Onderzoek: bijstand in noorden ligt iets lager

GRONINGEN, 23 nov. - Uitkeringsgerechtigden die in het noorden van het land een algemene bijstandsuitkering genieten, ontvangen gemiddeld tien procent minder dan iemand met een dergelijke uitkering elders in Nederland. Het gemiddeld bedrag per inwoner aan het totaal aan uitkeringen is in het noorden echter vijf procent hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de werkgroep 'De arme kant van Noord-Nederland', bestaand uit Vrouwen in de Bijstand, het WAO-beraad en een aantal kerken.

De vijf procent meer wordt onder meer verklaard uit het feit dat het totaal aantal uitkeringsgerechtigden in het noorden hoger is. Ook het aantal mensen dat een beroep doet op bijzondere bijstand is daar hoger. De daarentegen relatief lagere bijstandsuitkering wordt niet veroorzaakt door de opbouw van de bevolking (veel jongeren en alleenstaanden leveren een lager uitkeringsbeeld op) maar zijn volgens D. Wams van de werkgroep waarschijnlijk te wijten aan het beleid van de gemeentelijke sociale diensten. Hij vermoedt dat bijvoorbeeld de bijverdiensteregeling in het noorden strenger wordt toegepast en dat de ambtenaren in het noorden zuiver volgens de regels handelen, terwijl elders die regels flexibeler worden toegepast.

Een andere oorzaak van de gemiddeld lagere uitkering zou kunnen zijn dat in het noorden minder vaak het individualiseringsartikel wordt gehanteerd. Krachtens dit artikel kan de gemeente bij het rijk extra geld vragen voor mensen met specifieke financiele problemen (zoals schuldsanering) en die niet vallen onder de bijzondere bijstandsregeling.

Wams noemt de tien procent verschil 'schokkend en verrassend'. 'Als een bestaansminumum per regio zoveel verschilt op een bedrag dat toch al zo krap is dan kan dat niet.' De werkgroep 'De arme kant van Noord-Nederland' eist dan ook een verhoging van de algemene bijstandsuitkering met vijftien procent. Via gemeentebesturen en sociale diensten wil de werkgroep weten hoe de bijverdiensteregeling wordt toegepast en hoe die in het noorden soepeler kan worden gehanteerd.