DIE VERROTTE FRANSE DEMOCRATIE

La Grande Manip door Francois de Closet477 blz., Ed. du Seuil 1990, f 53,75. ISBN 202 01 21 557

Als het aan de journalist Francois de Closets had gelegen, was de herdenking van de Franse revolutie vorig jaar niet zo uitbundig gevierd. Eenvoudig omdat er niets te vieren viel. Tweehonderd jaar na dato gooien de Fransen met de pet naar hun zo bloedig verworven democratie, vindt hij: de politici zijn slechts uit op handhaving van hun macht, steken hun kop in het zand als er belangrijke problemen moeten worden besproken en manipuleren de burgers.

Met zijn kritiek op het gebruik van de democratie, die centraal staat in La Grande Manip, sluit De Closets aan bij een lange rij critici die hebben gewaarschuwd tegen misbruik van 'het minst slechte systeem'. Zelf gaf hij eerder al in zijn boeken La France et ses mensonges en Tous ensemble kritische analyses van de Franse maatschappij. In La Grande Manip moeten vooral de 'rotte plekken' in de politiek het ontgelden. De verdienste van de auteur is vooral de manier waarop hij het onderwerp behandelt: taboedoorbrekend, onpartijdig en met interessante voorbeelden uit de Franse actualiteit.

De ergste vijand van de democratie, stelt De Closets, is de manipulatie: in een maatschappij waar de politicus geen geweld mag gebruiken om de burger te laten gehoorzamen, grijpt hij naar de manipulatie. Manipuleren heeft maar een doel: bij de burger een oordeel uitlokken zonder dat hij er over heeft nagedacht.

De gevolgen laten zich lezen in opiniepeilingen: 85 procent van de Fransen vindt dat de politici de waarheid verhullen, 88 procent meent dat ze de belangrijke problemen negeren en 69 procent van de Franse burgers erkent dat ze zich niet meer interesseren voor politiek (L'Express, november 1989).

Het stuitendste voorbeeld van manipulatie in de Franse politiek is wel de communistische partij, schrijft De Closets. In tegenstelling tot hun broeders in Oost-Europa konden de communisten in Frankrijk geen geheime politie, een-partijstelsel en tanks inzetten om de burger te dwingen, maar met valse informatie zijn ze een heel eind gekomen. Onbegrijpelijk dat zoveel Fransen, vooral intellectuelen, daarvoor zijn gezwicht, meent De Closets, want al het heil dat de PC haar Franse aanhangers voorhield, werd in het oosten onmiddellijk door de realiteit ontkracht. Eigenbelang kan geen rol hebben gespeeld, want het partijlidmaatschap leverde de Franse communist niets op geen privileges, geen carriere, geen auto. Integendeel, de Franse communisten zijn puur en alleen gezwicht voor leugens. Fascinerend, vindt De Closets.

SCHEIDING

Voor de grote problemen in Frankrijk werkloosheid, racisme bestaan evenwel geen linkse en rechtse oplossingen. Toch houden, uit angst macht kwijt te raken en daden te moeten stellen, ook de Franse politici de kunstmatige scheiding in stand. Zo kan rechts in Frankrijk tenminste op haar lauweren rusten waar het de bestrijding van terrorisme betreft, want iedere rechtse kiezer is ervan overtuigd dat rechts het terrorisme hard aanpakt. En vallen de cijfers over terrorisme dan toch tegen, dan kan rechts altijd nog zeggen dat ' het onder een linkse regering in elk geval nog beroerder zou zijn geweest'. Het aantal arrestaties mag nog nooit zo hoog zijn geweest als ten tijde van de socialistische minister van Justitie Badinter, links zal nooit naam maken als groot bestrijder van de criminaliteit. Rechts wordt nooit de partij van het anti-racisme, links kan geen kwaad doen als het gaat om de sociale zekerheid. En zo blijven links en rechts omwille van de 'duidelijkheid' bestaan.

Mitterrand is een van de weinige Franse politici die heeft 'geprobeerd' daar verandering in te brengen, volgens De Closets, zolang het hem uitkwam tenminste. Zijn verkiezingscampagne in 1988 was een zuiver produkt van opiniepeilingen. Was het Franse volk de ideologische tegenstelling tussen links en rechts zat? 'Tonton' (oompje, de koosnaam van Mitterrand) predikte de ouverture, de toenadering tot het politieke centrum. Wilden de Fransen daden in plaats van woorden? Tonton had het over pragmatiek. Wilden de Fransen een boven de partijpolitiek verheven president? Tonton presenteerde zich als de wijze vaderfiguur. De Fransen geloofden Tonton en Tonton, 'Dieu le Pere', werd herkozen. Om nog geen jaar later de politiek van de ouverture, de rassemblement, opzij te zetten en weer toenadering te zoeken tot de communisten. Want waar het uiteindelijk werkelijk om gaat, volgens De Closets, is de vraag welke vriendjespolitiek bij de volgende verkiezingen de meeste stemmen oplevert.

Dat ook is de reden, beweert hij, dat de belangrijkste problemen in Frankrijk werkloosheid en de opkomst van extreem-rechts zo weinig aandacht krijgen in de politieke debatten: je wint er geen stemmen en dus geen macht mee. De politiek wist zo snel geen oplossing voor de problemen tussen immigranten en Fransen, dus verkoos zij lange tijd te zwijgen. Onder het mom dat het aan de kaak stellen van het immigratieprobleem verdacht veel leek op racisme. Pas in 1985 werd het eerste debat gevoerd over de immigratie.

De gevolgen van dat doodzwijgen zijn rampzalig gebleken, meent De Closets. Frankrijk is verworden tot een slagveld waar racisten en anti-racisten elkaar bevechten op leven en dood, waar Le Pen van 'Monsieur-44.000 stemmen' kon uitgroeien tot 'Monsieur-4,4 miljoen stemmen' en waar de Franse politici gewoon doorgaan met hun struisvogelpolitiek. De socialisten zien slechts het onrecht dat de buitenlanders wordt aangedaan en negeren de problemen van de Fransen; RPR en UDF manoeuvreren moeizaam tussen hun kiezers: erkennen ze dat er een immigratieprobleem is, dan komen ze Le Pen tegemoet en verliezen ze kiezers ter linkerzijde. Aarzelen ze, dan verwijten de conservatievere kiezers hen een slappe houding. Zwijgen is en blijft het veiligst. Le Pen daarentegen deinst er niet meer voor terug te spreken over de ondergang van het blanke ras. De burgemeester van Toulon zegt openlijk dat zijn stad niet de 'vuilnisbak van Europa' is en zijn ambtgenoot in St. Etienne heeft het over 'de bruine criminaliteit'.

Vreemd genoeg heeft de enige beweging die met kracht is ingegaan tegen de opkomst van extreem-rechts, SOS-racisme, maar weinig succes. sinds in 1984 de eerste badges verschenen met de tekst ' Touche pas a mon pote' (kom niet aan m'n makker) is de aanhang van SOS-racisme wel spectaculair gestegen, maar het Front National niet teruggedrongen.

De Closets verklaring is gewaagd. SOS-racisme steekt alleen een beschuldigende vinger op richting de Fransman en beschouwt de buitenlander uitsluitend als slachtoffer. Dat wekt irritatie bij veel Fransen, die in principe niet racistisch zijn, maar wel last zeggen te hebben van het grote aantal buitenlanders. En meer en meer geirriteerde Fransen zoeken hun heil bij Le Pen.

Harlem Desir en zijn SOS-racisme zien het vreemdelingenvraagstuk als een ethische kwestie, maar dat is, volgens De Closets, niet voldoende: zij weigeren te spreken van een immigratieprobleem, om de eenvoudige reden dat er geen immigratieprobleem zou zijn. Er bestaat alleen racisme. Als SOS-racisme het alleen had over het antisemitisme, dan zou die redenering kloppen, volgens De Closets: er bestaat geen joods probleem, alleen antisemitisme. Maar zij gaat niet op, volgens de auteur, voor het huidige immigrantenvraagstuk: er zijn wel degelijk problemen tussen Fransen en buitenlanders. En op dat punt toont SOS-racisme zich ver verwijderd van de realiteit en maakt ook SOS-racisme zich schuldig aan manipulatie, meent De Closets, die de organisatie vergelijkt met nonnen die aids willen bestrijden door kuisheid te propageren.

De grote verdienste van De Closets is dat hij in La Grande Manip het ene taboe na het andere doorbreekt en op een nieuwe, zeer verhelderende wijze tegen aloude vraagstukken aankijkt, die zich voordoen in elk (niet-totalitair) land. Dit boek is daardoor ook voor niet-Franse lezers interessant. De Closets geestige, ironische manier van schrijven blijft tot het einde boeiend, zijn breedsprakigheid zij hem vergeven.

Maar ook de lezer van La Grande Manip moet zich hoeden voor manipulatie. Want De Closets maakt zich soms schuldig aan dezelfde stelligheid die hij de politici verwijt. Met dit verschil: ' Alles wat ik zeg is discutabel, ' schrijft hij in zijn voorwoord, ' maar ik heb dan ook geen ander doel dan het debat weer aan te wakkeren.'