Een Lada vol tifa's; Molukse cultuur in Nederland

Op 28 november opent in Utrecht het Moluks Historisch Museum. Er komt een permanente tentoonstelling over het leven van de Molukkers in Nederland. Daarnaast wil het museum hedendaagse ontwikkelingen in de Molukse kunst en cultuur stimuleren. Mariette Malessy sprak met museummedewerkers, theatermakers, en een antropoloog. 'Wat is je identiteit wanneer je in twee culturen bent opgegroeid? Dat is niet alleen voor ons interessant om uit te vinden, maar ook voor het Nederlandse publiek.'

Moluks Historisch Museum, Kruisstraat 313, Utrecht. Di. t/m zo. 13-17u.

Een gedenkteken voor Molukse KNIL-militairen is er nooit gekomen. Vier jaar geleden zei minister-president Lubbers nog in het Molukse blad Tjengkeh dat de waardering voor bewezen diensten tijdens de Japanse bezetting en voor 'trouw door de eeuwen heen' 'blijvend zou worden gesymboliseerd'. 'Hoeveel medailles hebben Molukse soldaten al niet bengelen - en wat bleken ze waard? Monumenten als blijk van waardering zijn er ook reeds in overvloed: kamp Lunetten of menige woonwijk kan zo het museum in, ' schreef Ais Loupatty venijnig in Tjengkeh. Eind november krijgen Molukkers een eerbetoon waar ze 'meer aan hebben', het Moluks Historisch Museum aan de Kruisstraat in Utrecht. In de uitgebreide museumbibliotheek staan veel studies over, en weinig van, Molukkers. Waaruit bestaat de Molukse cultuur? En in hoeverre is een twintigjarige Waalwijkse Molukker zich nog bewust van zijn 'oorspronkelijke' cultuur?

'Het museum wil eigentijdse ontwikkelingen in de kunst en cultuur van Molukkers in Nederland stimuleren met workshops, podiumkunsten, exposities en een documentatiecentrum', zegt Wim Manuhutu, staflid van het museum. De permanente tentoonstelling begint in 1951, toen de eerste Molukkers in Nederland aankwamen, en gaat door tot nu. Een reconstructie van een barak uit het kamp Lunetten symboliseert deze periode. Op zolder staat een curieuze verzameling kasten, scheepskisten, KNIL-uniformen, potten en pannen en andere gebruiksvoorwerpen die na keuring en selectie in de vitrines zullen belanden. 'Het museum is in eerste instantie bedoeld voor een Moluks publiek', zegt Manuhutu. 'Het is belangrijk dat de eerste generatie, die binnenkort veertig jaar in Nederland woont, zich herkent in de tentoonstelling. En de generatie die niet meer in de kampen is opgegroeid, maar in Molukse woonwijken, kan deze periode uit hun geschiedenis hier bekijken.'

De wens om 'de' Molukse cultuur en identiteit te definieren, is sterker dan ooit, vooral bij de generatie die zich de tijd van kampen en woonwijken nog goed voor de geest kan halen. Historici, antropologen, taalwetenschappers en kunstenaars houden sinds enkele maanden regelmatig lezingen over 'het nieuwe elan' in de Molukse cultuur. Het grote publiek kent vooral de muzikanten Daniel Sahuleyka en Julya Loko, de acteurs Anis de Jong en Martijn Apituley - onder meer bekend van Medisch Centrum West - en de voetballer Simon Tahamata. Maar tot in de kleinste dorpen treden locale amateurgroepen op tijdens drukbezochte Molukse wijkfeesten en manifestaties.

De acteurs Nel Lekatompessy en Anis de Jong van toneelgroep Delta reden afgelopen zomer in hun gammele Lada, volgeladen met tifa's (trommels) en decorstukken, van Zaandam naar Oost-Souburg om er een voorstelling te geven tijdens het jaarlijkse Molukse festival. Anis de Jong: 'Toneel kent niet echt een traditie binnen de Molukse cultuur. Het theater heeft er in de kampen altijd maar een beetje bijgehangen. Muziek was wel belangrijk. Er is een lange traditie van gezongen verhalen die verder teruggaat dan de tijd van de koloniale veroveringen. Het is de Molukse kunstuiting bij uitstek en is ook op de eilanden zelf steeds in ontwikkeling. In Nederland zijn de concerten van Massada, Sahuleyka en Julya Loko veel populairder dan de toneelvoorstellingen die wij geven.'

De voormalige theatergroep Tifa, waarmee Anis de Jong en Nel Lekatompessy in 1979 begonnen, speelde improvisaties over Molukse problemen: het conflict tussen de generaties, het drugsgebruik, de hoge werkeloosheid. Tifa had geen grote Molukse voorbeelden om op terug te vallen. De groep onstond in de periode van het vormings- en jongerentheater, waardoor veel werd overgenomen van het Werkteater. Critici menen dat Tifa bewuste pogingen deed tot demystificatie van de Molukse cultuur. De voorstelling De Zeetuin, waarin vrijheidsstrijder Thomas Matulesia ofwel Pattimura geen held is maar een gewone sterveling, veroorzaakte opschudding bij veel oudere mensen. De luchtige interpretatie van de beroemdste strijder tegen de koloniale overheersing werd opgevat als een provocatie van de traditionele Molukse waarden. De toenmalige regisseuse Pelasula verweerde zich in 1985 in Tjengkeh: 'Pattimura werd er voor mij niet minder om. Als je kritisch bent, moet je dat van twee kanten zijn. Niet roepen dat alleen de Nederlanders fout waren. Je moet ook naar je eigen geschiedenis kijken. Koloniale overheersing kan toch alleen bestaan hebben op basis van mensen die er aan hebben meegewerkt. Daar hoef je je ogen niet voor dicht te doen. Toen Thomas in het stuk de strijd gewonnen had, werd van hem gezegd dat hij zich als een blanke gedroeg. Daar hadden mensen problemen mee.'

Thuiswedstrijd

In 1983 richtte Anis de Jong de toneelgroep Delta op, met als vaste medespelers Nel Lekatompesy en Martijn Apituley. Inspiratie voor de stukken vindt de groep in de Molukse verhalende traditie en in de actuele situatie van Molukkers in Nederland. In Oost-Souburg spelen ze een van de vele volksverhalen die op het repertoire staan, Ole cincin. Met zijn lange ledematen sluipt De Jong over het toneel en bespeelt het publiek met zijn mimiek en tromgeroffel. De Zeeuwse wijk loopt uit om de acteurs te begroeten. 'Vanavond spelen we een thuiswedstrijd, het kan wel eens heel laat worden, ' grinnikt hij. In de tent op het centrale plein oefent de plaatselijke band nog. In een oorverdovend gejengel van gitaren is het romantische 'Ambon manise' nauwelijks herkenbaar. 'Als die jonge jongens een gitaar in de hand krijgen, spelen ze de bekende liedjes in een hardrock versie', zegt De Jong, die zelf drummer is geweest in verschillende bands. 'Ze denken dan dat ze heel vernieuwend bezig zijn, maar er zit weinig ontwikkeling in.' Een vrouwendansgroep voert die avond een mannelijke krijgsdans - tjaklele - uit. Bij de sates en de borden vol rijst zoekt iedereen familie en vrienden op. Een Moluks feest is intiem en besloten.

De Duits-Amerikaanse antropoloog Dieter Bartels publiceerde dit jaar het boek Ambon is op Schiphol. Bartels beschreef de gemeenschapsbanden in Molukse gezinnen en wijken en behandelt uitvoerig de rol die de etnische identiteit speelt bij aanpassingsproblemen aan de Nederlandse samenleving. Hij introduceerde de begrippen 'oude' en 'nieuwe' Molukse cultuur. De grens daartussen ligt volgens Bartels bij de kapingen in de jaren zeventig. Na die tijd zou de jongere generatie zich hebben geemancipeerd en zich hebben aangepast aan de Nederlandse samenleving.

'Van 1951 tot aan de periode van de kapingen was de Molukse cultuur gebaseerd op het RMS-ideaal en dus gericht op de terugkeer naar een onafhankelijke Molukse republiek', zegt Bartels. 'Toen de grote groepen KNIL-militairen naar Nederland kwamen, leefden zij volgens het traditionele, ongeschreven gewoonterecht dat het totaal van alle zeden, gebruiken en overleveringen omvat - adat. De verhuizing had al snel dramatische gevolgen voor deze gewoonteregels. Wilden de KNIL-soldaten zich in het verleden vereenzelvigen met hun koloniale meesters - zij noemden zich trots 'belanda hitam', zwarte Hollanders, hier wensten zij zich, na de weinig eervolle behandeling door de Nederlandse regering, radicaal te onderscheiden van de Nederlanders.

'Een andere overlevering was pela, een netwerk van vriendschapsverbanden op de Molukse eilanden. Een van de nadelen van pela is dat de inwoners van dorpen die er zulke vriendschapsverbanden op na houden niet met elkaar kunnen trouwen. Op de Molukken zijn deze relaties heel overzichtelijk. In Nederland raakte de Molukse gemeenschap verstrikt in een web van pela-banden, waardoor Molukkers op een gegeven moment elkaar niet meer zouden kunnen huwen. Aan deze oude samenlevingsverbanden werd krampachtig vastgehouden. Door het accent te leggen op deze tradities hebben zij zich apart gezet van de Nederlander. Dat bedoel ik met de 'oude' cultuur.'

De artistieke uitingen van de 'nieuwe' Molukse cultuur begonnen na de kapingen. Veel jonge Molukkers worstelden daarvoor al met de Molukse identiteit die was gebaseerd op de strenge regels van adat en pela. Dieter Bartels denkt dat de treinkapingen het bewustwordingsproces van de jongeren hebben versneld. Zij realiseerden zich dat verwezenlijking van het RMS-ideaal niet zo waarschijnlijk was. Bovendien kregen zij na de kapingen de mogelijkheid om terug te gaan naar Indonesie of naar de Molukken, waar de situatie helemaal niet zo ideaal was als zij zich altijd hadden voorgesteld. Deze jongeren verzetten tegen het verstarde systeem van de gewoonteregels, dat in hun ogen ouderwets was en niet meer functioneerde. Daarmee bekritiseerden zij het gezag van de ouders. 'Na de kapingen was de Molukse cultuur niet meer gebaseerd op een politiek ideaal. De Molukse identiteit werd losgekoppeld van adat. Dat was een positief gevolg van deze agressieve periode.'

Goena-goena

Theatergroep Delta speelt dit seizoen Njai Dasima, een Indonesisch volksverhaal dat omstreeks 1920 in het Nederlands werd opgetekend door de Ambonese schrijver A. Th. Manusama, een oom van de huidige president in ballingschap van de Molukse republiek. Het gegeven is ordinair: een concubine, 'goena-goena' en een moord. De auteur schreef in het voorwoord dat hij zich zorgen maakte over de 'verwestering van de inlander'. Het stuk was vooral bedoeld om de Nederlanders te informeren over de Indische cultuur.

Regisseur Anis de Jong vindt het werkje vreselijk saai. Volgens hem heeft de schrijver zichzelf ook laten beinvloeden door de kolonisator. 'Manusama is een heel tragische figuur. Ondanks zijn klassieke Europese opvoeding was hij gefascineerd door het Indonesische toneel. In onze bewerking van Njai Dasima worstelt hij met de vraag 'hoe moet ik me aanpassen aan een cultuur die de mijne niet is?' Dat is de vraag die vooral Molukse kunstenaars zich op dit moment stellen. Wat is je identiteit wanneer je in twee culturen bent opgegroeid, en hoe geef je daar vorm aan? Dat is niet alleen voor ons interessant om uit te vinden, maar ook voor het Nederlandse publiek.'

Op de Molukken is beeldende kunst, anders dan muziek, nooit belangrijk geweest. Gebruiksvoorwerpen, maskers en schilden werden eenvoudig vorm gegeven. Jonge Molukse kunstenaars in Nederland hadden geen traditionele voorbeelden, toen zij in de jaren zeventig opleidingen volgden aan de kunstacademie. De dualiteit waarin deze generatie opgroeide, leverde soms psychische spanningen op, waarvoor kunst een van de uitlaatkleppen is.

Het is opvallend dat veel jonge Molukse kunstenaars abstract werken. Bartels heeft een inventarisatie gemaakt van Molukse kunst in Nederland en constateerde dat er een voorkeur bestaat voor strakke, geometrische vormen. De beeldhouwer en danser Willy Nanlohy wil in zijn beelden de Molukse oercultuur benadrukken. Zijn onderwerpen komen uit de mythologie van de centrale Molukken. Nanlohy maakt monumentale werken, waarvoor hij meestal primitieve materialen als ruwe steen en ongeprepareerd hout gebruikt. In Vergadering van de voorouders heeft hij houtvlakken dicht bij elkaar gegroepeerd. 'Ik beschouw dit als Molukse kunst omdat de verering van de voorouders diep geworteld is in de Molukse cultuur', aldus Bartels.

Anis de Fretes, de stuwende kracht achter de Molukse culturele organisatie Tjengkeh, die tot 1987 een tijdschrift met dezelfde naam uitbracht, huivert bij de term 'Molukse kunst'. De Fretes houdt zich bezig met de inrichting van de permanente expositie van het Moluks Historisch Museum en maakt er deel uit van de commissie kunst en cultuur. Hij is tevens voorzitter van Barak G, een culturele organisatie die de Molukse muziek, dans, beeldende kunst en toneel inventariseert. 'Kunst is op de Molukken veel meer geintegreerd in de samenleving. Je bent trommelaar omdat je de mensen in het dorp bijeen moet roepen. In Nederland wordt je dan direct een percussionist genoemd. Die specificering van kunst is typisch westers. De term 'Molukse kunst' past in die specificering. Er komen steeds meer Molukse kunstenaars, maar maken zij Molukse kunst? Wat is ons achterland? Niet de Molukken en ook niet Nederland.'

Regisseur en acteur Anis de Jong valt over de 'Hollandse hokjesgeest': 'De programmering van theaters en schouwburgen is nog te zwart-wit. Onze produkties zouden opgenomen moeten worden in het reguliere aanbod. In plaats daarvan spelen we alleen in een groot theater wanneer de directie een of ander exotisch, niet-westers festival organiseert.'

De meeste Molukse kunstenaars zijn zich ervan bewust dat het terugvallen op bekende onderwerpen en vormen kan leiden tot verstarring in de kunst, met het gevaar dat de kunst tot folklore verwordt. Bartels zegt waarschuwend: 'Molukse manifestaties als in Oost-Souburg trekken mensen uit het hele land. Het Moluks zijn wordt dan bevestigd door een dansje of door het eten van loempia's en bao-pao. Als je de Molukse identiteit baseert op een paar traditionele volksliedjes en hapjes dan zal die identiteit snel verdwijnen. Alleen een levende, dynamische cultuur is in staat te overleven.'