De IJzeren Dame

ZIJ IS GEGAAN zoals ze is gekomen: in drama en grote interne verdeeldheid. Ook haar tegenstanders moeten een gevoel van treurigheid hebben omdat Margaret Thatcher niet vechtend ten onder is gegaan, maar zuchtend onder de overmacht. Dinsdagavond verklaarde zij in Parijs nog fier en koppig dat er geen sprake van opgeven kon zijn. Donderdagmorgen boog zij het hoofd, na zesendertig uur twijfelen en wegen. Ten slotte heeft het plichtsgevoel gewonnen van het vechtersinstinct. De calculatie was eenvoudig: langer aanblijven zou de Conservatieve partij alleen maar verder verdelen. Een desastreuze uitgangspositie voor volgende verkiezingen dus. Nu is er tenminste kans dat haar opvolger Labour kan verslaan, hoewel de wonden diep zijn in de partij.

Bewonderaars van Thatcher hebben haar in hun politieke necrologieen onmiddellijk uitgeroepen tot 'een van de grootste staatslieden van deze eeuw'. Of dat waar is zal de geschiedenis moeten uitmaken. Zeker is dat met het aftreden van Thatcher haar ideeenwereld, het 'Thatcherisme', niet is verdwenen. Zeker is ook dat zij van alle Britse premiers van deze eeuw, behalve misschien Churchill, de heftigste emoties heeft opgeroepen door haar beleid maar zeker ook door haar persoonlijkheid.

Een bewijs daarvan zijn haar bijnamen: The iron lady, Attila the Hen, Britain's de Gaulle, Rambona, Thatcher the Milksnatcher, The Blessed one, Rhoda the Rino, The great She-elephant enzovoorts. Mitterrand heeft eens gezegd dat zij 'de ogen van Caligula en de mond van Marylin Monroe' heeft.

ZIJ HEEFT de Britse samenleving diep door elkaar geschud. Bij haar aantreden als premier in 1979 was het land economisch op een dieptepunt, de bevolking ontredderd en gedemoraliseerd. Labour was aan de regering, maar in feite heersten de door communistische actiegroepen geinfiltreerde vakbonden Zij gebruikten hun macht op een suicidale manier door bedrijven en halve bedrijfstakken kapot te staken, ook in de door Labour genationaliseerde sector. In de verkiezingen na de 'winter of discontent' kwam de bevolking in opstand tegen de anarchie, de desintegratie en de honende commentaren uit het buitenland. Men had genoeg van de losbandigheid en de tolerantie van de jaren zestig en zeventig. Net als in Amerika en enkele andere Europese landen ontstond een beweging naar herstel van recht en orde, terugkeer van respect voor hierarchie. Er was behoefte aan krachtige leiders.

Thatcher voelde de geest van de tijd perfect aan (spotters zeiden dat het omgekeerd was) en zij predikte een terugkeer naar de burgerlijke waarden uit de Victoriaanse tijd met een ongewone felheid en overtuigingskracht. Het waren dan ook haar eigen waarden, die van een methodistisch opgevoed meisje uit de middenstand: elk mens is uniek en moet aan zijn eigen redding werken. Er bestaat geen tegenstelling tussen eigenbelang en zorg voor de medemens, de staat dient er slechts voor om het eigenbelang zo te kanaliseren dat aan de eis tot rechtvaardigheid wordt voldaan. In praktische termen vertaald: er moet een eind komen aan de macht van de vakbonden, de staat moet zich zo veel mogelijk terug trekken uit het publieke leven, de staatsindustrie moet worden geprivatiseerd, mensen moeten op zichzelf leren vertrouwen. Presteren mag, rijk worden is toegestaan.

MET DEZE FILOSOFIE transformeerde zij in de eerste plaats de Conservatieve partij zelf. Zij doorbrak de slaperige harmonie, zette de rechtervleugel van adel en grootgrondbezitters opzij en richtte zich op de degelijke middenstand en de kleine zakenman. Voor echte Tories was ook verbijsterend dat zij het conflict, de confrontatie als een deugd zag. Uitdagend verkondigde de nieuwe premier dat zij niets van consensus moest hebben, ook niet in haar kabinet dat was maar tijdverspilling. Een lange serie ministers heeft gemerkt dat dat geen loze woorden waren. Eens met Thatcher, of eruit, zo simpel was het.

De grootste verdienste van Thatcher is dat zij de vakbonden onschadelijk heeft gemaakt als economisch terreur-instrument. De Labourpartij is haar daarvoor ook diep dankbaar.

Door een strikt monetair beleid, gekoppeld aan een fiscaal stimulerend programma, ging er een storm door de Britse industrie. De markteconomie werkte als een bijtend schoonmaakmiddel. Tientallen bedrijven gingen ten onder, honderden andere zagen eindelijk kans te saneren. De produktiviteit ging omhoog, enkele jaren achtereen met vijf procent, en er ontstond een klasse van nieuwe rijken. Maar de welvaart groeide vooral in de dienstensector, met name in het financiele centrum, de City. De industriele basis van Groot-Brittannie is nog steeds smal en vooral die sector lijdt onder de inflatie van elf procent.

Margaret Thatcher heeft veel Britten een nieuw zelfrespect gegeven, onder andere door de Falklandoorlog een strijd die ideologisch veel maar politiek niets heeft opgeleverd. Maar er is een prijs betaald voor het beleid van confrontatie en afknijpen van de staatszorg. De tegenstellingen tussen de klassen is niet kleiner geworden, de kloof tussen het welvarende zuiden en het onderontwikkelde noorden evenmin. Misschien zijn elf jaar te kort, maar de filosofie dat individuele creativiteit en economische vrijheid automatisch leiden tot grotere sociale rechtvaardigheid, heeft niet gewerkt.

Men kan haar ook aanrekenen, dat zij niet heeft kunnen kiezen tussen de Atlantische vriendschap met Amerika en de noodzakelijke integratie met Europa. Haar verzet tegen kritiekloze overdracht van soevereiniteit aan anonieme, niet-gekozen Europese organen vindt in veel Europese landen en ook binnen Labour sympathie. Maar zij heeft haar gedrag laten dicteren door emotionele weerzin: mevrouw Thatcher heeft met Europa altijd onderhandeld als met een tegenstander, niet als een toekomstig partner. Ook daar houdt zij vast aan haar uitspraak, dat consensus gelijk staat aan het opgeven van principes, waarden en beleidsdoelen. 'Consensus is iets waar niemand in gelooft en waartegen niemand bezwaar heeft.'

DIE INSTELLING heeft ten slotte geleid tot haar politieke nederlaag. Zij heeft veel bewonderaars, veel vijanden en te weinig vrienden gemaakt. De Conservatieve partij, en de Britse bevolking waarschijnlijk ook, heeft na elf jaar harde en broodnodige confrontatie weer behoefte aan harmonie.

Zij heeft haar werk gedaan en kan gaan. Maar het is niet onmogelijk dat het respect voor haar oprechtheid en inzet alleen maar zal groeien in de komende jaren. Niemand zal ontkennen dat zij een geweldige persoonlijkheid is, die zich met hart en ziel heeft ingezet voor wat zij zag als het welzijn van het Britse volk.