Nog eens de VVD

HET HOOFDBESTUUR van de VVD kan gerust zijn: voor ruzie in de eigen gelederen zal de afgelopen dinsdag gepresenteerde discussienota 'Ongebroken lijnen' niet zorgen. Dat is tegenwoordig al heel wat. Of de inhoudelijke discussie die aan de hand van het rapport nu gevoerd zal worden ook de discussie over personen zal doen verstommen, moet nog blijken. De procedure voor het zoeken naar een opvolger van partijvoorzitter Ginjaar is in gang gezet, dus wat dat betreft zijn de ingredienten voor een nieuwe personenstrijd volop aanwezig.

Maar eerst zal het VVD-kader zich moeten storten op 'het grote debat over de rol van het liberalisme in de komende jaren', zoals in het discussierapport van de commissie Nord staat. Jammer alleen dat de organisatie een echt fundamentele discussie in de weg staat. Want vooralsnog hebben de afdelingen tot 31 januari - ruim twee maanden dus - de tijd voor dat grote debat. Maar misschien is het ook wel voldoende, want heeft de VVD wel behoefte aan een inhoudelijk debat? De koers is goed, zeggen politiek leider Bolkestein en partijvoorzitter Ginjaar immers keer op keer.

De partij heeft in 1988 met het massaal afwijzen van de nota 'Liberaal Bestek 90' van de commissie Geurtsen een keuze gemaakt. Het daarin gehouden pleidooi voor een 'waarborgstaat' waarin voor de overheid slechts enkele essentiele taken waren weggelegd, ging het partijkader te ver. Daarvoor in de plaats introduceerde de toenmalige leider van de VVD, J. Voorhoeve, de stimulerende staat. Die sfeer ademde ook het verkiezingsprogramma van vorig jaar waar werd gesproken over 'vrijheid in gebondenheid'. Het begrip stimulerende staat keert terug in de nota 'Ongebroken lijnen': 'Wij wensen een overheid die stimuleert en waar nodig tussenbeide komt, opdat de vrijheid van de een geen bedreiging wordt voor die van de ander'. In die zin is er inderdaad sprake van een ongebroken lijn.

MAAR DAT ROEPT dan wel de vraag op waarover de VVD-leden de komende maanden moeten discussieren. Want voor een nota die was bedoeld in hoofdlijnen een 'adequaat liberaal antwoord' te geven op de inhoudelijke uitdagingen waar de VVD de komende jaren voor komt te staan, is het 32 pagina's tellende geschrift wel erg mager. Juist over de nieuwe vragen van de jaren negentig is het rapport van de commissie Nord opmerkelijk vaag. Wat is bijvoorbeeld het liberale antwoord op de milieuproblemen? Dat het 'voorkomen van vervuiling centraal moet staan' is wel een heel erg algemene opmerking. Juist van de VVD, die immers over het thema milieu een kabinetscrisis heeft veroorzaakt, had wel wat meer mogen worden verwacht. Een antwoord op de vraag wat de balans zou moeten zijn tussen vrijheid en regulerende milieumaatregelen is in het rapport helaas niet te vinden.

Zo ontbreekt ook een fundamentele beschouwing over de voortschrijdende individualisering, een toch bij uitstek liberaal thema. Waar liggen de grenzen? Er is weliswaar een apart hoofdstuk gewijd aan de EG, het kan ook haast niet anders met een oud-Europarlementarier als voorzitter, maar hier wordt de kernvraag niet echt beantwoord. Het gaat er niet om of Nederland voor zijn belangen binnen de EG moet opkomen, zoals in het rapport staat, maar juist om welke belangen. Hoe dringend die vraag is, maakt de discussie in het Verenigd Koninkrijk duidelijk.

HET MEEST opvallend is eigenlijk de laatste pagina van het rapport waar wordt gesproken over de positie van het CDA in het politieke krachtenveld, hoewel het hier veel meer om strategie dan ideologie gaat. Het wordt een 'ongezonde toestand genoemd' dat christen-democraten altijd regeren. Een ongezonde toestand die de VVD sinds het eind van de jaren vijftig mede in stand heeft gehouden en waar men dus blijkbaar nu verandering in wil aanbrengen. Tot nu toe hebben vooral ver van het Binnenhof verwijderde VVD-politici (Geertsema, Toxopeus, Vonhoff) zich positief uitgelaten over eventuele samenwerking met de PvdA. Het rapport van de commissie Nord opent de weg voor een discussie hierover in de partij. Dat werd hoog tijd.