De mens als een legpuzzel in de eindeloze tijd

Tentoonstelling: Vijf miljoen jaar menselijke kunst, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, tot 30/12. Catalogus: Bfr 750.

In de eerste zaal van de tentoonstelling Vijf miljoen jaar menselijk avontuur, in het Brusselse Museum voor Schone kunsten wordt gehouden, liggen de overblijfselen van een vrouw. Ze is bijna drie miljoen jaar geleden gestorven. Haar gebeente werd in 1974 gevonden, in de Hadar-vallei in het woeste noordoosten van Ethiopie. Lucie, doopte de beroemde Engelse paleontholoog Richard Leakey zijn vondst.

De stukjes bot, soms niet meer dan fragmenten, zijn zo gerangschikt dat haar vorm duidelijk is te zien. Mooi uitgestald op een bed van zwart stof ligt zij onder het hoge dak van het Brusselse paleis. In haar schamele eenvoud maakt Lucie iets los bij de bezoekers. Dat valt af te leiden aan hun gelaatsuitdrukkingen, maar ook aan de gedempte discussies aan de rand van de rustplaats die haar laatste niet is.

Is het haar ouderdom van drie miljoen jaar? Is het het gevoel dat je naast de oudst bekende menselijke resten staat, of is er meer? De botten hebben op zichzelf esthetische waarde. Ellepijpen, dijbenen en onderkaken zoals zij hier zijn uitgestald en belicht, boeien door hun vorm, kleur en uitstraling, als moderne sculpturen. De vaak onvoorstelbare ouderdom voegt daar nog een dimensie aan toe.

Omdat die chronologie van de menselijke evolutie het uitgangspunt is van deze expositie, komt de toeschouwer aan het begin ervan zeer veel skeletten of delen daarvan tegen. De botten van Lucie zijn namelijk nog maar het begin van een hele reeks min of meer menselijke overblijfselen. Australopiticus, Neanderthaler, Cromangnon en wat dies meer zij. Alle bekende stadia in de menselijke ontwikkeling zijn hier door tenminste een skeletdeeltje vertegenwoordigd.

Nu is er van de eerste miljoen jaar menselijke geschiedenis ook niet veel meer te tonen dan botten. De eerste werktuigen komen pas twee miljoen jaar geleden in gebruik en versierde objecten komen nog veel later. De toeschouwer komt dan ook pas in de derde zaal voor het eerst objecten tegen. Dat zijn naast de voornamelijk vuurstenen werktuigen ook allerlei afbeeldingen van mensen en dieren. Die afbeeldingen worden op de tentoonstelling, net als de versiering op sommige gebruiksvoorwerpen, gepresenteerd als kunst.

De gedachte dat alle prehistorische afbeeldingen, zowel die op objecten als de wandschilderingen in de grotten, functioneel waren binnen het magische denken rondom jacht en vruchtbaarheid, wordt door de makers van deze tentoonstelling 'achterhaald' genoemd. Zo zou er, aldus de catalogus, 'een duidelijk gebrek aan overeenstemming zijn tussen de dieren waarop jacht gemaakt werd en de dieren die werden afgebeeld. Deze constatering is onverenigbaar met de hypothese dat de dieren werden afgebeeld, zowel in sculpturen als in wandschilderingen, met de bedoeling om dezelfde op magische wijze te vangen of te doden'.

Aan de basis van de meeste afbeeldingen zou eerder een artistieke dan een materiele behoefte liggen. De oorsprong van deze kunst ligt in het Paleolithicum en valt samen met de verschijning van de modernste mens: de Homo sapiens sapiens; die periode valt grofweg tussen 34.000 en 10.000 jaar v. Chr.).

De produkten van deze eerste nieuwe kunstzinnige mens zijn wel direct van een verbluffende schoonheid. Minuscule, extreem geprononceerde vrouwenbeeldjes, ragfijne afbeeldingen van bizons en paarden, ingekrast in steen. Kunstig versierde harpoenen en kleine barnstenen objecten.

De notie dat de mensheid in een geologisch gezien buitengewoon korte tijd waarop zij op deze aarde voorkomt een in alle opzichten exponentiele ontwikkeling heeft doorgemaakt, wordt in de vormgeving uitstekend uitgewerkt. Het aantal voorwerpen neemt ook per zaal exponentieel toe. Ligt de drie miljoen jaar oude Lucie nog eenzaam in de eerste zaal, de laatste zaal is gevuld met een groot aantal stenen objecten die nog geen achtduizend jaar oud zijn. Een aardig, doch onbedoeld effect, is dat men vanuit de laatste zaal direct het bij de tentoonstelling behorende boekwinkeltje binnenstapt. Een mooiere overgang tussen prehistorie en historie is niet denkbaar.

De informatie bij de verschillende stukken is gelukkig kort gehouden. Verder krijgt de bezoeker bij de entree een handig foldertje waarop iets meer informatie staat. En voor de liefhebbers is er de catalogus. Daarin staan gelukkig alle voorwerpen in kleur prachtig afgebeeld. De teksten daarentegen zijn niet allemaal even duidelijk en soms zelfs ronduit verwarrend.