v.d. Broek: opvoeren van druk op Irak verantwoord

DEN HAAG, 23 nov. - Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) vindt het alleszins verantwoord dat op dit moment de militaire druk op Irak wordt opgevoerd. Een VN-resolutie waarin militair optreden tegen Irak niet wordt uitgesloten, dient dat doel. Deze resolutie is in de eerste plaats 'een ernstig waarschuwingssignaal'. 'Na zo'n resolutie kan militair worden ingegrepen, maar het hoeft niet', zei de minister gisteravond.

Hij ondersteunde daarmee premier Lubbers tijdens een overleg met de vaste Kamercommissie voor buitenlandse zaken. Deze zei eerder deze week na een gesprek met president Bush voorstander te zijn van deze VN-resolutie. Lubbers zei bij die gelegenheid niet te willen vervallen in allerlei juridische discussies over de vraag of de VS en Groot-Brittannie nu wel of niet gerechtigd zijn zonder VN-steun hun legers te laten aanvallen.

Ook Van den Broek denkt dat Amerika, Groot-Brittannie en Frankrijk niet perse een resolutie van de Veiligheidsraad nodig hebben om te kunnen aanvallen. Zolang ze deze vraag onbeantwoord laten, aldus de minister, wordt de druk op Saddam Hussein gehandhaafd. Nu hij geen enkel teken geeft te willen voldoen aan de eisen van de Veiligheidsraad om zich terug te trekken, moet de druk worden versterkt. 'Dit is geen kwestie van een conflict tussen twee of drie landen, waarin met geven en nemen een oplossing kan worden gevonden. Dit is een zaak van de internationale gemeenschap tegen een land. We kunnen als internationale gemeenschap niet accepteren dat agressie lonend zou kunnen zijn.'

Van den Broek zei geen aanwijzingen te hebben dat het VN-embargo op grote schaal wordt ontdoken. Van een verdergaande aanscherping van het embargo verwacht de minister geen heil.