Christen-democratische leer 'kroon op tien jaar CDA'; Wetenschappelijk instituut presenteert politieke filosofie

DEN HAAG, 24 nov. Een christen-democratische staatsleer. Zo noemde professor dr. H. Franken gistermiddag de nieuwste publicatie van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, die in de vergaderzaal van de Eerste Kamer ten doop werd gehouden. 'De wetenschappelijke kroon op tien jaar CDA', zei de christen-democratische fractievoorzitter uit de Tweede Kamer, L. C. Brinkman, die het eerste exemplaar mocht ontvangen. Eindelijk is het er dan; het document waarin de politieke filosofie van het CDA is neergelegd: 'Publieke Gerechtigheid, een christen-democratische visie op de rol van de overheid in de samenleving'. Ofwel, de keuze voor het maatschappelijk middenveld nader verklaard, want daar gaat het om in het meer dan 350 pagina's tellende boekwerk.

Een ander woord voor bezuinigen, sneerden PvdA en VVD begin jaren tachtig toen het CDA het woord 'vermaatschappelijking' introduceerde. Maar het CDA heeft het begrip sindsdien niet meer losgelaten. De keuze voor het maatschappelijk middenveld, ook wel aangeduid als de verantwoordelijke samenleving, is het antwoord van de christen-democraten op de sociaal-democratische en liberale ideologie. Omdat men niet uit de voeten kon met de politiek ontworpen blauwdruk van de samenleving waar de sociaal-democratie voor staat, maar ook niet met het laissez-faire denken van de liberalen. En passant hebben de CDA-ideologen ook nog het katholieke subsidiariteitsidee en het protestante denken over souvereiniteit in eigen kring met elkaar weten te verenigen. Sterker nog, weten te complementeren, aldus het gisteren gepresenteerde rapport van het Wetenschappelijk Instituut.

In 'Publieke Gerechtigheid' wordt de christen-democratische leer voor diverse terreinen verder uitgewerkt en omgezet in 'beleidsinstrumenten'. Onderwijs, gezondheidszorg, het bestuur, grondwet en grondrechten, Europa, alles komt erin aan de orde. Deels gebeurt dat op basis van eerder verschenen CDA-rapporten, maar er zijn ook nieuwe studies aan toegevoegd zoals het hoofdstuk over het bestuur. Telkens komt dat ene thema weer terug: de overheid is niet bovengeschikt, maar zoveel mogelijk nevengeschikt. Of, zoals de kern van het CDA-denken in het rapport van het Wetenschappelijk Instituut wordt verwoord: 'De christen-democratie ziet in de staat een gezagsinstituut dat recht tot gelding moet brengen. Het publieke gerechtigheidsbeginsel vraagt daartoe van de overheid dat zij de publieke voorwaarden schept die mensen en hun maatschappelijke verbanden in staat stellen om hun verantwoordelijkheden naar de normen van rentmeesterschap en solidariteit te beleven.'

Hoe ver kan de overheid gaan met het overdragen van bevoegdheden naar het door het CDA zo gekoesterde maatschappelijk middenveld? Die vraag beheerste een maand geleden in de Tweede Kamer voor een belangrijk deel de algemene beschouwingen. Het was vooral VVD-leider Bolkestein die zich tijdens dat debat profileerde als bestrijder van de, getuige het rapport van gisteren, inmiddels hechte CDA-filosofie. De harde taal van de politieke tegenstanders (ook PvdA en D66 namen stelling tegen het CDA-denken) bewijst dat de vermaatschappelijking die de christen-democraten op alle terreinen willen invoeren niet meer als tijdelijk verschijnsel wordt beschouwd. Het CDA heeft nu ook een ideologie. Rest de vraag of het CDA daarmee ook zijn riante middenpositie in het politieke krachtenveld zal weten te behouden.

Interessant in dit opzicht is het hoofdstuk in Publieke Gerechtigheid over het compromis. Voor de buitenwacht is het woord compromis immers praktisch synoniem voor CDA. De partij die altijd bereid is tot schuiven en partnerruil, als de macht maar behouden blijft. De opstellers van het rapport zien dat anders: 'Het sluiten van een compromis is veeleer een kunde en ambacht dan een beschamende bezigheid zolang maar duidelijk blijft dat elk compromis een optimale tussenstap is naar een gesteld principieel doel.' En zo wordt er nog aan toegevoegd: 'Zodra christen-democraten in de inhoud van het uiterste compromis de waarden die zij verdedigen op geen enkele manier meer herkennen, is het tijd om de politieke verantwoordelijkheid voor het beleid op te geven.'