Chinese handpoppen lenig en lichtvoetig

Voorstelling: Voyage d'Ulysse en Aladin door Theatre du Petit Miroir, vanaf 7 jr. Spel: Jean-Luc Penso, Catherine Larue. Gezien: Bellevue, Amsterdam. Nog te zien: Groningen 21/11; Amsterdam 23 t/m 25/11; Rotterdam 27/11. Voorstelling: De Legende van de Witte Slang, vanaf 9 jr. Spel: Li Tien-lu c.s. Gezien: Toneelschool Maastricht. Nog te zien: Den Haag 21/11; Groningen 23/11; Maastricht 26/11.

Het Internationaal Poppentheaterfestival 1990, dat gedurende twee weken in zeven Nederlandse steden te zien is, legt het accent op traditioneel poppentheater uit Europa en Azie. Een van de Europese deelnemers is het Franse Theatre du Petit Miroir. De Franse spelers zijn opgeleid in Taiwan en hun tachtigjarige leermeester Li Tien-lu staat met zijn Yi-Wan Jan Poppentheater eveneens op het programma.

De Fransen hebben zich gebaseerd op Westerse literatuur, maar spelen hun 'Voyage d'Ulysse' en 'Aladin' met Chinese handpoppen. Het resultaat is een verrassende voorstelling waarin de inhoud van het verhaal serieus genomen wordt, terwijl het bewegingsidioom van de poppen samen met de vormgeving voor een lichtvoetige relativering zorgt. De Chinese poppen hebben voetjes die als gewichten werken en daardoor kunnen ze salto's maken. Ze verschijnen bovendien op twee niveau's: bovenop een 'gebouwtje' en ervoor, waarbij de spelers ze van hun hand af de lucht in slingeren om ze aan de andere hand als een handschoen op te vangen. Over de gehele linie ontstaat een indruk van lenigheid, door een manipulatietechniek die verwant is aan de dans en die weinig Europees aandoet.

Terzijde van de poppenkast begeleidt een muzikant het spel op elektronisch slagwerk en synthesizer. Na een muzikale inleiding gaat de voorstelling met een onverwachte vaart van start. We zien de flashbacks van Odysseus, die koning Alkinoos over zijn omzwervingen vertelt. Later worden de scenes langer, maar dan zit de stemming er door het snelle begin al goed in. Een projectiescherm aan de zijkant vertoont tekstdia's met Nederlandse samenvattingen van de scenes. Moeiteloos volgt de toeschouwer eerst Odysseus en zijn mannen in hun emoties en later Aladin, tegelijkertijd zonder een moment te vergeten dat het hier theater betreft. Dat komt door het suggestieve decor dat de fantasie aan het werk zet, door de muziek die tot luisteren dwingt en door de poppen, die overtuigen in hun verdriet en vreugde, maar onvergetelijk zijn in hun clownerie.

'De Legende van de Witte Slang' door het Yi-Wan Jan Poppentheater is gebaseerd op een Chinees sprookje over een slangegeest die een vrouw wordt en trouwt met een mens. Dit gemengde huwelijk leidt tot oorlog. Ook hier zijn de poppen ware acrobaten, maar het theater wordt, ditmaal ondersteund met indringende akoestische muziek, veeleer volvoerd als een ritueel en laat zich minder bepalen door zijn effecten op de toeschouwer. Er wordt in soberheid gespeeld. De hulpmiddelen van dia's of een geraffineerde belichting ontbreken. Des te meer is de aandacht gericht op de ongelofelijke perfectie van de bewegingen.

Naast snelle scenes worden met een superieure rust gebeurtenissen vertoond die eigenlijk terzijdes zijn. Als de slangevrouw en haar toekomstige echtenoot tegenover elkaar aan tafel zitten en in slaap zakken, drukken zij met hun slaperig knikkende hoofjdes, hun plotselinge schrik bij een aanraking en hun bedekte toenaderingen, heel hun nieuwsgierigheid naar elkaar uit. De Franse spelers hadden het aan het slot van hun premiere al gezegd: 'Ga naar onze leermeester, hij is beter dan wij'. Juist het zien van beide groepen maakt echter duidelijk welk een verrijking de Taiwanese techniek voor het Westerse handpoppenspel betekent.