Een Livingstone

Tomas Lieske (1943) publiceerde bij uitgeverij Querido de bundels De ijsgeneraals (1987) en Een tijger onderweg (1989).

Glijd ik op de nachtbaan van Den Haag,

wordt de code van mijn ziel gekraakt,

met een schok als waarmee Livingstone onder

een zwarte tropenhemel zijn straat in Londen

zag. Verhit en onbeveiligd zijn mijn gevoelens.

Ze overvallen me als vermomde kinderen,

ze tinkelen met hun snelle fietsjes

tegen de ijzeren wielen van de tram.

Duisternis, ik fluister in deze overvolle wagen,

kleed mij onherkenbaar in driestemmig

wegstervend donker, ambtelijk blauw.

Een tong plakt al op de ruit. Een nagel

tikt mijn schaal van kleren los. Onder

mijn das van Eliot: een huis vol stormen

en ik zie jouw gedachten, reeds gekarteld

door het muizennest van angsten. Ik wil

geen dichter maar een kaasstolp zijn,

een vliegenkast van ziektewerend staal,

een taal die alle kanker zal bezweren.

Een man staat altijd achter glas

tussen luchtwortels en reizigersboom;

gelovend in zijn eigen droom en in de schijn

achter de kluisdeur van de schitter in de ruit.

Het ruikt naar antiseptica en pepermunt

en verlegen kamfer. In ieders halfslaap huist

een Livingstone die snel verdronken wordt

of weggeredeneerd. Ik denk aan jou. Heb je

je borsten niet bezeerd aan de muziek,

heb je het geld dat je verdiende giraal

gevierendeeld, je zanglesoefening verricht,

verhinderd dat de bliksem door de voordeur

drong, het zwaardere metaal uit onze

verhouding weggewassen? Jij bent zo eigen

en tegelijk zo onbewijsbaar ver. Een nachtelijke

tram- en treinreis verderop. Het wielgeluid

maakt de vierkante bossen tot een vreemd

decor. Hoe lig je nu, hoeveel ruimte

tussen je knieen. Straks klop ik je aan.

Ontken dat ene dwarse deel van mij

dat doorreist, dat vliegend hert

van spanning dat in mijn schedel klopt.

Als het geen zomernacht meer is,

zal een ander naar jou of naar een ander

reizen in een nabije gravenstenen tijd,

op de nachtbaan, bijvoorbeeld van Den Haag.