De trein

Het reizen per Nederlandse trein, niet zelden een martyrium, zou een esthetisch genot moeten zijn. In verband hiermee zou ik onze minister van Verkeer, met haar strenge gezicht van parelmoer, het volgende willen laten weten.

De 15.31 van Maastricht naar Zandvoort vertrok precies op tijd en reed tot Roermond op schema. Iedereen was opgetogen over de prestatie. Maar na Roermond begon de trein langzaam te rijden. Over de intercom kwam geen verklaring hiervoor. Het was raadselachtig; de trein bleef langzaam rijden ook al was er kennelijk geen stremming op het baanvak (zoals de machinist het die ochtend, bij Gouda, plechtig genoemd had) en evenmin stonden er bossen in brand. Ik keek naar buiten, ontevreden maar toch sereen - en toen wist ik het. De trein gleed bijna geruisloos over de rails met de rustige snelheid die mij in staat stelde het landschap goed te bekijken. Bij wijze van experiment besloot ik, wilde de NS de doorgaans haastige reizigers het prachtige landschap tussen Roermond en Weert laten zien. Het was herfstig weer. Bosranden zagen we en donkere, vochtige akkers. Paarden in nevelige weiden, boerderijen en hun erf en landvolk. Eerder had het geregend maar nu begon de lucht te breken. Helder roze en oranje licht van de ondergaande zon tussen grijze wolken - als in een vroege Mondriaan. Zo trok schilderij na schilderij aan ons oog voorbij. Alleen had ik nog wel natuurfilmmuziek er bij gewild.

In Weert had de trein twintig minuten vertraging - bij het overstappen in Eindhoven zou ik in het spitsuur terecht komen, groepen luidruchtige scholieren met rugzakjes. Maar ik had genoten en kijk al uit naar meer langzame trajecten: Veluwezoom, Achterhoeks parklandschap, de Peel, de Hondsrug en stadsrandarchitectuur in het westen. Wat een initiatief.