Zachtere lijn tegenover Peking kan Hongkong nog ten goede komen; Deng noemde Thatcher een 'koe'

Als ergens ter wereld geen traan zal worden gelaten over het vertrek van Margaret Thatcher dan is het in de Britse Kroonkolonie Hongkong. Niet dat men haar kwalijk neemt dat zij in 1984 het document heeft ondertekend dat in 1997 zes miljoen vrije mensen zal overdragen aan wat dan waarschijnlijk nog een communistisch regime is. Dat Hongkong vroeg of laat naar China zou teruggaan was een historische onvermijdelijkheid waaraan geen Britse regering had kunnen ontkomen. Mevrouw Thatchers stijl als onbuigzaam principiele, anti-communistische 'Iron Lady' creeerde echter enige tijd de illusie dat zij meer kon doen dan een 'gewone, modale' premier. Daarvan is niets uitgekomen, integendeel.

In september 1982, drie maanden na haar verplettering van de Argentijnse generaals, trok Thatcher naar Peking om het onderhandelingsproces over de toekomst van Hongkong te inaugureren. Tegen alle adviezen van het Foreign Office in was zij vastbesloten hoog en principieel in te zetten. De drie 'ongelijke' verdragen op grond waarvan Hongkong in de negentiende eeuw Brits werd, moesten en zouden de basis voor onderhandelingen worden. De twee eerste verdragen (1842, 1860) droegen Hongkong-Island en het schiereiland Kowloon 'in alle eeuwigheid' over aan het Britse Rijk. Het derde verdrag in 1898 gaf de 'New Territories' voor 99 jaar in pacht. De Chinese communisten - evenals alle Chinese regeringen na de revolutie van 1911 - beschouwden de ongelijke verdragen als 'van nul en gener waarde', maar lieten de status quo in Hongkong na 1949 om opportunistische redenen intact.

In haar ontmoeting met Deng Xiaoping hield Thatcher onverbiddelijk vast aan de geldigheid van de drie verdragen en peperde de Chinezen hun nationale schande van de vorige eeuw daarmee nog eens hardhandig in. 'Een land dat een (bepaald) verdrag niet respecteert, respecteert ook andere verdragen niet' oreerde zij. Tijdens de confrontatie met Deng Xiaoping ontstond een fantastisch misverstand, dat beperkt bleef tot een kleine kring van ingewijden. Een geagiteerde Deng wende het hoofd af, draaide zich om naar zijn tolk en zei: 'Vertel deze vrouw dat het Chinese volk meent wat het zegt !' Het Mandarijn-Chinese woord voor vrouw nu werd door Deng met zijn Sichuanees accent uitgesproken als niu, hetgeen in Mandarijn 'koe' betekent. De Chinese tolk begreep dat en vertaalde het niet, maar de Britse tolk bezwoer zijn mede-delegatieleden later dat Deng zo kwaad was geworden dat hij Thatcher een koe had genoemd.

Op het duel Deng-Thatcher volgden twee jaar van harde en ultimatieve onderhandelingen. De 'Gezamenlijke Verklaring' die er in september 1984 uit kwam was op zich zeker geen Britse nederlaag. Hongkong zou een autonome Speciale Administratieve Regio van de communistische volksrepubliek worden, waarin het kapitalistische systeem, het wezen van de Britse rechtsorde, afzonderlijke internationale economische relaties en dergelijke, alle zouden blijven behouden.

De Britse capitulatie begon echter een jaar later. De Britten hadden te elfder ure plannen gemaakt om de 'vrije koloniale autocratie' voor 1997 te vervangen door een autonome Hongkong-Chinese democratie, die waarborgen moest scheppen tegen rechtstreekse Peking-Chinese overname. Van 1985 af heeft Peking het Britse democratiseringsprogramma geobstrueerd en ontkracht en de een na de andere Brit blies de aftocht. Waarom? Omdat Thatcher in 1982 binnenlands politiek voordeel zag in een harde opstelling tegenover Hongkong en na 1984 concludeerde dat er geen eer aan te behalen viel.

De bloedige onderdrukking van China's eigen democratiseringsbeweging in juni vorig jaar demonstreerde nog eens op overrompelende wijze dat Hongkongs lot bepaald wordt door de onvoorspelbare politieke barometer in China, en niet door Londen. Niettemin kan een zachtere lijn van Douglas Hurd of John Major tegenover Peking tot een verbetering van de Brits-Chinese communicatie leiden en dat zal Hongkong in de resterende zes en een half jaar wellicht ten goede komen.

Wat de inwoners van Hongkong het meest vrezen is een opvolging door Michael Heseltine of een verkiezingsoverwinning van Labour. Tijdens een bezoek aan Hongkong vorig jaar opinieerde Heseltine dat de oorzaak van Hongkongs malaise de duur van de overgangsperiode - dertien jaar - was. Een kortere periode zou de doodstrijd bekorten. De Labour-schaduwminister van buitenlandse zaken Gerald Kaufman heeft tijdens bezoeken zo'n minachting voor Hongkongs succesvolle laissez-faire kapitalisme gedemonstreerd dat hij niets zal doen om het behoud daarvan te verzekeren.