Goed geoutilleerd Nederlands Foto Archief in Rotterdam officieel open; Het fotografisch erfgoed ontsloten

ROTTERDAM, 23 nov. - Pal aan de deinende Maas, tussen de Rotterdamse expeditie- en cargadoors-bedrijven, heeft zich het Nederlands Fotoarchief genesteld, dat dit weekeinde officieel wordt geopend door J. Riezenkamp, directeur-generaal cultuur van WVC. Foto's zijn er nauwelijks te zien in het voormalige pand van de havengigant Blauwhoedenveem. Ze liggen in de kelder, in een geklimatiseerde kluis van honderd vierkante meter: een miljoen negatieven en glasplaten, meer dan twintig archieven van Nederlandse of in Nederland woonachtige fotografen. En de lege kasten demonstreren dat er nog duizenden negatieven bij kunnen.

Na de recente verwerving van het archief van de Amsterdamse fotograaf Cas Oorthuys, dat 500.000 negatieven en 444 ordners met contact-afdrukken omvat, heeft het Nederlandse Foto Archief (NFA) inmiddels ook toezeggingen in huis van de fotografen Aart Klein en Dolf Kruger. Het nationale archief, dat jaarlijks drie ton subsidie van WVC ontvangt, zal ook deze collecties gaan beheren, conserveren, ontsluiten en exploiteren.

'Ontsluiten' wil onder meer zeggen dat alle negatieven door een speciale camera zullen worden gescand en in digitale vorm op magneetschijven worden overgebracht. Met het intoetsen van een of meer trefwoorden op de computer verschijnen op de ene monitor de gezochte foto's en op een andere monitor alle beschikbare informatie uit het databestand. Musea, media en andere instellingen kunnen binnenkort 'op afroep' over bijvoorbeeld een foto van de Noordzee in 1933 beschikken. Twee woorden op het toetsenbord - Noordzee en 1933 - en een zwarte lijn op het scherm ontvouwt zich als fotografisch document.

Flip Bool, oud-conservator van het Haags Gemeentemuseum en nu directeur van het NFA, is zeer tevreden over acommodatie en faciliteiten. Het ligt weliswaar in de bedoeling samen met het op te richten Instituut voor de Fotografie ooit te verhuizen naar het complex Witte de With, waar ook het gelijknamige centrum voor eigentijdse kunst is gehuisvest, maar voorlopig voelen zowel de vier vaste medewerkers als de free lance-staf van historici, kunsthistorici en neerlandici, die zich specifiek aan een archief wijden, zich wel thuis tussen de vemen en de rijnaken. Samen met de Stichting Perspektief, op hetzelfde adres ondergebracht, beschikt het NFA inmiddels over een bibliotheek, ruime werkkamers en een doka.

Gehakketak

Aan de opening van het NFA is veel gehakketak voorafgegaan. B en W van Amsterdam reageerden onthutst, toen de toenmalige cultuurminister Brinkman ter bevordering van de landelijke cultuurspreiding de stad Rotterdam in juni 1986 aanwees als thuisbasis van een nationaal fotoarchief. Daar en nergens anders hadden immers in 1970 en later, in 1982, fotografen zelf het initiatief voor zo'n archief genomen.

Alternatieven waren ook het Leidse Prentenkabinet, dat over een belangrijke historische fotografische verzameling beschikt, of de stad Haarlem, waar de grafische firma Enschede onderdak zou kunnen bieden aan een (foto-)grafisch museum. In datzelfde museum zou het omvangrijke archief van De Spaarnestad eveneens kunnen worden ondergebracht. Maar Brinkman, toen demissionair, hield voet bij stuk: Rotterdam.

Inmiddels is er, volgens Bool, een landelijk overleg begonnen tussen instellingen met belangrijke fotocollecties. Ook de Stichting Maria Austria - genoemd naar de theaterfotografe en in 1975 opgericht om behalve haar collectie ook andere archieven te beheren - is bij dit overleg betrokken. Eind dit jaar bundelen de instellingen zich in een vereniging.

Het NFA, dat zelf geen tentoonstellingen organiseert en evenmin museale aspiraties heeft, accepteert niet klakkeloos elk fotografisch archief. Een commissie adviseert het bestuur over het artistieke en/of cultuurhistorische belang. Bij opname van een archief, dat niet op onderwerp wordt gesplitst, maar als oeuvre compleet blijft, berusten de auteursrechten bij de fotograaf of diens erven. Bij exploitatie van het werk ontvangt het NFA een deel van de inkomsten. Afdrukken worden naar vermogen 'in de geest van de fotograaf' gemaakt.

Schrikbarend

De conditie van sommige, al beschikbare archieven is 'schrikbarend' zegt Bool 'en in Nederland werkt welgeteld een foto-restaurateur'. Bij de J. Paul Getty Trust in Malibu (Californie) zal Bool zich volgend jaar verdiepen in fotografische technieken en conserveringsmethoden, hoewel men daar in sommige gevallen ook geen raad weet met aangetaste foto's. 'De foto-industrie is niet ingesteld op conservering. Het verkrijgbare verpakkingsmateriaal is kostbaar en niet gestandaardiseerd, zodat bijvoorbeeld negatievenzakjes niet in de zuurvrij kartonnen dozen passen'. Ter illustratie van de restauratie-problemen toont Bool een foto van Cok de Graaff, de eerste professionele Nederlandse reclamefotograaf die eind jaren dertig als vluchteling in Zuid-Afrika opnamen maakte. Om volstrekt onduidelijke redenen zijn de contouren van een gefotografeerd meisje weggevreten. 'Niets meer aan te doen', zegt Bool.

Zoals uit de NFA-archieven blijkt, hebben veel fotografen in het verleden hun werk verwaarloosd. Contactafdrukken verdwenen dubbelgevouwen in kantoorklappers, glasplaten liepen weelderige schimmels op in vochtige kelders en als het om vooroorlogs materiaal ging, wist men niet beter of het vuilnisvat was de juiste bestemming van het totale negatievenbestand.

Het nu beschikbare archiefmateriaal loopt sterk uiteen: van een enkel filmrolletje van de Rotterdamse graficus en beeldend kunstenaar Wally Elenbaas, in de jaren dertig nauw betrokken bij de Vereeniging van Arbiedersfotografen, tot het complete fotografisch oeuvre van de schilder en dichter Lucebert. Via het legendarische boek Pictures on a page van Harold Evans kon het NFA de amateurfoto's achterhalen van W. F. Leijns, die op 7 mei 1945 vastlegde hoe de Duitsers vanuit de Grote Club op de Dam het vuur openden op feestvierende Amsterdammers. Het gaat in totaal om vijf films, die alle de Dam en de bevrijding als onderwerp hebben.

Hans Spies, een specialist op het gebied van de architectuurfotografie, liet het NFA zo'n 40.000 negatieven na en van verzetsstrijder Henk van der Horst, op 30-jarige leeftijd omgekomen in een Pools concentratiekamp, kreeg men 2100 kleinbeeld-negatieven in beheer. Van der Horst experimenteerde in licht-schaduw abstracties en in detailstudies, maar hij klikte ook het Scheveningse strandleven en de zwemlessen in het Zuiderpark-bad.

Behalve het archief van Cas Oorthuys intrigeert vooral de collectie Katharina Eleonore Behrend. Deze van oorsprong Duitse amateur-fotografe maakte in de eerste decennia van deze eeuw zo'n achthonderd glasnegatieven: Bosgezichten, scheepsrampen, straatscenes, zelfportretten, en machines in de fabriek 'Overrijn', eigendom van haar Nederlandse man. Zorgvuldig noteerde ze plaats, datum, diafragma, sluitertijd. Daar staat ze dan als naakt op 20-jarige leeftijd. Haar bijschrift luidde: 'Aktaufnahme von mir im Salon; Dunkler Tag; 13.30 Uhr'. Het kan niet anders of ze wilde dat al die momenten voorgoed en tot in de precisie bewaard zouden blijven. Niet in een van haar koekblikken, maar in een degelijk archief. En dat gebeurt nu.