Glokaal

De Japanse automobiel moet globaal verkocht doch lokaal gemaakt, zo lees ik in Elsevier. Glokaal is een geslaagd kofferwoord, omdat de twee woorden die erin verpakt zitten slechts weinig verminkt werden: globaal veranderde een lettertje, en lokaal krijgt er eentje voor zich.

Lewis Carroll schreef in 1855 het eerste mantelzakwoord, zoals Humpty Dumpty het noemde.

Een mantelzak is niet, zoals veel zangers menen die een fluit verstoken in mijne mantelzak fiederalala, de zak van een mantel (jaszak), maar de zak voor een mantel (kolenzak).

Brunch (uit brood en punch) is het geslaagdste kofferwoord, terwijl ook motel zijn nut heeft. Maar nooit is het valieswoord gevonden dat ons rare vragen als: 'Hoeveel broertjes en zusjes heb jij?' of: 'Hoeveel kinderen hebben dezelfde ouders als jij?' zou besparen, door te kunnen vragen: 'Hoeveel brusjes (of zoers) heb je?'.

Fusies van honden, mensen en bijwoorden leveren ons de pekinoedel, het Kleine-Gartmanplantsoen, en plotsklaps (eenseling klinkt minder), maar het valieswoord hoort men toch vooral in opwinding en verwarring, zoals een inwoner van Alblasserdam eens drie mohammedanige flesselichters tegelijk bedoelde met: 'Abassadam'.