Bush in het nauw door debat in de VS over Golf; 'Amerikanen minder bereid tot oorlog dan vroeger'

WASHINGTON, 23 nov. - Toen Amerikaanse mariniers in 1983 zegevierden op het eilandje Grenada, zeiden commentatoren dat het Vietnam-trauma voorbij was. Op Grenada volgde de militaire operatie in Panama, onder algemene bijval. In de Golf is er nog geen schot gelost maar de meningen zijn al verdeeld en iedereen trekt parallellen met Vietnam. Het besef is algemeen dat de prijs voor de overwinning dit keer hoger zal zijn dan in Panama of in Grenada.

'Als lid van de Vietnam-generatie heb ik meegemaakt hoe een niet verklaarde oorlog het land in tweeen spleet', zei Democrate Marcy Kaptur, een van de 45 Afgevaardigden die een rechtszaak aanspannen om president Bush te dwingen tot het aanvragen van een oorlogsverklaring van het Congres.

Aan het begin van de Vietnam-oorlog zou het Congres gemakkelijk de oorlog kunnen hebben verklaard. Daar was toen weinig oppositie tegen. In de laatste opiniepeiling van de New York Times en de omroepmaatschappij CBS over de Golf steunt echter slechts 41 procent van de ondervraagden de beslissing van president Bush om extra troepen te sturen naar de Golf. Bijna twee derde van de ondervraagden stond nog wel achter de eerste zending van ruim 200.000.

Zwarten en vrouwen hadden meer kritiek op de uitbreiding van de Amerikaanse aanwezigheid in de Golf dan anderen. Er zullen ook relatief veel zwarten sneuvelen als het tot een treffen komt. Ongeveer een kwart van de Amerikaanse soldaten is zwart, terwijl zwarten slechts 12 procent van de Amerikaanse bevolking uitmaken. De beroepsmilitairen worden vooral gerecruteerd uit de onderste bevolkingslagen. Slechts twee van de 535 Congresleden hebben kinderen in de Golf.

De herkomst van de meeste militairen is een onderdeel geworden van het nationale debat. Het begon in de grote Washingtonse bedrijfstak van commentatoren, Congresleden en voormalige hoogwaardigheidsbekleders die in denktanks, advocatenkantoren of adviesbureaus in ruime mate voorhanden zijn. En nu breidt dit debat zich steeds verder uit onder de bevolking. Gisteren was het Thanksgiving, de nationale herdenkingsdag voor de aankomst van de Pilgrim Fathers in Amerika en tevens de belangrijkste dag in het jaar voor hereniging van familieleden die vaak ver uit elkaar wonen op het Amerikaanse continent. Meer dan 240.000 leden van families waren er niet wegens hun verblijf in Saoedi-Arabie. Omroepmaatschappijen lieten op hun avondjournaals enkele soldaten uit Saoedi-Arabie via de satelliet praten met hun gezinnen in de VS. Dat leidde tot gesprekjes als: 'He, je hebt een snor gekregen!' en 'Ik hou van je.'

In de druk bezochte Amerikaanse kerken baden dominees en priesters voor vrede in de Golf. De Nationale Raad van Kerken riep vorige week in een resolutie op tot terugtrekking van de meeste Amerikaanse troepen uit de Golf. De overblijvende troepen moesten onder de vlag van de Verenigde Naties worden gebracht. De Amerikaanse Raad van Kerken vertegenwoordigt ongeveer 32 gematigd protestantse geloofsrichtingen met 42 miljoen aanhangers.

Net zoals burgers van andere democratieen zijn Amerikanen minder dan vroeger bereid om zaken van oorlog en vrede over te laten aan hun leiders. Een meerderheid van de gepeilden wenst een formele oorlogsverklaring van het Congres. Zo is het slechts vijf keer gegaan in de geschiedenis van de VS, onder andere bij de twee wereldoorlogen. Alle andere oorlogen begonnen volgens het motto van generaal Ulysses Grant, president van 1869 tot 1877: 'Zoek de vijand. Ga zo snel mogelijk naar hem toe. Breng hem een zo hard mogelijke slag toe en blijf doorgaan.'

De politieke opponenten van Bush houden zich op de vlakte door te zeggen dat de president zijn zaak beter moet uitleggen aan de mensen. 'Als er een nieuwe missie en een nieuwe strategie is, dan moet de president dat duidelijk maken. Tot dusverre heeft hij dat niet gedaan. Ik denk dat de president vooruit is gelopen op zijn verklaringen', zei de machtige Democratische senator Nunn die vindt dat de president hem te weinig heeft geraadpleegd.

Bush zelf schrijft in Newsweek van deze week dat de redenen voor de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten niet zijn veranderd. De onvoorwaardelijke terugtrekking van Irak uit Koeweit is nog steeds het belangrijkste. Tijdens toespraken legt hij telkens weer de nadruk op een ander element, de veiligheid van de olietoevoer, neutralisering van de nucleaire dreiging van Irak, een nieuwe internationale orde. Minister van buitenlandse zaken Baker zei vorige week dat het vooral om banen ging.

Misschien is de steun voor de Amerikaanse aanwezigheid in de Golf geen kwestie van betere presentatie. Volgens Michael Vlahos, directeur van het studiecentrum van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, moet de regering er eens aan wennen dat de Amerikanen niet meer zo oorlogsbereid zijn als vroeger. 'Het zou natuurlijk geweldig zijn als we bereid waren om Koeweit meteen tegen een hoge prijs te bevrijden. Dat zou Amerika weer 20 jaar lang gezag geven in de wereld. Maar zo werkt het niet meer', zei hij deze week tijdens een spreekbeurt voor de Washingtonse denktank Economic Strategy Institute. Vlahos vindt dat Amerika niet meer op haar militaire macht kan rekenen om het Westen te kunnen leiden en hij denkt dat de crisis in de Golf dit sneller aan het licht brengt.

Veel deelnemers aan het nationale debat zien de onvermijdelijkheid van de loop der gebeurtenissen. Volgens oud-minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger kan Bush niet meer terug als Saddam Hussein in Koeweit blijft. De grote aantallen troepen laten hem geen andere uitweg dan de aanval. Elke gedeeltelijke, Amerikaanse terugtrekking zonder Iraakse concessies zou worden gezien als een nederlaag. Vasthouden aan de boycot heet volgens Kissinger geen zin meer: 'Dat kan niet meer. Dat punt zijn we al voorbij.'

Voor president Bush is een openbaar debat hinderlijk bij het militaire pokerspel dat hij speelt met Saddam Hussein. Hij ziet duidelijk de klok van de binnenlandse publieke opinie tikken. 'Het lang vasthouden van de publieke opinie is in elk land moeilijk', zei hij vorige week voor CNN-televisie. Een debat in het Congres wil hij vermijden. Met het oog daarop nodigde hij vooraanstaande Democratische Congresleden uit om met hem naar Saoedi-Arabie te reizen, een invitatie die moelijk konden aflsaan. Gisteren waren ze samen met de president in beeld.