Roemenie: binnen- en buitenlandse groepen wakkeren geweld aan

BOEKAREST, 23 nov. - In een toespraak tot het parlement heeft de chef van de nieuwe Roemeense inlichtingendienst SIR, Virgil Magureanu, 'binnen- en buitenlandse groepen' beschuldigd van het aanzetten tot politiek geweld, het recruteren van spionnen en het beramen van moordaanslagen op politieke leiders. Hij maakte tevens bekend dat de dossiers van de Securitate gesloten blijven.

Magureanu stelde dat de incidenten van juni, toen mijnwerkers hardhandig een eind maakten aan maandenlange protestacties in Boekarest, op het conto van de genoemde 'binnen- en buitenlandse groepen' moeten worden geschreven. Hij zei niet welke groepen dat zijn, maar 'het zijn er niet veel en we kennen hen'. De SIR is eveneens op de hoogte van groepen die zich schuldig maken aan spionagewerk en het afluisteren van telefoongesprekken, een activiteit waarmee de SIR zich volgens hem niet inlaat. Er zijn 'honderden' moorddreigementen tegen politieke leiders geuit en er zijn - aldus Magureanu - ook 'talrijke rapporten over mogelijke paramiliaire activiteiten van extreme, fascistische aard'. Dergelijke 'duidelijke terroristische bedoelingen' worden volgens hem vanuit het buitenland ondersteund. Driehonderd Roemenen worden ervan verdacht 'spionnen' te zijn.

Volgens de leider van de nieuwe geheime dienst ziet Roemenie zich gesteld tegen 'een krachtig offensief' van buitenlandse geheime diensten, die burgers - inclusief politici - aanwerven voor inlichtingenwerk en voor de infiltratie in Roemeense organisatis.

De Securitate, de gevreesde geheime politie van Nicolae Ceausescu, is volgens Magureanu ontbonden. Van de 15.000 officieren van de Securitate zijn er 5600 ontslagen of met pensioen gestuurd. De dossiers van de Securitate worden bewaard in archieven; ze moeten volgens Magureanu gesloten blijven totdat de situatie in Roemenie is gestabiliseerd, om te voorkomen dat het tot wraakacties komt. In oktober had Magureanu nog beloofd de namen van voormalige securisti bekend te maken; hij gaf toen tevens toe dat sommige securisti nu voor de SIR werken. De SIR-leider stelde echter dat zijn dienst niets gemeen heeft met de Securitate; de SIR is 'een a-politieke organisatie' die 'geen enkele partij loyaliteit verschuldigd is en tegenover alle partijen dezelfde houding aanneemt'. (Reuter, AP)