwing en de vraag of Hitler persoonlijk en zo ja, wanneer met het idee kwam van de fysieke uitroeiing van de joden. Hier is Von der Dunk als analyticus in de betekenis van historicus die historische problemen analyseert weer op zijn best. Glashelder zet hij zijn mening uiteen over de plaats en positie van Hitler bij de aanloop tot, het denken over en de uitvoering van het beleid dat tot de Shoah heeft geleid. Zijn centrale plaats als Fuhrer en zijn verantwoordelijkheid voor het gevoerde beleid worden duidelijk geschetst, en dat gebeurt met de relativering die nodig is om te voorkomen dat zijn meelopers, meedenkers, en de uitvoerders van zijn beleid zich voor hun verantwoordelijkheid achter Hitler kunnen verschuilen.

In dit gedeelte van het boek en in de slotparagraaf gaat Von der Dunk in op de vraag of er zonder Hitler geen Shoah zou zijn geweest. Het is boeiend het antwoord op die vraag te lezen van iemand die nog onlangs in een interview in deze krant verklaarde: ' Als Hitler er niet was geweest, was ik Duitser gebleven.' Von der Dunk tekent morele, wetenschappelijke en politieke bezwaren aan tegen de uitspraak 'zonder Hitler geen Shoah'. Moreel is het onaanvaardbaar, omdat het de afwenteling van de schuld op een zondebok zou betekenen. Wetenschappelijk is de stelling niet houdbaar omdat het een miskenning is van het feit dat zelfs in de meest strakke dictatuur de dictator onderworpen is wat Von der Dunk 'de dwangmatigheden van de samenleving' noemt. Politiek is de stelling niet acceptabel, omdat ze bedoeld is als versluiering van de samenhang tussen de nationale traditie en de opkomst van de totalitaire nazi-staat.

KRITIEK

Hiermee zijn we aangeland bij een laatste hier te noemen verklaringsgrond: de ontvankelijkheid van Duitsland voor de totalitaire verleiding. Von der Dunk schetst in het kort de bekende ontwikkeling van het trauma van de Eerste Wereldoorlog naar de nationaal-socialistische machtsovername. Het nationaal-socialisme voldeed in zijn wezenstrekken zo sterk aan de bestaande behoeften van zeer grote delen van het Duitse volk, dat je je afvraagt of die trekken niet werden ontwikkeld om juist aan die behoeften te voldoen.

Vinden we in Voorbij de verboden drempel een totale, afgeronde visie op de Shoah en geeft de schrijver ons de verklaring voor deze historische gebeurtenis? Het zou unfair zijn jegens Von der dunk de vraag zo te stellen. Goede historici en Von der Dunk behoort tot de besten weten dat ze wellicht wel de ambitie kunnen hebben zo'n werk ooit te schrijven, maar niet de pretentie dit ooit te realiseren. In zijn in het voorwoord vermelde wens een bijdrage te willen leveren aan de discussie over verklaring, oorzaken en schuld is hij volledig geslaagd. De vragen die hij opwerpt, zijn in de literatuur alle wel eens eerder gesteld. Maar op al die vragen tracht hij een helder antwoord te geven en in verreweg de meeste gevallen slaagt hij in die poging. Ondanks de kritiek die op onderdelen kan worden uitgeoefend, is deze studie van Von der Dunk een indrukwekkend en belangrijk boek, het meest diepgravende Nederlandse werk dat ik over deze materie heb gelezen.

Een goed zakenregister zou de waarde van deze studie hebben vergroot. Verschillende belangrijke en interessante kwesties worden op diverse plaatsen in het boek behandeld, en je zou als lezer de verspreide opmerkingen over dezelfde kwestie wel eens naast elkaar willen zetten. Om een paar voorbeelden te noemen: de functie van de totalitaire staat in de discussie rond de Historikerstreit, de betekenis van de Shoah voor het ontstaan en het voortbestaan van de staat Israel, het vraagstuk van de uniciteit van de Shoah.

Het wel opgenomen personenregister heeft weinig te betekenen. Op een uitzondering na zijn alle namen in het boek verzameld. De samensteller heeft de moeite genomen er de voornamen bij te geven. Soms zijn die behoorlijk verrassend: Aus der Funten heet Franz in plaats van Ferdinand Hugo, Erich Rajakowitsch wordt Wilhelm Rajakowitch. Waarlijk interessant is die ene naam die, zonder enige nadere toelichting, wordt weggelaten: Adolf Hitler.

Isaac Lipschits is hoogleraar contemporaine geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.