'Impulsief besluit van een trots en eigenzinning man'; Raul Gardini sluit 'kruisweg' Enimont af met vette winst

ROME, 23 nov. - Raul Gardini, na Fiat-president Agnelli de tweede ondernemer van Italie, heeft er genoeg van. 'Ik wil niets meer met de Italiaanse economie te maken hebben', liet hij gistermiddag weten, nadat zijn droom om de koning van de Italiaanse chemie te worden definitief was ingestort.

Een paar uur eerder was bekendgeworden dat Montedison, onderdeel van Gardini's Ferruzzi-groep, zijn aandeel in de chemische joint venture Enimont verkoopt aan de staatsholding ENI, zijn partner in Enimont. De prijs hiervoor is buitengewoon goed, maar Gardini zei dat de staat hem 'met sterke beperkingen aan de ondernemersvrijheid' min of meer had gedwongen te verkopen.

Het besluit betekent een feitelijke nationalisering van dat deel van Montedison dat in Enimont was overgegaan. Enimont is een van de tien grootste chemische bedrijven ter wereld, maar financiele analysten betwijfelen of ENI in staat is het levensvatbaar te maken. Ze wijzen erop dat politieke overwegingen een hoofdrol hebben gespeeld in de strijd tegen Gardini.

Enimont was 1 juli 1989 opgericht als een gezamenlijke onderneming van ENI en Montedison, in een poging de krachten te bundelen in de chemische sector. De twee partners namen ieder een belang van veertig procent en twintig procent werd op de markt verkocht.

De joint venture heeft nooit goed gefunctioneerd wegens fundamentele meningsverschillen, vooral over ontslagen. Bovendien blokkeerde het parlement een belastingvoordeel bij de fusie, dat de voorgaande regering Gardini had toegezegd. Vrienden van Gardini kochten toen samen elf procent van Enimont op de markt, waardoor Gardini over een absolute meerderheid beschikte. Voordat hij die kon gebruiken om zijn beleidskeuzen door te zetten, legde de rechter op verzoek van ENI beslag op de aandelen van beide partners.

'De groep Ferruzzi-Montedison is praktisch bevolen de aandelen Enimont te verkopen, ' aldus een kort communique gisteren van Gardini. Om de impasse te doorbreken, was afgesproken dat een van de twee partners de ander zou uitkopen. Hieraan waren echter zoveel voorwaarden verbonden dat volgens Gardini geen andere keus overbleef dan te verkopen.

Het was 'een kruisweg', zo omschreef Gardini in zijn communique de laatste gesprekken met ENI. Uit protest is hij afgetreden als voorzitter van de Ferruzzi-groep en als vice-voorzitter van de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria. Volgens het communique is dit 'de eerste stap van zijn persoonlijke besluit om, uit ideologische overwegingen, niet meer deel te nemen in enig nationaal-economisch genootschap of vergadering.'

De 'ideologische overwegingen' van Gardini zijn waarschijnlijk zijn protesten tegen de sterke inmenging van politici in de economische sector. Hoe zijn besluit moet worden uitgelegd, is nog onduidelijk. Sommigen zien hierin een poging tot een eervolle aftocht, omdat de andere leden van de Ferruzzi-groep bezwaren zouden hebben gehad tegen Gardini's plannen om de koning van de Italiaanse chemie te worden. Anderen zien het als een impulsief besluit van een trots en eigenzinnig man. Een derde verklaring is dat Gardini zich wil voordoen als slachtoffer van het politiek-economische systeem in Italie om te verbergen dat hij er financieel veel bij heeft gewonnen.

Veel mensen zouden graag zo'n slachtoffer zijn. Gardini krijgt voor zijn veertig procent in Enimont 2,8 biljoen lire, ruim 4,3 miljard gulden. Dat is beduidend meer dan het bedrag waarop Montedisons bijdrage werd geschat bij de oprichting van de joint venture: 1,7 biljoen lire.

Afgesproken was dat ENI de prijs mocht vaststellen waarvoor een van de twee partners zou worden uitgekocht, en dat Montedison als eerste mocht zeggen of het voor dat bedrag wilde kopen of verkopen. Dat ENI een prijs heeft vastgesteld die duidelijk boven de marktwaarde ligt, wordt gezien als een poging om te voorkomen dat Gardini alsnog zou besluiten te kopen.

ENI heeft ook aangeboden de twintig procent van de aandelen Enimont die op de markt zijn verkocht, om te ruilen tegen inwisselbare obligaties ENI met een waarde van 1650 lire. Aandelen Enimont werden een jaar geleden op de beurs gebracht voor 1420 lire per stuk; toen de handel erin twee weken geleden werd opgeschort, stonden ze op 1030 lire.

Minister van staatsdeelneming Franco Piga heeft gezegd dat de aankoop door ENI geen lasten voor de schatkist met zich meebrengt en dat ENI alles zelf zal financieren. De scepsis over die uitspraak is groot, en de vraag is of ENI zijn geld niet beter had kunnen besteden. Enimont steekt voor meer dan veertien miljard gulden in de schulden. De vooruitzichten voor het bedrijf zijn hooguit matig.

Carlo Sama, de rechterhand van Gardini, zei: 'ENI heeft de machtsstrijd gewonnen en Italie heeft een prachtige gelegenheid verloren' om zijn chemische industrie te herstructureren en concurrerend te maken met die in het buitenland.