Liberale joodse school gaat ten onder aan kinderziekten; Ouders lichtten zaterdag 'op sjoel' de school door

AMSTELVEEN, 23 nov. - De enige liberaal-joodse basisschool in Nederland is niet meer. Na acht jaar sluit de Leo Baeckschool in Amstelveen haar poorten. De resterende leerlingen bevinden zich inmiddels in de diaspora van enkele openbare basisscholen.

De paar onderwijzeressen wachten in het grote verlaten schoolgebouw allesbehalve verslagen af totdat in januari ook officieel het doek valt. Want voor hen staat een ding als een paal boven water: voor een liberale school is nog steeds plaats in Nederland. 'Met de groei van orthodoxe scholen heeft de sluiting niets te maken', stelt Marianne van Praag, een van de leerkrachten. 'Door ondeskundig personeelsbeleid en veel persoonlijke conflicten tussen de leerkrachten is de droom niet uitgekomen.'.

De school werd in 1982 opgericht door onder anderen de rabbijn van de liberaal-joodse gemeente in Amsterdam, D. Lilienthal. 'De liberale joden huldigden al tweehonderd jaar het ideaal van de integratie in de algemene samenleving', vertelt de geestelijke. 'Joodse kinderen in Nederland gingen naar de openbare school. De integratie was echter zo'n succes dat het in deze tijd een probleem werd om onze identiteit vast te houden. Dat is de omkering die we nu meemaken. Als je thuis nog nauwelijks een joods ritme hebt, heb je soms de steun van de school nodig.'

De Leo Baeckschool, genoemd naar de theoloog en leider van het Duitse jodendom na het aan de macht komen van Hitler in 1933, ging zowel interne missie bedrijven als liberale integratie-idealen uitdragen. Behalve op leden van de gemeente van Lilienthal richtte de school zich op joden die hier minder actief waren. Onderwijzeres Van Praag: 'We waren er ook voor ouders die de joodse traditie als gevolg van de oorlog hadden verdrongen, maar toch op de een of andere manier hun kinderen iets daarvan wilden meegeven.'

De joodse identiteit in het schoolleven kwam onder meer tot uitdrukking in de lezing van de Thora aan het begin van de week en de viering van de sabbat aan het eind. De kinderen kregen verder drie uur per week Hebreeuws van een docente uit Israel om de leerlingen tweetalig groot te brengen. Van Praag onderwees de kinderen in de joodse geschiedenis, cultuur en historie. De twee docenten wijdden tevens hun niet-joodse collega's in de joodse traditie in. Boterhammen met ham kwamen de school niet binnen.

Ook de ouders werden regelmatig bij het schoolleven betrokken, zoals bij joodse feesten. 'De stencils voor de kinderen over de viering van religieuze feesten, schreven we op den duur eigenlijk meer voor de ouders', aldus Van Praag.

De strikte scheiding tussen profane en joodse lessen zoals die op de orthodoxe scholen heerst, bleef op de Leo Baeckschool principieel achterwege. De inhoud van wereldse vakken werd, waar mogelijk, afgestemd op het thema dat in de lezing van de Thora was gekozen. Van Praag: 'Lazen we over de ark van Noach, dan leerden de kinderen bij muziek 'Alle eendjes zwemmen in het water'. Bij andere vakken kregen in die week dieren meer aandacht.'

Het integratie-ideaal kreeg vorm in de samenwerking met de christelijke Wilhelminaschool in de buurt. Op religieuze hoogtijdagen kwamen de kinderen bij elkaar op bezoek. Chanaka en Kerst vierden ze dikwijls samen. 'De kinderen moesten in twee kalenders leren leven' licht rabbijn en bestuurslid Lilienthal toe. 'Een moeilijk ideaal. We wilden er daarom vroeg mee beginnen.'

Na aanslagen op joodse doelen, zoals op de synagoge in Antwerpen, bleef de Leo Baeckschool op haar kogelvrije ruiten vertrouwen. 'Andere joodse scholen begonnen hekken om hun terrein te plaatsen' vertelt Wig Broers, hoofdleidster van de kleuterafdeling. 'Maar dat stond voor ons haaks op de integratie-gedachte. Omdat veel ouders toch angstig waren hebben we wel een bewaker aangetrokken.'

Dit bleken achteraf de minste problemen. Eigenlijk boterde het vanaf het begin niet tussen sommige personeelsleden. Het onervaren bestuur greep te weinig in, vonden de meesten. Bovendien liet het de proeftijd van ongeschikt gebleken kandidaten verlopen, die daarom wel aangenomen moesten worden.

Rabbijn Lilienthal zegt grote moeite te hebben gehad om personeel te vinden 'dat de balans in onze idealen goed in evenwicht zou weten te houden. Ik heb eens alle joodse leerkrachten in Nederland gebeld die ik kon vinden. Dat waren er trouwens opmerkelijk weinig. Ze wilden niet komen, want het waren allemaal voorstanders van openbaar onderwijs.'

De kinderziekten die zich bij de oprichting van elke school voordoen, bleven broeien. Ongeschikte docenten konden, beschermd door de rechtspositionele regelingen, blijven zitten waar ze zaten. De animositeiten gingen in de kleine school, die nooit groter werd dan zestig leerlingen, de sfeer bepalen, vertelt de huidige directeur Bart Tol. De dicht bij het schoolleven betrokken ouders kozen partij. 'Ze hadden veel macht', aldus Tol. 'Als ouders vier kinderen van school kunnen halen, komt dat hier meteen hard aan.'

Ook de nauwe relatie met de synagoge brak de school op. 'Ouders gingen zaterdag op sjoel de school doorlichten', aldus de directeur.

De tegenstellingen verscherpten zich echter volgens rabbijn Lilienthal vooral toen de wet op het basisonderwijs moest worden uitgevoerd. De kleuter- en lagere school dienden te integreren. Van de twee schoolhoofden moest er een over blijven. De scheiding der geesten was volgens Lilienthal toen compleet.

Door het hoge ziekteverzuim kregen de kinderen vrijwel continu les van vervangers. Toen de ene lerares weer begon, haalde de andere lerares haar kinderen van school. De onderwijsresultaten kelderden door het gebrek aan continuiteit. Ook andere kinderen gingen hun heil elders zoeken.

Een grondige doorlichting van het onderwijs door externe deskundigen volgde. Tol werd als ervaren buitenstaander binnengehaald om een 'frisse wind' te laten waaien. Het mocht niet meer baten. Waren er voor de zomervakantie nog dertig leerlingen, vorige maand waren dat er nauwelijks meer dan twintig.

Dat deze nu op weer openbare scholen zitten, en niet bijvoorbeeld op de christelijke Wilhelminaschool vind Lilienthal voor de hand liggen. 'De joden zijn lang genoeg object van missie geweest. Op een openbare school wordt onderwijs op een neutrale basis gegeven.'

Net als het onderwijzend personeel blijft Lilienthal geloven in het bestaansrecht van een liberaal-joodse school in Nederland. Toch is hij bang dat er 'tien, vijftien jaar' overheen zal gaan voordat een groep ouders het weer met zo'n school aandurft. 'Daar ligt voorlopig een smet op.'