Londen verwacht een derde ronde

LONDEN, 23 nov. - De strijd om het leiderschap van de Conservatieve partij is na het verrassende aftreden van premier Thatcher, gisteren, in volle hevigheid losgebarsten. De beide kandidaten uit het kabinet, minister van financien John Major en minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd, moeten proberen uiterlijk komende dinsdag de voorsprong van outsider Michael Heseltine (152 stemmen in de eerste ronde) ongedaan te maken. Algemeen wordt verwacht dat een derde ronde nodig zal zijn om vast te stellen wie uiterlijk volgende week donderdag de opvolger van Margaret Thatcher wordt.

De schok die volgde op Thatchers beslissing heeft binnen de Conservatieve partij geleid tot bittere verwijten over de vernederende manier waarop 'de grootste premier in vredestijd van deze eeuw' werd gedwongen haar biezen te pakken. Heseltine, de man die zich tegenkandidaat durfde stellen na de vernietigende aanval van Sir Geoffrey Howe op het leiderschap van de eerste minister, wordt door het pro-Thatcherkamp openlijk als 'moordenaar' aangeduid. Inmiddels is duidelijk geworden dat drie leden van Thatchers kabinet hebben overwogen hun ontslag in te dienen indien Thatcher haar kandidatuur voor het leiderschap in een tweede ronde zou hebben doorgezet.

De parlementariers die eerder deze week 152 stemmen aan haar voortgezet leiderschap onthielden en daarmee haar ontslag inluidden, schaarden zich gisteravond in het Lagerhuis zonder een uitzondering eensgezind achter hun demissionaire aanvoerster. Hierdoor werd een motie van wantrouwen tegen de Conservatieve regering, ingediend door Labour, met 367 tegen 247 stemmen verworpen.

Terwijl uit de hele wereld huldebetuigingen aan de verdiensten van Margaret Thatcher als premier van Groot-Brittannie toestroomden, begon in Westminster de lobby voor de kandidaten die haar willen opvolgen. Douglas Hurd en John Major, die zich gisteren nog net voor sluitingstijd voor kandidatuur in de tweede ronde konden melden, gaven een gezamenlijke verklaring uit waarin ze zeiden dat ze als vrienden de strijd aangingen. Naar bekend is geworden heeft Thatcher bij aankondiging van haar ontslag de leden van haar kabinet de opdracht gegeven de erfenis van het 'Thatcherisme' veilig te stellen en niet in handen te laten vallen van Heseltine of - uiteindelijk - van Labour.

Pag. 4: Aanhang van Major groeit Hurd en Major hebben zich afzonderlijk kandidaat gesteld omdat ze het niet eens konden worden over kandidatuur van slechts een van hen en omdat ze hopen meer stemmen los te weken van Michael Heseltine door een 'bredere keuze' te offreren. De eerste reacties duiden erop dat vooral de campagne voor John Major (47), de jongste van de drie kandidaten en tot nu toe een protege van premier Thatcher persoonlijk, snel aan kracht wint.

Margaret Thatcher zelf gebruikte gisteren haar laatste grote optreden als leider van de Conservatieve partij en premier van Groot-Brittannie in het Britse Lagerhuis om te onderstrepen welke veranderingen er onder haar leiding in elfeneenhalf jaar tot stand zijn gekomen en om een vernietigende aanval te doen op de pretenties van Labour. De verdiensten van het Thatcherisme zijn alles behalve 'een economische recessie aan het begin, een economische recessie aan het eind, met een zogeheten economisch wonder ertussen', zoals Labourleider Neil Kinnock ze omschreef. Thatcher sprak van 'een economische voorspoed die zijn weerga niet kent, meer werkgelegenheid, meer terugbetaalde schulden, lagerere belastingen en bedrijven die geprivatiseerd en gemoderniseerd waren'. Een grotere keuze voor het individu was allerwege zichtbaar, de verkoop van gemeentewoningen had het aantal huizenbezitters tot recordhoogte opgedreven, meer dan 11 miljoen mensen waren nu in het bezit van aandelen en gepensioneerden hadden nu meer geld beschikbaar om na te laten aan hun kinderen. De macht van de vakbonden was ingeperkt, Groot-Brittannie had een sterke defensie en was een loyaal partner voor zijn bondgenoten. In Europa had haar regering pal gestaan voor de Britse balengen, gevochten om de landbouwpolitiek van de Gemeenschap te hervormen, een korting van 10 miljard pond op zijn bijdrage bevochten en zich verzet tegen bureaucratie in Brussel. De reputatie van Groot-Brittannie was nu beter dan ooit in de laatste twintig jaar en het was aan de Tory Party om die erfenis verder uit te bouwen en 'aan drie verkiezingsoverwinningen een vierde toe te voegen, die we zeker zullen winnen'.

Neil Kinnocks motie van wantrouwen in een regering die het land in economische recessie had gebracht, de sociale voorzieningen had gereduceerd en de poll tax had ingevoerd, verbleekte onder haar openingswoorden. 'Wanneer uw opgeblazen retoriek verwaaid is, kunt u me dan zeggen wat uw werkelijke reden is om deze motie aan het Lagerhuis voor te leggen?'

In het Lagerhuis verdrongen zich de sprekers aan Tory-zijde die hulde wilden uitspreken aan de leider, die zij juist die morgen tot ontslag hadden gedwongen. Premier Thatcher herinnerde eraan dat zij ook dinsdag, en mogelijk donderdag nog in functie zal zijn, daarmee doelend op een derde ronde waarin over haar opvolger wordt beslist. Alle drie kandidaten voor de post hebben inmiddels onderstreept dat eenheid van de partij hun eerste streven is en zich bereid verklaard onder elkaars leiding 'het land te dienen'.