Uitslag onderzoek; Slipje! Slipje! Slipje!

De jurk is uit. Geen enkel meisje had op de dag dat ze aan het onderzoek meedeed een jurk aan. En slechts een meisje (Marieke Hochstenbach uit Eindhoven) noemde als lievelingskledingstuk een jurk, een gele van katoen. Ook de rok, de bloes en het overhemd zijn bijna uitgestorven. Kinderen dragen broeken en truien.

De broeken zijn meestal spijkerbroeken. De truien zijn van katoen en heel vaak staat er iets op: Donald Duck, Asterix en Obelix, een paardekop, een groene olifant, Washington DC. De onderbroeken en sokken zijn bijna nooit wit. De meeste onderbroeken zijn groen. En veel onderbroeken zijn, net als de truien, bedrukt, met bloemetjes, zonnetjes, meloenen of muizen.

Kinderen kiezen daar zelf voor. De meesten zoeken 's ochtends zelf uit wat ze naar school aandoen, al zijn er nog wel wat moeders (geen vaders) die kleren klaarleggen. Maar daar weet Vera van Moorsel (9 jaar) wel wat op. Als haar moeder stomme kleren klaarlegt, wacht ze met aankleden tot haar moeder naar haar werk is en dan trekt ze de kleren aan die ze zelf leuk vindt. Zo moedig is niet iedereen. 'Als ik zondagse kleren aandoe en daar ga ik mee naar school dan wordt mijn moeder boos', zegt Roberta Titihere uit Bovensmilde.

Maar hoe boos een moeder ook wordt, er is een ding dat elk kind weigert aan te trekken en dat is een trui die kriebelt. Wat ook niet kan zijn jurken, rokken en overgooiers en in de zomer sandalen (wel gympen). Dat kan allemaal niet omdat het tuttig is, niet hip en niet vlot, omdat je op school voor gek loopt en uitgelachen wordt. Sjoerd Smit (9 jaar) uit Roden: 'Mijn moeder kocht voor mij een sexy zwembroekje, maar die doe ik niet aan omdat de jongens uit mijn klas mij daarvoor uitschelden. Want in de kleedkamer roepen ze uit volle borst: Slipje! Slipje! Slipje! en dan voel ik me net een meisje.'

Als ze eenmaal een broek en een niet kriebelende trui aan hebben, stellen de meeste kinderen weinig eisen meer. Als de kleur maar mooi is (fel!) en het maar lekker zit, zeggen ze. Als ze al het geld van de wereld hadden zouden ze precies dezelfde kleren kopen. Willem-Jurphaas (11 jaar) vond toen hij vier was in de kast van zijn zusje een hele grote trui uit Zwitserland met een skier erop. Die trui heeft hij eigenlijk nooit meer uitgetrokken. Tot vorig jaar, want toen sprongen de gaten er in. Nu heeft zijn beer hem aan. Als Willem-Jurphaas veel geld zou hebben, vloog hij naar Zwitserland om te proberen weer zo'n trui te pakken te krijgen. Laurien Bosch (11 jaar) uit Staphorst zou zoiets nooit doen. Als zij al het geld van de wereld had zou ze het aan de ontwikkelingslanden geven, dat is belangrijker dan kleren. 'Maar', schrijft Laurien, 'ik geef natuurlijk niet alles. Zelf moet ik ook nog leven.'