Afghaanse geesten

Wie denkt er nu nog aan Afghanistan? Hulporganisaties uit de hele wereld, zoals Help de Afghanen, Artsen zonder Grenzen, en Andre Reisel, een Nederlandse psychiater die net terug is uit de Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan. Hij heeft gekeken of er op grote schaal sprake is van geestelijke schade ten gevolge van de oorlog, de exodus en het doorgaande verzet tegen de Sovjets en hun nagelaten regering in Kabul.

Het antwoord is: Ja. Misschien een derde van de zes miljoen vluchtelingen lijdt aan 'post-traumatisch stress syndroom', oorlogstrauma's. Voor een vijfde van die twee miljoen zou hier in Nederland een behandeling bij het Centrum '40-45 worden overwogen. Daarginds ontbreekt dat. Naar schatting 400.000 psychiatrisch zwaar beschadigde mensen wonen in een lemen hutje of een wapperende tent in de vlakte.

De Wereld gezondheidsorganisatie stelde eerder dit jaar vast dat er in heel Afghanistan een gediplomeerd psychiater werkzaam is, maar over de kampen was weinig bekend. Reisel is de eerste psychiater die zelf is gaan praten met vluchtelingen. Ochtenden lang heeft hij met een tolk achter een tafeltje gezeten en de verhalen aangehoord.

Tegen de voorspellingen in kwamen zelfs de gesluierde vrouwen naar de zieledokter. De man kwam vaak mee en gaf de antwoorden. Reisel: 'Meestal kreeg je de vrouwen zelf ook wel aan het woord. Ik zei heel vriendelijk: ik ben de dokter en ik moet even een paar dingen van u weten.'

'Voor het eerst konden zij hun verhaal kwijt. Over martelingen en verliezen, bombardementen, verwoeste huizen, nachtmerries en angsten. Maar ook over vals heldendom: een vader die is omgekomen bij een gewoon ongeluk, waar jarenlang van is verteld dat hij is gevallen in de strijd. Dat komt dan uit als de eerste familieleden terugkeren naar hun oude dorp.'

'Een typerend verhaal is dat van mevrouw Adlassa, een dertigjarige vrouw uit Noord-Afghanistan. Ze woont al twaalf jaar, vrijwel sinds het begin van de oorlog, in het kamp Gandaf, bij de Tarbela-dam. Zij klaagt over rugpijn. Haar man was boer, zij huisvrouw. Dat is ze nog steeds. Hij is regelmatig terug geweest om te vechten met verzetsgroepen. Zij heeft vier broers en vier zusters, in kampen in Pakistan. Een oom van de man is gevallen in de strijd, haar vader en moeder zijn doodgeschoten door de Russen. De vrouw heeft geen schoolopleiding. Zij zegt ook: ik heb hoofdpijn. Als je doorvraagt en onze psychiatrie er overheen legt, komt er uit wat wij depressieve klachten zouden noemen.'

A ndre Reisel wist ongeveer wat hem te wachten stond. Toen hij dit voorjaar een vakantiereis door Pakistan maakte, en een paar kampen bezocht, sloeg hem de schrik om het hart. Hij was overstuur en belde na terugkomst de Groningse hoogleraar sociale psychiatrie Giel op, met de vraag: is dit een bevlieging, of is het echt iets? Het antwoord was duidelijk: 'Er is daar iets heel ernstig loos, er moet wat aan gebeuren. Ik zit met mijn handen in het haar over de Armeniers. Als u dan de Afghanen doet.'

Advies kwam ook van de Leidse psychiater Diekstra, die in november 1988 onderzoek deed in Cambodjaanse kampen op de grens met Thailand. En uiteindelijk gaf de WHO Reisel enthousiaste steun voor een eerste onderzoek waarvan de resultaten in een tienjaren plan konden worden opgenomen.

Reisel: 'Ik ben professioneel aan het werk gegaan. Maar na vier weken werd ik gek van de eentonigheid van de verhalen over dood en verderf. Bij het Riagg heb je ook wel chronische patienten, maar er is nog enige afwisseling, je kunt de gang van zaken beter sturen. Daarginds stond een rij van drieentachtig mensen voor je en je kon alleen maar zeggen: ja, ja. Alle machteloosheid kwam op je af. Je had geen pil, je stond met lege handen, ook al kwam je uit Nederland.'

N a terugkomst was hij even beduusd. De eerste dag had hij geen antwoord op de vraag in huiselijke kring of hij worteltjes door de sla wilde: 'Dat moet je me nu niet vragen.' Maar van berusting is geen sprake. 'Ik heb dit vak gekozen om de 'frontlijnpsychiatrie' in te gaan. Bij de Riagg's kom je voortdurend met crisis-situaties in aanraking. Ik heb mee de stoot gegeven tot de oprichting van de vereniging van ouders van schizofrenen, Ypsilon. Bij die Afghaanse kampen sta je letterlijk aan het front. Ik zie een witte plek waar iets aan gedaan moet worden. Nederland kan de benodigde expertise heel goed leveren.'

'Wij hebben de grootste dichtheid aan psychische hulpverlening in de wereld, hoogstens geevenaard door gebieden als New York en San Francisco. Nederland zou veel hulp kunnen bieden bij het trainen van Afghaanse gezondheidswerkers, zorgen voor de supervisie. Er zijn behandelmethoden uit de gedragspsychologische hoek die je daar zou kunnen introduceren.'

'Het belangrijkste is dat we uit een oogpunt van geestelijke gezondheidszorg duidelijk maken wat niet lichamelijk is, dat we de medewerkers van medische posten leren onderkennen dat mensen over buikpijn kunnen klagen als zij rouw bedoelen. Dat het beter kan zijn een half uur te praten dan weer iemand zijn hoofd te onderzoeken.'

'Ik zag een patiente waarbij ik niet uitsloot dat er van incest sprake was geweest. De Pakistaanse dokter die er bij was, viel van zijn stoel. 'Zoiets komt hier niet voor.' Dat soort problemen zijn gigantisch, het laatste wat je wilt is dat wat resteert van gezinnen uit elkaar valt. Maar je moet er toch rekening mee houden.'

'Het is volslagen zinloos daar als psychiater een praktijk te openen. Zoals Albert Schweitzer dat deed, kan het niet meer. Als ik twee collega's hier vind die mee willen, zijn we met vier psychiaters in Noord Afghanistan, op twee miljoen mensen. Wij kunnen beter de plaatselijke toverdokters en health visitors ondersteunen, dan kunnen zij er beter tegen.'

Volgens Reisel dringt de tijd. De Afghanen moeten terug naar Afghanistan. De verzetsleiders lijken eindelijk tot samenwerking te komen. Bovendien: de drie en een half miljoen vluchtelingen in Pakistan en twee en een half miljoen in Iran kunnen niet eeuwig in kampen blijven. De wereld geeft ze te eten en te drinken, maar de kraan wordt zachtjes dichtgedraaid. Dit jaar zijn volgens officiele bronnen al 200.000 vluchtelingen teruggekeerd naar hun land, waar nog vrijwel niets is opgebouwd.

Reisel: 'Het is een misverstand dat je aan geestelijk leed niet toekomt als je honger hebt. Geestelijk leed gaat door en wordt eerder drukkender. Er moet nu iets gebeuren. Binnen een jaar gaat waarschijnlijk de helft van de Afghanen terug. Er moet dus handelend worden opgetreden op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg. Desnoods ga ik er zelf naar toe.'