Britse regeringspartij heeft mogelijk een derde ronde nodig om leider te kiezen; Drie Conservatieven in het strijdperk

LONDEN, 23 nov. - In een herhaling van de procedure, die afgelopen dinsdag de ondergang van Margaret Thatcher als aanvoerster van de Britse Conservatieve Partij inzette, dienen 372 Conservatieve Lagerhuisleden dinsdag hun stem uit te brengen op de door hen gewenste nieuwe leider. Even na zes uur 's avonds zal bekend worden of een van de drie kandidaten, Michael Heseltine, Douglas Hurd en John Major, de 187 of meer stemmen heeft behaald die voor winst in deze ronde noodzakelijk zijn.

Met nog vier dagen van campagnevoeren te gaan, durft niemand te voorspellen dat het bij die tweede ronde zal blijven. Michael Heseltine wist in de eerste ronde 152 stemmen te verzamelen (bij 16 onthoudingen), maar aangenomen wordt dat die deels werden uitgebracht door collega's die een tweede ronde wilden forceren, waarin andere kandidaten zouden kunnen uitkomen. Te verwachten valt daarom dat een deel van zijn stemmen zal wegvloeien naar Major of Hurd.

Anderzijds zal een aantal door loyaliteit gebonden pro-Thatcher-stemmers in de eerste ronde, dit keer vrij zijn om Heseltine te kiezen. De vice-partijvoorzitter David Trippier heeft al aangekondigd dat hij Heseltine de beste kandidaat acht om bij de algemene verkiezingen een vierde overwinning voor de Conservatieve Partij binnen te halen. Het Heseltine-kamp meldt dat zijn aanhang 'keihard' blijft en rekent op aanhoudend gunstige opiniepielingen en Heseltine's belofte om de poll tax te herzien, als een garantie dat hij de uiteindelijke prijs zal kunnen binnenhalen.

Indien geen van de kandidaten de benodigde meerderheid behaalt, dan volgt volgende week donderdag een derde ronde, waarin Conservatieve Lagerhuisleden gevraagd wordt hun stem in volgorde van voorkeur uit te brengen. De kandidaat met de minste stemmen valt af, de kandidaat met de meeste stemmen van tweede voorkeur wint.

Van de twee kandidaten uit Thatcher's eigen kabinet wordt Douglas Hurd (60) vooral als 'a safe pair of hands' beschouwd. Hurd is van huis uit diplomaat, hij beschouwt zichzelf als een 'heler' van de verdeeldheid in de partij en hij paart een beminnelijk karakter aan grote ervaring op een aantal departementen, van dat voor Noord-Ierland, via Justitie en Binnenlandse Zaken naar Buitenlandse Zaken.

Met de belangrijke conferenties over Europese integratie, in december, voor de deur, plus de dreiging van een oorlog in de Golf, zou de partij op een cruciaal moment in de wereldgeschiedenis vooral een staatsman neerzetten die de laatste maanden respect heeft verworven bij de bondgenoten. Tegen Hurd wordt aangevoerd dat hij sociaal te 'zacht' is, dat hij geen ervaring heeft met economie en dat hij met zijn Eton-kostschool-achtergrond en uiterlijk geen stemmentrekker zou zijn.

John Major (47) had volgens zijn campagneteam vanmorgen al 125 stemmen op zich verzameld. De jongste van de drie kandidaten is, net als Thatcher, van eenvoudige komaf (zijn vader was een tijdje trapeze-artiest) en zou daarom aantrekkelijk zijn voor jongeren en voor kiezers uit de werkende klasse. Onder protectie van Thatcher zelf heeft Major een pijlsnelle carriere gemaakt, van staatssecretaris van financien in 1987, via een korte periode als minister van buitenlandse zaken in 1989, tot minister van financien later in dat jaar.

Major's kandidatuur is een teken dat er in de partij bereidheid bestaat na Margaret Thatcher (65) een generatie over te slaan, door meteen een leider voor de duur van de jaren negentig te kiezen. Major geldt als een schatbewaarder van de verworvenheden van de Thatcher-jaren. Hij begon zijn campagne door te zeggen dat hij van Groot-Brittannie in het jaar 2000 een klassenloze maatschappij gemaakt wil hebben en dat veranderingen in onderwijs en poll tax 'noodzakelijk' zijn.