De tragiek van Maggy

In zijn autobiografie, 'The time of my life', schildert Dennis Healey onwaarachtig zijn gang naar Canossa. Hij moest aankloppen bij het IMF voor steun voor de Britse betalingsbalans die door falend Labourbeleid in het ongerede was geraakt. Healey stelt de zaken anders voor: hij was als minister van financien in het kabinet-Callaghan op het verkeerde been gezet door economische cijfers die nooit klopten. Economie is dan ook geen wetenschap, concludeert hij tien jaar later.

Dat laatste is waar. Maar wie dat weet vertrouwt economische voorspellingen niet, net zo min als hij de voorspellingen van het KNMI vertrouwt - Healey wist, als minister, niet beter.

Aan het eind van de jaren zeventig nam de regering-Thatcher de failliete boedel van Labour over. Prompt brak de tweede oliecrisis uit en weinig later dwong Paul Volcker, de voorzitter van de Fed - het stelsel van Amerikaanse centrale banken - via krap-geld-politiek en renteverhogingen de Westerse wereld tot uitwringen van de inflatie.

Menig argeloze beschouwer van de Britse economie die net als de rest van de wereldeconomie werd geconfronteerd met Volckers harde hand, meende dat Thatcher het nog slechter deed dan Callaghan.

De economische crisis die in het begin jaren tachtig wereldwijd uitbrak was de schuld van respectievelijk Thatcher, Den Uyl (banenplan), Schmidt, Reagan, al naar gelang het land waar de waarnemer zijn observaties deed.

Reagan had als zondagskind geluk. De hoge Amerikaanse rente zoog kapitaal naar de VS dat hem in staat stelde zijn belastingverlaging en uitgavenverhoging (defensie!) te financieren. Volgens de theorie (van Laffer) zou de economie harder groeien en zouden de tekorten vanzelf verdwijnen door hogere belastinginkomsten. De praktijk was dat het 'rijk van het kwaad' Reagan niet kon bijbenen, en de afloop kennen we. En warempel, het Amerikaanse begrotingstekort daalde (in procenten van een nationale inkomen), ware het niet dat het spaarbankenschandaal vervolgens roet in het eten gooide.

Thatcher deed het anders. Zij verlaagde de belastingen, maar ook de uitgaven. Als enig Westerse leider wist zij het begrotingstekort te veranderen in een overschot. Zij begon met schulden af te lossen. In de tweede helft van de jaren tachtig boekte zij met haar beleid weergaloze resultaten. Lage inflatie, lage werkloosheid, lage rente, arbeiders een eigen huis, en de staatsschulden werden almaar kleiner.

De werkgelegenheid groeide fors, zo fors, dat werkgevers, uit angst voor al maar grotere krapte op de arbeidsmarkt, hoge looneisen van de vakbonden niet durfden te weerstaan. De inflatie wakkerde aan.

Thatcher had toen moeten besluiten lid te worden van het EMS, het Europese systeem van vaste wisselkoersen. Dan zou, zo luidt de redenering, daling van het pond achterwege zijn gebleven en moesten Britse ondernemers wel nee zeggen tegen de te hoge looneisen. Compensatie voor het haasje-over van lonen en prijzen via het lage pond was dan onmogelijk geweest. De werkloosheid was anders wel gestegen.

In oktober 1987 brak op Wallstreet een beurskrach uit met wereldwijde gevolgen. Tenminste, dat laatste was toen de algemene overtuiging. Centrale banken, de Bank of England, pompten geld in de economie om een crisis a la de jaren dertig te voorkomen. De crisis bleef uit, de wereldeconomie groeide harder dan ooit, de angst was onterecht gebleken. Thatcher deed mee met dat expansionistische beleid. De expansieve Britse economie raakte oververhit.

Er moest een soort Volcker-hand aan te pas komen om die, via een recessie, af te koelen. Nu is de de inflatie bijna elf procent, de rente veertien procent en het tekort op de betalingsbalans hoog. Jongstleden oktober kromp, voor het eerst sinds 1980, de Britse economie met een procent. Volgens het Marx' principe van onderbouw/bovenbouw moest bij de Tories wel paniek uitbreken en Thatcher haar politieke leiderschap verliezen.

Het expansionistische beleid van eind '87 is Thatcher opgebroken. Niet het telkens uitgestelde lidmaatschap van het EMS - dat lidmaatschap zou de werkloosheid maar hebben laten stijgen en dan was de kritiek wel eerder aangezwollen. Thatchers tragiek is dat niemand toen in Groot-Brittannie haar voor dat beleid bekritiseerde. Ook Labour niet, dat geen idee kon hebben dat het - met anderen - bezig was haar politieke graf te delven.