EG durft Thatcher niet uit te fluiten

BRUSSEL, 23 nov. - Het doek is gevallen. Zonder dat er veel gelegenheid was voor applaus heeft Margaret Thatcher het Europese toneel verlaten. Maar aan een fluitconcert heeft ook niemand zich durven wagen. Daarvoor boezemt de vrouw die meer dan elf jaar het Verenigd Koninkrijk groter deed lijken dan het was, te veel - vaak verholen - bewondering in. Zelfs haar felste tegenstander in het Europese eenheidsdrama, Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, liet gisteren via vice-voorzitter Sir Leon Brittan weten dat hij 'geschokt' was, overmand door een 'gevoel van immense eerbied'.

De felste confrontatie tussen de twee deed zich voor in september 1988, toen Thatcher tijdens een rede in het Europa-college in Brugge haar striemende kritiek op het beweerde centralisme van 'een ongecontroleerde Brusselse bureaucratie' op de meest welsprekende manier verwoordde: 'We hebben de grenzen van de staat in Groot-Brittannie niet met succes teruggedrongen om die op Europees niveau weer opnieuw te zien ingesteld, via een Europese superstaat die van Brussel uit een nieuwe overheersing uitoefent!'

Die uitspraak was een direct antwoord op de voorspelling die Delors enkele maanden tevoren tegenover het Europese Parlement had gedaan, namelijk dat 'over tien jaar tachtig procent van de economische en misschien van de fiscale en sociale wetgeving een communautair karakter zal hebben'. Dat was, zei Delors later, niet zozeer de wens van een op macht beluste bureaucraat, maar wel het logische gevolg van de Europese Akte, die ook Thatcher, zij het na lange aarzeling, in 1986 had ondertekend.

Toen Thatcher in 1979 premier werd herademden velen in Europa: gelukkig weer een conservatief, die, anders dan de Labourregeringen in de zes jaren daarvoor, niet zou zeuren over heronderhandeling van het toetredingsverdrag. Maar het eerste dat Thatcher in dat jaar door alle gangen van het EG-huis brulde was: 'I want my money back!' Die uitroep was gebaseerd op het feit dat de Britse bijdrage aan de EG in de praktijk veel hoger uitkwam dan die van andere lidstaten omdat de relatief kleine landbouwsector in Groot-Brittannie minder profiteerde van het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Nadat de andere lidstaten dat probleem erkend hadden kregen de Britten in 1980 en 1981 inderdaad op ad hoc basis hun 'te veel' betaalde bijdrage terugbetaald.

Pag. 5: Geen fluitconcert voor Thatcher in EG

Maar een structurele oplossing van de problemen zou nog tot juni 1984 op zich laten wachten. Toen werd na een aantal mislukte topconferenties dan eindelijk een akkoord bereikt over compensatie voor de Britten en over toekomstige sanering van de financien van de Europese Gemeenschap.

In die tijd werd ongeveer 70 procent van de EG-begroting nog besteed aan de financiering van het landbouwbeleid en met name aan de garanties en opslag van de overproduktie. De Britse klacht dat alleen de landen met een grote agrarische sector daardoor van de EG profiteerden kon alleen verstommen als aan die scheefgegroeide situatie iets werd gedaan en de produktie van overschotten werd teruggedraaid.

Opnieuw begon een afmattend proces van besprekingen, half-mislukte topconferenties en crises, dat in februari 1988 werd afgesloten met een akkoord over de landbouwhervormingen. Dit was gebaseerd op de 'stabilisatoren', een mechanisme voor produktiebeperking dat op inspiratie van de Britten werd ingevoerd.

Het verzet van Thatcher tegen verdere uitbouw van de Europese Gemeenschap deed zich op de Europese top in Milaan in juni 1985 opnieuw gelden toen zij, samen met Denemarken en Griekenland protest aantekende tegen het bijeenroepen van een intergouvernementele conferentie die de Europese Akte moest opstellen, een aanpassing en uitbreiding van het Verdrag van Rome. Toch deden de Britten aan de conferentie mee en ondertekende Thatcher uiteindelijk de Akte.

Want dat is de opmerkelijke ervaring van de Europese Gemeenschap met de fundamentele Britse skepsis over de Europese eenwording: als eenmaal een akkoord is bereikt dan wordt loyaal meegewerkt. Zo is het Verenigd Koninkrijk ook het land dat tot dusver de meeste van de 280 richtlijnen in het programma '1992' in nationale wetgeving heeft omgezet.

'Ons idee van Europa is dat van een groep landen die op vrijwillige basis steeds nauwer met elkaar samenwerken voor hun eigen welzijn. Maar niet iets supranationaals dat niet beantwoordt aan de diepste instincten van het Britse volk', omschreef Thatcher gisteren in het Lagerhuis nog eens haar Europese credo.

Maar met het naderen van de voltooiing van de interne markt, een programma dat Thatcher enthousiast ondersteunt omdat het een sterke impuls geeft aan de uitbreiding van de industriele activiteit, is ook de noodzaak voor economische en monetaire integratie onontkoombaar geworden. Die integratie zal resulteren in de vorming van een Europese centrale bank ('die zich niet hoeft te verantwoorden voor het parlement!') en een enkele munt, de ecu, die de verdwijning van het pond zou betekenen. Daartegen liet Thatcher in het Lagerhuis en op Europese topconferenties keer op keer haar onverzettelijk 'neen' horen.

Zoals zij zich ook tot het laatste heeft verzet tegen toetreding van het pond sterling tot het Europese wisselkoersmechanisme. Aan haar voorwaarden daarvoor, onder meer dat de inflatie lager zou moeten zijn, was eigenlijk niet voldaan toen het pond dan eindelijk begin vorige maand in de kring der andere Europese munten werd opgenomen.

Met het aftreden van Thatcher is een tijdperk in de geschiedenis van de Europese Gemeenschap afgesloten dat werd gekenmerkt door een grote mate van irritatie en frustratie. De ontwikkeling van de Gemeenschap is ongetwijfeld vertraagd door haar controversiele en flamboyante optreden. Maar het positieve aspect daaraan was dat ze de fundamentele geschilpunten haarscherp analyseerde en feilloos problemen blootlegde die andere landen probeerden te verhullen.

'De bestemming van Groot-Brittannie ligt in Europa als volledig lid van de Gemeenschap', onderstreepte Thatcher in augustus dit jaar in een rede in het Amerikaanse Aspen. 'Wij zullen niet aan de zijlijn staan (...) maar het tot ons eigen kenmerkende standpunt brengen - praktisch en down to earth.' Dat ideaal heeft Thatcher niet kunnen bereiken.