Kohl geeft ongelijk toe in debat over Handvest CVSE

BONN, 23 nov. - Als 'Handvest voor een nieuw Europa' heeft de slotverklaring van de CVSE-top van woensdag in Parijs niet alleen de Koude Oorlog in Europa beeindigd maar ook een jarenlange tegenstelling in de Duitse Bondsdag tussen de CDU/CSU enerzijds en de SPD en de FDP anderzijds.

Dat bleek gisteren toen kanselier Helmut Kohl in de Bondsdag voor het eerst met zoveel woorden toegaf dat hij in de jaren zeventig als fractievoorzitter van de oppositionele CDU het belang van de Conferentie voor Europese veiligheid en samenwerking (CVSE) en de CVSE-akkoorden van Helsinki van 1975 heeft miskend. In de vaak gepolariseerde discussiecultuur van de Bondsdag wordt zo'n erkenning slechts bij hoge uitzondering uitgesproken.

'Onze skepsis van toen is gelukkig misplaatst gebleken', zei Kohl gisteren in een regeringsverklaring over de Parijse top. Hij betuigde 'uitdrukkelijk respect' voor de 'Ostpolitik' en het CVSE-beleid van de jaren zeventig van de SPD-kanseliers Brandt en Schmidt en hun liberale ministers van buitenlandse zaken Scheel en Genscher.

Destijds meende de CDU/CSU-fractie dat de Duitse Ostpolitik, de vernieuwde basisverdragen met Warschau en Moskou en de Helsinki-akkoorden, de Sovjet-Unie eenzijdig bevoordeelden. Zij bestreed de kabinetten-Brandt en -Schmidt toen tot voor het Westduitse constitutionele hof in Karlsruhe. Uitspraken van dat hof, in 1973 en 1974, hebben Schmidt en Kohl als Westduitse kanseliers weerhouden van formeel bindende uitspraken inzake de onaantastbaarheid van de Oder-Neisselijn als Poolse westgrens. Het hof in Karlsruhe had immers na een constitutionele klacht van de CDU/CSU bepaald dat juridisch bindende uitspraken daarover alleen konden worden gedaan door de soeverein van een verenigd Duitsland, zoals nu onlangs is geschied in een nader Pools-Duits verdrag.

Op de eensgezind instemmende behandeling van de resultaten van de CVSE-top volgde in de Bondsdag gistermiddag de laatste grote parlementaire confrontatie tussen regering en oppositie over de vraag of de kosten der Duitse eenwording nu wel of niet belastingverhoging nodig maken. De SPD had het debat, dat sterk in het teken stond van de Bondsdagverkiezingen, aangevraagd nadat Kohl vorig weekeinde over toekomstige milieuheffingen had gesproken. Volgens Oskar Lafontaine, kanseliers-kandidaat van de SPD, was daarmee gebleken dat de huidige coalitie ondanks haar ontkenningen straks wel de belastingen wil verhogen. Hij verweet Kohl 'woordbreuk' en zei dat hij nu niet meer tot de verkiezingsdag kan 'doorliegen'. Hij vergeleek de kanselier ook met de pas ontmaskerde Amerikaanse popgroep Milli Vanilli, waarvan de leden wel de lippen bewogen maar het geluid door anderen op de band lieten inzingen. De SPD'er omschreef de regeringscoalitie als 'een zelfbedieningswinkel zonder plan'.

Kohl liet een reactie op Lafontaine over aan minister Waigel (financien, CSU). Die verweet Lafontaine even hardhandig 'bangmakerij' van de Duitse kiezers. Volgens Waigel had sinds de Bondsrepubliek in 1949 ontstond nog geen enkele prominente SPD'er zo'n miserabel verhaal gehouden. Waigel herinnerde aan de instemming die vroegere SPD-ministers van financien als Helmut Schmidt, Karl Schiller en Hans Apel nog onlangs hebben betuigd met zijn financiele beleid.

Waigel wees de Lafontaine, premier van het Saarland sinds 1985, ook op de slechte budgettaire toestand in zijn eigen deelstaat en op het feit dat de Saarlandse regionale rekenkamer de afgelopen jaren twee begrotingen van Lafontaines kabinet heeft afgewezen als ongrondwettig. 'U bent de verkeerde man op de verkeerde tijd en op de verkeerde plaats', zei hij de SPD-kanseliers-kandidaat.