'Zeker voor een buitenlander is zo'n functie dubbel zwaar. Je valt op als je fouten maakt, die worden je zwaarder aangerekend'; Marokkaanse OR-voorzitter schopt het ver

BORN, 23 nov. - De 40-jarige Bouchaib Saadane is Marokkaan en sinds 1988 voorzitter van de ondernemingsraad van de personenwagenfabriek van Volvo Car in Born, waar 6000 mensen werken. Voor zover hem bekend is hij de enige Marokkaan in West-Europa - en zeker in Nederland - die het zover heeft geschopt.

Saadane zit al sinds 1979 in de ondernemingsraad, waarin hij vooral door stemmen van landgenoten en Tunesiers werd gekozen. Zowel binnen als buiten het bedrijf behartigt hij belangen van etnische minderheden. Hij schept moed uit het feit dat overheid, werkgevers en werknemers vorige week overeenkwamen 60.000 mensen uit deze bevolkingsgroep aan werk te helpen.

Saadane spreekt bijna vlekkeloos Nederlands. Alleen heeft hij soms moeite met de vervoeging van bijvoeglijke naamwoorden: 'Als je arbeid hebt, heb je als buitenlander ook weinige problemen', zegt hij. 'Volvo' spreekt hij op z'n Limburgs uit. Het klinkt uit zijn mond als Vollvo, met een lang aangehouden 'l'. Het jargon heeft hij zich ruim eigen gemaakt. Spreekt over doelgroepen, over consistentie, samenwerking als een 'must'.

'Vooral de eerste jaren in de ondernemingsraad waren bijzonder moeilijk', zegt Saadane. 'Ik was nieuw en ook nog Marokkaan. Men gaat er al te gemakkelijk vanuit dat je daarom ook geen verstand van zaken hebt. Dat lieten ze duidelijk voelen. Toen ik later secretaris werd, zeiden ze buiten de ondernemingsraad: dat kan nooit goed gaan. Dat vooroordeel bestaat nu eenmaal ten opzichte van mensen als ik, uit wat men 'de etnische minderheden' noemt.'

Bouchaib Saadane werd op 1 juli 1950 geboren in het stadje Sidislimane, in het westen van Marokko. Zijn vader was boer. 'Die had het financieel niet zo slecht.' Het gezin telde acht kinderen. Als enige van hen waagde Saadane de oversteek naar Europa. Dat was in 1970. 'Om mijn levensstandaard te verbeteren en ook om eens te zien hoe het hier was. Of het hier allemaal goud was, wat er blonk. Nou, dat kun je niet zeggen.' Hij kwam als tuindersknecht in het Westland terecht. Daar werkte hij maar een paar maanden.

Daarna kreeg hij als gediplomeerd lasser een baan op de carosserieafdeling van de autofabriek in Born, die toen nog DAF heette. Hij had intussen Nederlands geleerd. 'Dat is de voorwaarde om hier te kunnen integreren: dat is de sleutel tot succes in Nederland.'

Hij keek de eerste jaren raar aan tegen de Nederlandse samenleving. 'Ik moest wennen aan de Nederlanders, die zo nieuwsgierig zijn en je het hemd van je lijf vragen, ook over je persoonlijk leven. Kun je ook fietsen?, vroeg bijna iedereen me. Dat kan ik. Aan de eetgewoontes kon ik ook maar moeilijk wennen. In Marokko eten we 's middags en 's avonds warm. Hier schepen ze je 's middags af met een glas melk en een boterham. Eerst dacht ik: dat kan toch niet waar zijn.

'Nederland is een papierenland. Al die formulieren van verzekeringen en belasting en al die sociale wetten. Ik was in 1973 aangesteld als tolk voor de toen nog 800 Marokkanen en Tunesiers, die hier werkten. Het zijn er nu nog 500. Die kunnen zich in het algemeen heel goed zelf redden, spreken het Nederlands meestal vrij goed.

'Door vooral hun stemmen werd ik in 1979 in de ondernemingsraad gekozen. Als tolk moest ik me gaan verdiepen in de sociale wetgeving, want daarover vooral hadden mijn landgenoten en de Tunesiers vele vragen. Daardoor ook kwam in in de ondernemingsraad terecht.

'In 1985 werd ik secretaris omdat me dat werd gevraagd. Ik was er zelf nog het meest verbaasd over. Maar ik zag het als een uitdaging. Zeker voor een buitenlander is zo'n functie dubbel zwaar. Je valt op als je fouten maakt, die worden je zwaarder aangerekend. In 1988 werd ik voorzitter. Of ik het als een eer zag? Het ging mij er in de eerste plaats om dat ik nu kon bewijzen dat ik als Marokkaan die grote verantwoordelijkheid aankon. Het zal wel een eer zijn als ik volgend jaar de rit van drie jaar erop heb zitten en kan zeggen dat ik de periode naar voldoening heb volbracht.

'Ik deed het ook omdat ik wilde laten zien dat Marokkanen, zoals ze wel eens worden afgebeeld, niet alleen maar profiteurs zijn, die alleen maar uit zouden zijn op de sociale voorzieningen in dit land, maar dat ze heus veel in hun mars hebben. Ik wilde ook aan mijn landgenoten bewijzen dat je zo'n baan als die van mij aankunt. Maar je moet er wel de kans voor krijgen.

'Ik ben ook actief in het leven buiten de Volvo. Ik was voorzitter van de stichting die in Sittard een moskee heeft gebouwd. Ik ben belijdend islamiet. Ik ga regelmatig naar de moskee voor gebed. Mijn vrouw, een Marokkaanse, en mijn twee kinderen doen dat ook. Ik ben in Sittard ook voorzitter van het platform voor culturele minderheden. In de Euregio tussen Maas en Rijn heb ik een functie in een werkgroep, die ervoor moet zorgen dat meer etnische minderheden in het arbeidsproces worden opgenomen. Dat is vooral belangrijk als in 1992 de Europese grenzen verdwijnen. Er zijn 5 procent etnische minderheden. Ik vind dat dat ook terug moet zijn te vinden op de arbeidsmarkt. Ik hoop dat dat nog eens een onderdeel wordt van de CAO.

'Ik was blij, toen werknemers en werkgevers en overheid vorige week besloten dat 60.000 mensen uit de etnische minderheden aan werk geholpen moeten worden. Het is maar een deel van de oplossing, maar het geeft me toch moed. Zelf wil ik toe naar een volledige integratie van onze groeperingen in de Nederlandse samenleving.'

Het is vier uur geworden. Saadane is moe. 'Ik zit eigenlijk de hele dag te praten en te overleggen.' Maar hij wordt gesterkt door de overtuiging dat hij bij Volvo Car helemaal is geaccepteerd. 'Men beschouwt me niet meer als Marokkaan. Het is nu gewoon: Saadane van de ondernemingsraad.'

    • Max Paumen