Soldaten trekken ten strijde in verkeerde richting

Supplement, Radio 4, 23. OO-0.00u.

In het hoorspel Onze man aan het front bliksemt en ratelt het, klinkt trompetgeschal en getrommel. De muziek is gecomponeerd door acteur Hans Dagelet, die ook de hoofdrol vertolkt. Die muziek (maar wat voor soort muziek dan?) brengt me de voorstelling Dako in herinnering, ook met muziek van Hans Dagelet. Jaren terug alweer, ik had weinig band met het spel dat was geregisseerd door Lodewijk de Boer. Bij beluistering van het hoorspel Onze man aan het front vind ik dat Dagelets muziek toch veel plezieriger is dan ik toen vermoedde. Een anarchistisch gebruik van allerhande hulpmiddelen waarmee veel sfeer wordt gewekt. En Dagelet zelf bespeelt de trompet.

Oorspronkelijk heet het hoorspel, geschreven door de Oostduitse auteur Bert Ko Und hinter uns der Frontmann. Die titel illustreert waar het in deze parabel over oorlog en helden over gaat: soldaten trekken ten strijde in de verkeerde richting. Achter hen bevindt zich het front. Met andere woorden: ze getuigen van weinig moed. Zo moet ook naar het motto geluisterd worden dat aan het begin door een hoge kinderstem wordt gezegd, nadat alle ruisende winden en dreigende geluiden zijn weggestorven: 'Wie ouder wordt is zelden moedig na een laffe jeugd.'

Het spel vertelt het aloude verhaal van Siegfried die vecht tegen de draak, een motief ontleend aan Wagners 'Ring des Nibelungen'. De held (Hans Dagelet) meldt zich in rammelend harnas om de draak te doden die de stad belaagt. De man aan het front (Hans Veerman) heeft tot taak de jonge drakendoder tegen te houden, of hem in elk geval voldoende training te geven om het veelkoppige monster te kunnen verslaan. Zijn vrouw is wel gesteld op die Siegfried, en zo ontwikkelt zich een liefdesverhouding die met 'moeder en zoon' nog het beste is gekarakteriseerd. Die vrouw weet ook dat al twintig jaar lang drakendoders zich aanmelden om vervolgens in de strijd de dood te vinden. Het sprookje van de held en de slechte man en de nog slechtere vrouw is eenvoudig te herkennen in dit hoorspel, dat overigens in Duitsland het radio-debuut was van Bert Ko en hem in de DDR de Prix Italia opleverde.

Siegfried blijft onversaagd; hij trotseert het gevaar van de draak in zijn spelonk om uiteindelijk te ontdekken dat er helemaal geen draak is maar dat al het geloei en gehuil afkomstig is van een vulkaan die op het punt van uitbarsten staat. De stad is in gevaar. Een geleerde doet hem de onthulling, maar hij weigert de man te geloven. 'Ik had niet anders verwacht, ' antwoordt de laatste. Het verhaal is rond.

Ieder mag erover filosoferen hoe ver de strekking reikt van Onze man aan het front. De draak is het symbool voor de kwade machten in de wereld waarvoor de mens blind is, en die hij als een Don Quichot met verkeerde wapens tevergeefs wil bestrijden. De auteur schreef het stuk in november 1988; een jaar later zou de Muur in brokstukken uiteen vallen. Is het kwaad het naderende kapitalisme dat de stad van zo vlak bij bedreigt? Het hoorspel is teveel een sprookje om het al te moedwillig naar de actualiteit te willen trekken. Bovendien spreekt uit de regie van Hans Karsenbarg een groot plezier om te werken met middelen die afkomstig zijn uit het sprookje: de nadrukkelijke stembuigingen, de opzwepende muziek, de jagende wind, de stemmen van de acteurs die klinken als uit de tijd van vroeger.