Pleidooi voor samenwerking school en bedrijf

AMSTERDAM/DEN HAAG, 23 nov. - De overheid moet snel een intensieve samenwerking van scholen en bedrijven mogelijk maken op het gebied van nascholing en uitwisseling van docenten en apparatuur. Deze experimentele 'vrijhavenprojecten' dienen buiten de bestaande wet- en regelgeving om plaats te hebben.

Dat zei Philips-topman mr.ir. F. C. Rauwenhoff gisteren bij de opening van de Streekschool Elandsstraat voor kort middelbaar beroepsonderwijs in Amsterdam. Rauwenhoff was voorzitter van een commissie die dit voorjaar de regering adviseerde over een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het belangrijkste voorstel van deze commissie was om via een gezamenlijke inspanning van overheid en bedrijfsleven leerlingen ten minste op het niveau van 'aankomend vakman' te brengen. Ook zou de combinatie van leren en werken in het beroepsonderwijs, 'dualisering', moeten worden uitgebreid en zouden scholen meer zelfstandigheid dienen te krijgen.

Vorige maand nam de regering de hoofdlijnen van deze voorstellen over. Rauwenhoff toonde zich daarover gisteren verheugd, maar hij was ook bezorgd over de invoering van de plannen. In plaats van de vrijhavenprojecten te stimuleren waarvoor de regering ook zelf pleit, wil de overheid volgens Rauwenhoff alles centraal regelen door eerst de landelijke wet- en regelgeving aan te passen.

Ook kritiseerde Rauwenhoff het regeringsstandpunt dat scholing van mensen ouder dan 27 jaar geen verantwoordelijkheid is van de overheid. Rauwenhoff vreest dat de groep die voortijdig de school verlaat, daardoor geen gelegenheid meer heeft alsnog het niveau van aankomend vakman te halen. Zijn commissie had voorgesteld dat voortijdige schoolverlaters niet bestede leerrechten later weer zouden kunnen gebruiken.

Tijdens een discussie met enkele honderden directieleden uit het beroepsonderwijs gisteren in Den Haag onderstreepte minister Ritzen (onderwijs) dat de vrijhavenprojecten 'slechts experimenten' waren.

De directieleden vrezen dat een uitbreiding van de combinatie van werken en leren via deze projecten het beroepsonderwijs zal uithollen. De mogelijkheid om van het middelbaar beroepsonderwijs naar het hoger beroepsonderwijs te gaan, zou hierdoor worden beperkt. Volgens Ritzen is deze vrees ongegrond. 'Er zijn veel varianten van dualisering denkbaar', zei hij.

Dualisering is voor de minister een manier om te bezuinigen, menen de directieleden. Terwijl de commissie-Rauwenhoff volgens hen 'mogelijkheden schetst tot versteviging van de positie van het beroepsonderwijs', kondigde Ritzen in de onderwijsbegroting immers een bezuiniging van 220 miljoen op het beroepsonderwijs aan. Het beroepsonderwijs vermoedt dat het bedrijfsleven zal weigeren hiervan 150 miljoen voor zijn rekening te nemen, zoals Ritzen voorstelde, of anders in economisch slechte tijden zijn handen weer van het beroepsonderwijs zal aftrekken. Ook vindt men het onbillijk dat in HAVO en VWO de salarissen en de kosten per leerling hoger liggen dan in het beroepsonderwijs.

Ritzen zegde toe dit verschil te zullen rechttrekken. Ook zei hij dat bij gedeeltelijke bekostiging door het bedrijfsleven een 'overheidsgarantie voor de hand ligt', maar dat hij deze voorafgaand aan de onderhandelingen met het bedrijfsleven niet kon geven. Op een enquete waaruit zou blijken dat in 1993 het beroepsonderwijs wegens de vergrijzing 39 miljoen gulden tekort komt voor de salarissen, wil de minister pas reageren als hij de cijfers heeft bestudeerd.