De Nederlandse strafrechtspraak in de praktijk; De politierechter

Het Nederlandse strafrechtsysteem staat onder grote druk. Een aantal blunders van het justitiele apparaat heeft een golf van kritiek veroorzaakt. Het betrof doorgaans spectaculaire strafzaken. Maar gaat er ook veel mis in onopvallender sferen? Wat gebeurt er bij voorbeeld in de dagelijkse praktijk van een politierechter in Utrecht?

Meningen en impressies gedurende enkele weken observatie. Over lange wachttijden, de alcoholwalm uit de stukken, de ontreddering van een officier, de fouten op het parket. 'De dossiers hippen van bureau naar bureau.'

T

heeft zijn stiefouders be stolen. Negenduizend gul den cash, cheques, paspoorten. Met gebogen hoofd zit hij voor de rechter. Zijn stem klinkt dof, hij is zuinig met woorden. Ze hadden hem geboeid binnengebracht. Een jonge vrouw volgde hem op enkele passen, ze nam plaats in een van de lege banken van de rechtszaal. De diefstal waarvoor hij nu berecht wordt, vond ruim twintig maanden geleden plaats. Sinds kort zit hij voor een ander delict in voorlopige hechtenis.

Hij is 25 jaar - tien jaar geleden verliet hij het ouderlijk huis. Hij kon niet opschieten met zijn vader. Hij voltooide wel de MEAO, maar daarna viel hij ten prooi aan gokverslaving. In grote geldnood forceerde hij begin 1988 de toegang tot het ouderlijk huis.

' U hoorde opeens een auto', zegt de rechter, ' en heeft zich toen boven onder een bed verstopt. Klopt dat?'

- Kan. Zaak is al zolang geleden.

- U heeft later gezegd: het was maar goed ook, anders had ik alles uit huis gesleept.

- Op het geld na heb ik alles teruggegeven.

- Na drie dagen belde u op en zei: ik heb het gestolen, ik zal zorgen dat de paspoorten terugkomen. Het geld was toen al op. Lekker eten in Amsterdam. Gokken. Alleen met fruitautomaten?

- Ja.

- U heeft toen een lang gesprek gehad met uw moeder. Met haar heeft u altijd een goed contact gehad?

- Met haar wel, met vader niet.

- U had toen nog werk. U verdiende 1800 gulden per maand. Dat was altijd binnen drie dagen op?

- Ja.

- Uw vader heeft een aangifte ingediend. Daarmee was u het eens?

- Heb hem zelf opdracht gegeven.

- U had toen de beste voornemens. U wilde hulp halen. ..Die hele diefstal was een roep om hulp.

- Dat gaat me wat ver.

- Het consultatiebureau voor alcohol en drugs kon me niet helpen, die hebben geen ervaring met gokverslaving. Je staat er alleen voor. Ik heb me op laten nemen in een psychiatrische inrichting. Depressief. Na drie maanden vol medicijnen de straat op gestuurd. Moest me zelf redden. Toen ben ik gestopt met gokken. Sinds vier maanden woon ik met mijn vriendin samen.

- Waarom zit u nu vast? Dat heeft niets met verslaving van doen?

- Nee.

- Hoeveel heeft u nu terugbetaald?

- Duizend gulden.

- U heeft nog steeds die relatie?

- Zal ervoor knokken haar te houden. Kan haar niet missen.

Eerder had de rechter verwijtend geconstateerd: ' Er zat een veel te lange tijd tussen het binnenkomen van het proces-verbaal op het parket en het uitbrengen van de dagvaarding.' Het verwijt was de officier van justitie niet ontgaan. ' Ik ben het geheel met u eens', zegt hij later in het requisitoir. ' De zaak is langer op een afdeling blijven liggen dan wenselijk is. Dat feit neem ik mee in de strafmaat. Het is erg laag om je eigen ouders te bestelen. Ik eis vier weken gevangenisstraf waarvan twee voorwaardelijk.'

' Het latere delict is mede veroorzaakt doordat hij voor dit feit niet eerder is bestraft', zegt de advocaat. ' Ik stel dienstverlening voor. Aan onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft hij niets.'

' Officier', vraagt de rechter, ' heeft u bezwaar tegen dienstverlening?'

' Nee, mevrouw de politierechter.' ..', zucht ze. Ze kijkt de verdachte aan. ' U heeft een ernstig feit gepleegd. Gelukkig kreeg u een paar dagen later toch nog last van uw geweten. Naast twee weken voorwaardelijk veroordeel ik u - in plaats van tot twee weken onvoorwaardelijk - tot dertig uur dienstverlening. Administratieve werkzaamheden, want daar bent u het best in.'

T. loopt weg door het middenpad. Duidelijk opgelucht. De jonge vrouw vliegt op hem af en omhelst hem, terwijl de bewaker op enkele meters blijft wachten.

' Vreselijk', zegt de rechter, mr R. J. A. Meertens-Zeeman, later over de lange wachttijd in zo'n zaak. ' Veel te lang. Hoe kan een straf nog preventief werken als de berechting meer dan een jaar op zich laat wachten? Schandelijk, maar niet ongebruikelijk.'

Het was in de weken ervoor al eerder pijnlijk duidelijk geworden: ook op het arrondissementsparket van Utrecht blijven veel zaken veel langer liggen dan wenselijk is.

De gebrekkige organisatie

Sinds 1981 is Roos Meertens (45) rechter - en sinds '86 full-time politierechter - aan de arrondissementsrechtbank van Utrecht. Ze werkte vroeger als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Groningen en die van Nijmegen. Nadat haar man tot hoogleraar in Amsterdam was benoemd, zocht ze een baan in de rechterlijke macht. ' Ik had ook officier van justitie kunnen worden, maar de functie van rechter is beter te combineren met een gezin - ik ben moeder van drie kinderen. Een deel van mijn werk kan ik thuis doen.'

Het Nederlandse strafrechtsysteem feminiseert geruisloos. ' Er is de laatste tien jaar een vloed aan vrouwen binnengekomen', zegt ze. ' Ik schat dat een derde van alle rechters vrouw is, dat was tien jaar geleden nog maar vijf a tien procent. Er zijn ook veel vrouwelijke officieren en advocaten. De verdachten zijn voor het overgrote deel mannen. Soms zie je ze verbaasd kijken als ze merken dat de rechter, de officier en de griffier vrouwen zijn.'

Een politierechter - bekend misverstand - heeft niets met de politie te maken. Zij behandelt de kleinere criminaliteit: die misdrijven waarvoor zij geen zwaardere hoofdstraf mag opleggen dan een gevangenisstraf van zes maanden. Door de grote werkdruk op de meervoudige strafkamers krijgt de politierechter de laatste tijd steeds zwaardere zaken toegeschoven. De bulk van de zaken bestaat uit: rijden onder invloed; doorrijden na een aanrijding; mishandeling; vechtpartijen; inbraken. De politierechter is - evenals de kinderrechter en de kantonrechter - een alleen rechtsprekende rechter. Zij kan aan het eind van de zaak meteen uitspraak doen.

Roos Meertens doet de meeste politierechterzaken in Utrecht: drie zittingen per week. Het is zwaar werk: de zaken op de zittingen vergen veel concentratie en moeten terdege voorbereid worden.

' Een voldoende ondersteunend apparaat is er voor mij niet', zegt ze. ' Je werkt vaak met studenten als griffier, die geacht worden het werk al na tien zittingen te beheersen - wat niet kan. Op een gekwalificeerd griffier kan ik voor tachtig procent drijven. Hij kijkt tevoren de zittingen door, controleert de betekeningen, kijkt of de stukken compleet zijn en werkt na afloop het vonnis uit. Maar er zijn te weinig ervaren griffiers.'

Er zijn ook te weinig reguliere rechters, vindt ze. ' De rechterlijke macht draait teveel op plaatsvervangers, mensen die bij voorbeeld in een ander arrondissement advocaat zijn en dan eens in de 14 dagen als rechter invallen. Deze toestand is mij een doorn in het oog. Organisatorisch is dat voor een rechtbank moeilijk te verwerken.'

Teveel strafzaken, te weinig zittingsruimte - het is een ander bekend probleem van justitie, ook in Utrecht. Het is een van de oorzaken van de lange perioden voordat zaken ter zitting kunnen komen. Nogmaals: een van de oorzaken. Want wat blijkt?

Met de beschikbare zittingsruimte wordt niet altijd efficient omgesprongen. Tijdens de zittingen moeten de politierechter, de officier en de griffier soms een vol uur de tijd doden met het drinken van koffie. Het komt ook voor dat zaken die voor vijf minuten op de rol staan, langer dan een uur uitlopen. Verdachten in later dienende zaken zitten dan uren op de gang te wachten met hun advocaat; soms moeten ze naar huis worden gestuurd.

Appointeren is hier het sleutelwoord: het agenderen van zaken op de rol. ' Volgens de wet doet de rechter dat', zegt Roos Meertens, ' maar in de praktijk bij ons laat de politierechter het over aan de officieren. Zij bepalen de tijdsduur van een zaak. Zo'n officier draagt dat over aan iemand op de sectie zittingsvoorbereiding van het arrondissementsparket. Daar is jarenlang een mevrouw geweest die het perfect kon inschatten. Maar als er dan een nieuwkomer zit, loopt het helemaal fout.

' Als je scherp appointeert, kun je tijdverlies reduceren. Maar je kunt nooit helemaal voorkomen dat wij soms vergeefs zitten te wachten. Een verdachte heeft het recht om weg te blijven. Je weet nooit zeker of hij komt. Neemt hij een advocaat mee, zijn er getuigen bij - dat kun je niet allemaal tevoren weten.'

Het dagvaarden van de verdachte is een verhaal apart. De rechter kan er met onverholen misprijzen over praten. ' Als rechter zit ik heel vaak tevergeefs te wachten op mensen die niet weten dat ze moeten voorkomen, omdat de betekening (bekendmaking) van hun dagvaarding is fout gegaan. Morgen heb ik twintig zaken op de zitting waarvan ik vermoed dat er zeker vier om die reden niet zullen doorgaan. Dat is vaste prik. Heel frustrerend, want ik heb me wel op die zaken moeten voorbereiden.

' De betekening van een dagvaarding is een heel ingewikkelde procedure waarin makkelijk iets fout kan gaan. Het openbaar ministerie - het parket dus - moet zorgvuldig omschrijven wat verweten wordt. De dagvaarding moet liefst in persoon worden uitgereikt - dat moet de PTT doen. Tijdens dat lange traject gaat het vaak mis. Dat is niet altijd de schuld van het openbaar ministerie, hoewel ze wel de verantwoordelijkheid heeft. De PTT-mensen maken ook fouten.'

Onverschillige officieren en falende advocaten

Vaak moet de politierechter tijdens de zitting aan een verdachte vragen: ' Staan er nog andere zaken tegen u open?'

Het maakt een merkwaardige indruk dat de rechter voor zulke vitale informatie afhankelijk is van de verdachte of diens raadsman. ' Erg vervelend', beaamt de rechter. ' Vaak is die informatie er wel, maar soms blijkt dat de politie het nieuwe proces-verbaal nog niet heeft ingestuurd, of dat het parket dat nog niet heeft verwerkt. Ik vraag ernaar in het belang van de verdachte, want als het om gelijksoortige delicten gaat is het beter ze in een keer te behandelen.'

We praten over de officieren van justitie. ' Ik vind het moeilijk om ze tijdens de zitting terecht te wijzen', zegt de rechter, ' dat doe ik ook niet met de advocaat. Maar de goede verstaander kan uit mijn vragen wel het een en ander afleiden. Dan zeg ik: officier dit en dat zit niet in het dossier, en deze documentatie is wel erg oud. Ik vind dat de hoofdtaak van het openbaar ministerie op de zittingen ligt. Maar sommige officieren lijken die zittingen niet zo belangrijk te vinden, die gaat het meer om het beleidswerk achter de schermen.

' Een officier op de zitting moet zijn zaken bestudeerd hebben. Hij moet de stukken hebben gecontroleerd. Het is zijn verantwoordelijkheid. Helaas mankeert het daar met enige regelmaat aan. Er zijn veel goede officieren, maar er zijn er ook die op de zitting alleen afgaan op de aantekeningen van hun secretaris. Soms, als er weer eens een belangrijk document ontbreekt, denk ik: je hebt tijd genoeg gehad om het bewijs te completeren, ik besluit tot vrijspraak.'

En de advocatuur?

Die vraag welt automatisch op na een zaak waarin een jonge advocate tijdens haar pleidooi verzuimt in te gaan op de eis van de officier. Ze verzoekt zelfs - ondanks een hint van de rechter - niet om dienstverlening voor haar client tegen wie onvoorwaardelijke gevangenisstraf is geeist. Een extreem geval, maar het zal je maar gebeuren als client die daardoor inderdaad tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld.

' Er is bij de advocatuur over het algemeen te weinig gespecialiseerde kennis van het strafrecht', zegt Roos Meertens. ' Er zijn vijfhonderd advocaten in het arrondissement Utrecht. Een groot deel daarvan doet nooit strafzaken, van de rest is maar een handjevol echt gespecialiseerd. Om maar niet te spreken van sommige advocaten die er alleen maar op uit lijken te zijn om een zaak op de lange baan te schuiven in de hoop dat er een procedurefout wordt gemaakt.'

Altijd weer de drank

S. (39) zit tot het uiterste gespannen voor de rechter. Een forse man met een goedige gelaatsuitdrukking. Hij heeft zijn Marokkaanse buren bedreigd. Op een middag had hij zijn stoep schoongespoten. Die was vettig geworden van de olijven van zijn buren, vond hij. Hij had zo heftig gespoten dat de tuinslang defect was geraakt - tot ostentatieve hilariteit van de Marokkaanse familie. Razend was hij geworden. 's Avonds in het cafe had hij zijn nederlaag met veel drank proberen weg te spoelen. Tevergeefs.

Om 4 uur 's nachts keerde hij naar huis terug, ' goed in de olie'. Toen begon hij een belegering van het huis van de buren. Beuken op de deur, schreeuwen. Een van de buren wist weg te glippen om de politie te alarmeren. Toen hij terugkwam, bedreigde S. hem met een mes. Dit alles gebeurde - het zal geen verrassing meer zijn - anderhalf jaar geleden.

' Hoe gaat het nu?', vraagt de rechter.

- Prima. We gaan leuk met elkaar om. Die man zegt: jij moet niet meer drinken. Dat is waar.

- U heeft vanaf '82 heel wat opgebouwd bij justitie. Bedreiging, mishandeling, rijden onder invloed. Als u problemen krijgt, zakt u terug in te veel drinken. Werkt u nog?

- Ik loop in de ziektewet omdat ik in een ontwenningskliniek zit.

- Ik lees dat u serieuze pogingen doet.

- Het is heel moeilijk. Ik heb het al een paar keer willen opgeven. Maar als ik wegloop uit die kliniek, ga ik weer drinken.

- Hoe lang staat u nu droog?

- Vijf weken.

- Hoeveel tijd neemt u ervoor?

- Dat kun je niet zeggen.

- U moet daar jaren voor uittrekken.

De verdachte knikt.

De officier eist 500 gulden boete en twee weken voorwaardelijk. ' Het eerste half jaar kan ik niet betalen', zegt T. in zijn laatste woord.

De rechter: ' Drie weken voorwaardelijk. Geen geldboete omdat u de schade heeft betaald en omdat het feit behoorlijk oud is. Als er weer iets gebeurt op het gebied van agressie en alcohol, moet u zitten.'

' Alcohol', zegt de rechter later, ' speelt zo'n belangrijke rol in strafzaken... daar word je koud van. Uit de meeste dossiers stijgt de alcoholwalm je tegemoet. Ik schat dat tachtig procent van de delicten onder invloed wordt gepleegd. Vechtpartijen, mishandelingen. Ik kan daar maar niet aan wennen: het gemak waarmee jongelui op een avond dertig tot veertig biertjes drinken.'

Regelmatig zijn er 'alcoholzittingen', dagen waarop de rechter alleen de rijders-onder-invloed vonnist. ' Een vervelende klus. Het kunnen tijdrovende zaken zijn omdat er vaak een raadsman meekomt als het rijbewijs in het geding is. Want dat rijbewijs is heilig. Voor mensen die er beroepshalve van afhankelijk zijn, is intrekking ook ingrijpend. Mensen hebben altijd wel een reden om te drinken: feest, verdriet. Ik trek me daar niet veel van aan. Iedereen weet nu wel ongeveer wat de norm is.'

De hogere klasse oordeelt over de lagere

Met enige regelmaat treedt Roos Meertens als economische politierechter op. Deze behandelt economische misdrijven en overtredingen. Het zijn vaak pijnlijke zittingen. Niet waar het smoezelige restauranthouders of onreine slagers betreft - er was zelfs een zeevishandelaar die zijn ' naar karton smakende' haringen weliswaar niet voor binnenlandse afzet geschikt achtte, maar wel voor verkoop aan de Duits-Tsjechische grens: ' Je hebt altijd klanten die het accepteren.'

Maar er verschijnen ook veel hardwerkende ambachtslieden voor de politierechter, sappelaars die de regels van hun branche overtreden hebben omdat ze geen diploma's bezitten.

' Ik werk negentig uur per week', zegt een meubelstoffeerder, ' mijn klanten zjn tevreden, ik heb een goede zaak opgebouwd. Ik heb geen diploma's gehaald, dat lukte niet. Mijn zoon gaat het nu proberen, maar dat zal twee jaar duren.'

De officier eist duizend gulden boete. ' Een hard gelag', zegt de man. De rechter begrijpt hem, maar ze veroordeelt hem toch conform de eis. ' En als u doorgaat, moeten we de zaak sluiten', zegt ze, ' dat is de zwaarste straf die we u kunnen opleggen.'

Gaat haar dat niet aan het hart? ' Vreselijk', zegt ze. ' Ik heb eens een mevrouw gehad die een wolwinkeltje dreef zonder diploma. Ik kon het niet laten passeren, want de branche stelt normen die wij moeten handhaven. Ik zou veel liever zien dat de beroepsgroep dat zelf regelde met een soort administratieve sancties. Het kost ons nu ook nog erg veel tijd.'

Een gevoel dat je ook bij deze zittingen weer sterk bekruipt: een hogere klasse - welgesteld, goed opgeleid - oordeelt over een lagere klasse. De doorsnee-verdachte komt sowieso uit de onderkant van de samenleving. Is de rechter zich van die kloof bewust?

' Ja', zegt ze, ' je moet je goed in hen kunnen verplaatsen. Het zijn vaak groepen waar andere normen heersen. Zoals in bepaalde buurten in Utrecht conflicten worden opgelost... daar wordt niet bij elke klap aangifte gedaan. Dat gebeurt pas als ook daar weer een grens is overschreden.

' Er trekt heel wat ellende en treurnis aan mijn tafel voorbij - en dan gaat het meestal om de zwakkeren in de samenleving. Het opsporingsbeleid van de politie is nu eenmaal meer op het manifeste criminele gebeuren gericht. Het ligt vaak in de geweldssfeer. De criminaliteit in de fraudesfeer is veel moeilijker op te sporen, maar komt misschien wel vaker voor.

' U moet overigens niet denken dat de rechters nog vooral uit de hogere kringen komen. Die tijd is voorbij. Ik kom, evenals veel van mijn collega's, uit de middenklasse. Ik ben een dochter van een ambtenaar uit Eibergen. Naast mijn studie heb ik hard moeten werken - pure noodzaak. Ik weet hoe het is om bij Niemeijer aan de lopende band te staan en dat laatste uur voor de fluit door te komen. Ik kon nog denken: als je je diploma haalt, is er een andere toekomst. Als je dat vooruitzicht niet hebt, is het een zwaar leven.'

Het nut van het strafrecht? Ze heeft er geen utopische denkbeelden over. ' Het gaat erom gevoelens van vergelding en wraak in de samenleving zo goed en zo kwaad als het kan te kanaliseren - en niets meer dan dat. Met het strafrecht bekrachtig je bepaalde normen die in de samenleving leven. Ik geloof niet erg in de preventieve werking van het dreigen met hogere straffen.'

Aan zwaardere straffen heeft ze dan ook geen behoefte - althans, niet voor de mensen die zij moet berechten. ' De grootste categorie die hier verschijnt wordt gevormd door ongebonden, jonge mannen in de leeftijd van 18 tot 25. Wat ze vooral missen, is een stabiele relatie. Ze zijn nog zoekende - in alle opzichten. Ze hebben nog geen werk omdat ze slecht zijn opgeleid. Ze vervelen zich en dus gaan ze stappen en drinken.'

Hoe bepaalt ze de strafmaat? ' Als politierechter berecht je veel reguliere delicten waarvoor binnen het openbaar ministerie een richtlijn geldt. Daar blijf je zoveel mogelijk binnen, je gaat er hoogstens een beetje onder of boven zitten. Alleen als een onervaren officier met een onbegrijpelijke eis komt, moet je wel eens duidelijk afwijken. Gevangenisstraf stel ik als het kan zo lang mogelijk uit. Een voorbeeld? Een gelegenheidsdief pak ik de eerste keer niet hard aan. Maar als iemand een goed voorbereide kluiskraak heeft uitgevoerd, dan geef ik onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ook al is het zijn eerste delict.'

Een delict dat ze veel vaker moet berechten dan vroeger, is het milieu-delict. ' Daar worden aparte milieuzittingen voor gehouden. Veel gifbeltjes, vieze boerderijslootjes. Veel agrariers moeten nog wennen aan de verscherpte maatregelen, maar we zullen deze delicten toch moeten gaan vergelijken met een kluiskraak of een geweldsdelict. Er worden al pittige straffen gegeven, tot en met gevangenisstraf aan toe. Veel bedrijven komen liever niet voor en betalen grif flinke transactiebedragen.'

De tegenslagen van de officier

Die morgen wordt het nog gezellig druk in soms zo lege rechtszaal. Tien jonge mannen moeten terechtstaan wegens een serie geweldsdelicten in discotheken. Het groepje wordt bijgestaan door vier advocaten. Een van hen, mr W. Burgers, opent onmiddellijk een frontale aanval op het openbaar ministerie. ' Ik heb de stukken veel te laat gekregen', zegt hij. ' Ik heb bovendien zelden zo'n bende in de verbalen gezien. Ik kan zo geen behoorlijke verdediging opbouwen.' Tegen de rechter: ' U kunt de zaak voor een behoorlijk gerechtelijk vooronderzoek beter naar de rechter-commissaris verwijzen.'

De andere advocaten blijken de klachten van Burgers te delen. Er worden veelbetekenende blikken gewisseld, terwijl het gegniffel onder de verdachten luider wordt. De officier van justitie, mr K. Westerman, staat er ietwat ontredderd bij. ' De kwaliteit van het politie-onderzoek was goed', zegt hij nog. Dan zuchtend: ' Laten we de zaak maar naar de rechter-commissaris verwijzen.'

' De stukken zijn incompleet, er zit niets anders op', beslist politierechter Meertens. ' Bovendien moeten er getuigen worden gehoord.'

De officier is na afloop ziedend. ' Ik word hier gek van, ik kan zo als vertegenwoordiger van het openbaar ministerie mijn werk niet doen. Als er zoveel fouten zijn gemaakt met de dossiers, moet ik wel vragen zo'n zaak aan te houden.'

Soms zeggen de officieren moedeloos tegen elkaar: Een grote vechtpartij? We kunnen er beter niet aan beginnen, want het dossier wordt te ingewikkeld en de kans op fouten te groot.

Enkele dagen later op het advocatenkantoor van Burgers en Ran in Utrecht. Wat was er nu precies gebeurd? Mr Burgers: ' Vorig jaar zomer vond die vechtpartij plaats. Op 5 oktober van dit jaar vroeg ik het arrondissementsparket om de stukken. Maandagmorgen, vier dagen voor de zitting, heb ik nog niets. Ik bel en een meisje zegt: ze liggen hier. Ik ga naar het parket bij het FC Utrecht-stadion. Geen stukken. Ze liggen op de strafgriffie van de rechtbank in het centrum van de stad. En alleen omdat die mensen daar zo bereidwillig zijn krijg ik kopieen, want dat is hun taak niet.

' Goed, dan ga ik het dossier lezen. De verbalen blijken een rotzooitje. Mijn clienten ontkennen ten dele. Ik heb geen tijd meer om het rustig met ze te bespreken. Ik moet getuigen minimaal drie dagen tevoren bij de officier gegeven - dat kan nu niet meer. Zo'n zaak is niet meer te behandelen voor een rechter, dat zou een bende worden.'

Komt dit vaak voor? Burgers: ' Het is schering en inslag. Hier in Utrecht loopt het de spuigaten uit, elders heb ik het nog niet zo erg meegemaakt. Ik heb de indruk dat er op dat arrondissementsparket erg slecht gemotiveerde mensen werken. Niemand heeft zin om ergens achterheen te gaan. Ik heb stukken nodig in een zaak van twee dames die seksueel misbruikt zijn. Ik schrijf brief op brief naar het parket en krijg geen reactie. Ik heb de officier vorige week een kort geding aangezegd in die zaak.

' Natuurlijk is het te voorkomen. Dit gebeurde vroeger niet. Ze roepen dat de werkdruk toeneemt, maar dat is maar ten dele waar. Ze hebben veel meer mensen en ze kunnen met computers werken. Het verschilt verder per officier: bij de een lopen de zaken meer uit de hand dan bij de ander.' Waarschuwend: ' Bij dit soort gekluns kun je je afvragen hoe lang de mensen nog bereid zijn de berechting van misdaden op te dragen aan de overheid. Men zal meer eigen rechter gaan spelen.'

Huilt hij als advocaat geen krokodilletranen? Burgers: ' Ik kan als advocaat wel juichen als al mijn clienten worden vrijgesproken, maar ik leef in dezelfde maatschappij en ik vind het ook prettig om straks rustig in mijn auto te kunnen stappen.'

Op het arrondissementsparket leg ik de klachten voor aan de eerstverantwoordelijke, hoofdofficier mr R. Berger, en officier mr K. Westerman. Komt zo'n fiasco als met die vechtpartij vaak voor?

' Ik kom het te vaak tegen', zegt Westerman. Berger ontkent dat niet (' ik onderschrijf dat er niet mee valt te leven'), maar hij vraagt om begrip. ' In een zaak van vijf verdachten moet door de strafgriffie vijf maal een dossier worden gekopieerd. Dat komt in handen van vijf advocaten, drie rechters en een griffier. Zo'n dossier is bijna niet op orde te houden.' Hij voegt eraan toe: ' Ik kan u zeggen dat het maken van kopieen een voorwerp van zorg is.'

De schuldvraag? Die vinden beide officieren niet interessant. Westerman: ' Wel is de vraag interessant wie ervoor verantwoordelijk is - en dat zijn wij van het openbaar ministerie. Daar kun je mee leven als de foutkans niet al te groot is, maar op dit moment is de gevarenzone ernstig genaderd.' Berger: ' Het schaadt gewoon het aanzien van het hele strafrechtsysteem.'

Hun mensen niet toegewijd? Dat spreken ze tegen. Het ligt niet, zeggen ze, aan de mensen, maar aan de structuren. Welke structuren? In Utrecht blijken die extra ingewikkeld. Het arrondissementsparket dat de officieren ondersteunt, is op een andere plek gevestigd dan de strafgriffie, het ondersteunend apparaat van de strafrechters. Dossiers en brieven kaatsen heen en weer tussen beide adressen. Wie is schuldig als er iets zoek raakt? Berger: ' Wie je ook verantwoordelijk stelt, hij kan altijd zeggen: ik kan die verantwoordelijkheid niet waarmaken. Het is niet zo dat men zijn verantwoordelijkheid ontduikt, het probleem is dat er geen overzicht is. De dossiers hippen van bureau naar bureau.'

Kortom, een type managementsprobleem waarvoor een normaal bedrijf niet terugschrikt. Maar hoofdofficieren van justitie - Berger beaamt het - zijn daarvoor niet opgeleid. Het ministerie van justitie heeft dit jaar de rechtbanken dan ook een nieuwe, overkoepelende functionaris - de directeur gerechtelijke ondersteuning (DGO) - toegewezen om een deel van de problemen op te lossen. Hoofdofficier Berger verwacht er veel van, zoals hij ook hoopvol is over de komende vernieuwing van ' de ouderwetse structuur van het parket'. Het is de bedoeling dat de oude, gescheiden afdelingen samengevoegd worden in 'units', waardoor de zaken niet meer de lange weg langs de bureaus hoeven af te leggen.

Op de zittingen van de politierechter moeten de eerste vruchten van de veranderingen nog geplukt worden. De politierechter lijdt in stilte mee. Ze houdt haar mening over het parket voor zich - wellicht toch nog een meevaller voor het parket.

Grotere onveiligheid?

Neemt de criminaliteit steeds ernstiger vormen aan? Als er iemand over kan meepraten, is het de rechter. Maar de vraag doet Roos Meertens aarzelen. ' Ik weet het niet, ik kan er geen uitspraken over doen. Ik ben niet onder de indruk van de stijgende cijfers - dat kan ook te maken hebben met het feit dat de politie meer opspoort. Er is wel een tendens naar hardere criminaliteit bij mafia-achtige organisaties.'

Maar er zijn toch ook meer fietsendiefstallen en inbraken dan vroeger? Ze weet het, maar ze voelt zich er niet onveiliger door. ' Misschien komt dat ook wel doordat ik zie wat voor kneuzen het vaak zijn die het doen: gelegenheidsdiefjes en inbrekertjes, wat niet wegneemt dat ze gestraft moeten worden.'

Maar ook rechters is niets menselijks vreemd. Veel later brengt ze het gesprek opeens op de onveiligheid in het gebouw van de arrondissementsrechtbank aan de Hamburgerstraat.

' De veiligheid is er volstrekt onvoldoende geregeld. Het nieuwe alarmsysteem is een lachertje. Iedereen kan met allerlei spullen binnenlopen. Een rechter-commissaris heeft al eens het mes op de keel gekregen, een kinderrechter is bijna gegijzeld. Op een dag gebeurt er echt iets. Sommige verdachten kunnen enorm te keer gaan, vooral tegen de officier. Ik probeer het vonnis altijd zo toe te lichten dat ze de straf accepteren. Maar soms neemt iemand toch een dreigende houding aan. Vroeger was er altijd parketpolitie op de zittingen van de politierechter, maar dat is niet meer het geval.'

Eerder vroeg ik haar of haar werk haar tot bepaalde inzichten over mensen had gebracht. Ze zei na enige bedenktijd: ' Dat in principe iedereen tot alles in staat is.'