Waren we maar verhuisd; Roman over fatalisme van Richard Ford

Richard Ford: In het wild. Vert. Nelleke van Maaren. Uitg. Contact, 157 blz. Prijs fl. 29,90.

In de ogen van veel Amerikanen is de noordelijke staat Montana het laatste stukje frontier: een onherbergzaam gebied met weidse wolkenpartijen waar de landsman ongecultiveerd is en de wildernis nog even bedreigend als in de tijd van de pioniers. Een ideale achtergrond voor verhalen over rusteloze individuen, onderdrukte frustraties en plots oplaaiend geweld - of die nu verteld worden door een 'soap noir'-filmer als David Lynch, of door modern-realistische schrijvers als Thomas McGuane en Richard Ford.

De nieuwe roman van Richard Ford speelt net als zijn verhalenbundel Rock Springs (1987) in Montana, en heeft een veelzeggende titel: Wildlife, of zoals het boek in de snel uitgebrachte vertaling heet, In het wild. Vanaf de eerste bladzijde is echter duidelijk dat we dit niet al te letterlijk moeten opvatten: het landschap dat Ford beschrijft is keurig in cultuur gebracht, en het stadje waar zijn verhaal zich afspeelt heeft een skyline die bestaat uit graansilo's, olieraffinaderijen en de lichtmasten van het honkbalveld. Echte wildheid resteert dan ook voornamelijk in de handelingen van Fords personages, ploeterende middenklassers die elkaar te gronde richten zonder echt van kwade wil te zijn.

In het wild wordt verteld door Joe, die als zestienjarige jongen zijn ouders van elkaar ziet vervreemden als zijn vader zijn baan als golfleraar verliest op verdenking van diefstal. Met het ontslag begint een keten van noodlottige gebeurtenissen waar alle betrokkenen machteloos tegenover staan. De werkloze vader verliest langzaam zijn zelfrespect en verlaat ten einde raad de stad om mee te helpen met het blussen van bosbranden. De alleen gelaten moeder begint een verhouding met een bevriende weduwnaar, waarop de vader bij terugkomst reageert met een maar net verijdelde crime passionel. Het einde van het verhaal is net zo weinig spectaculair als de persoonlijkheden van de hoofdpersonen. Na een afkoelingsperiode keert de moeder terug naar het gezin en gaat het leven gewoon door, even uitzichtloos als voor de onderbreking.

Draaikolk

Joe becommentarieert de ontwikkelingen sober achteraf, vanuit het perspectief van de volwassene. Hij probeert verbanden te leggen en verklaringen te geven, maar komt niet verder dan een weergave van hulpeloosheid en onafwendbaarheid. De toon wordt al gezet aan het begin, wanneer hij opmerkt: 'Ik denk dat we eerder ergens anders heen hadden moeten verhuizen, gewoon inpakken en wegwezen. Maar niemand zei dat ooit. Er heerste een stemming of we allemaal ergens op wachtten.' En hij eindigt zijn verhaal al even fatalistisch. Aangezien alles altijd zomaar gebeurt, 'als een draaikolk die door niets wordt tegengehouden of veroorzaakt', waagt hij zich niet aan een moreel oordeel: 'Misschien was het niemands schuld, en gold dat voor veel van wat wie dan ook overkwam'.

Ontworteld

Joe's instelling is kenmerkend voor de helden uit Richard Fords romans en verhalen. Ford is gespecialiseerd in ontwortelde figuren en andere verliezers die de leegheid van het bestaan gelaten ondergaan - iets dat het tijdschrift Granta ertoe bracht hem samen met geestverwant Raymond Carver uit te roepen tot erflater van het zogenoemde 'Dirty Realism'. Zijn stijl is aangepast aan de wereld die hij beschrijft: afstandelijk, op het rauwe af direct en ontdaan van alle frivoliteit. Jammer genoeg is dat mede de reden waarom de lezer zich heel moeilijk identificeert met zijn personages. In In het wild gebeuren de pijnlijkste dingen, maar omdat ze Joe niet lijken te raken, wordt het schokeffect ervan tenietgedaan.

In het wild gaat over herkenbare problemen en behelst een belangwekkende levensfilosofie. Maar net als voor The Sportswriter, de roman waarmee Ford in 1986 zijn literaire doorbraak maakte, kan ik voor dit boek weinig enthousiasme opbrengen. De algehele indruk is in beide gevallen dezelfde: akelig goed geschreven, maar een beetje saai.