Belgen in rep en roer door fout alarm over gifwolk DSM

HASSELT, 23 nov. - Een verkeerde inschatting van een medewerker van de salpeterzuurfabriek van DSM in Geleen heeft er gisteren in het naburige Belgisch Limburg voor gezorgd dat een crisiscomite onder aanvoering van de gouverneur urenlang de hoogste alarmfase hanteerde. Een uit de DSM-fabriek ontsnapte gifwolk hield de samenleving in rep en roer.

Bovendien bleven de Belgen verstoken van meetgegevens van DSM, waaruit rond het middaguur al was gebleken dat de gifwolk, volgens DSM bestaande uit 500 kilo stikstofoxyde, op de grond geen enkel gevaar zou hebben opgeleverd voor de volksgezondheid.

Toen de Belgische autoriteiten om half zes gisteravond door woordvoerder A. Spierts van DSM tijdens een perconferentie van een en ander op de hoogte werden gebracht, leidde dat tot beheerste verontwaardiging. 'U komt nu met gegevens', aldus de brandweercommandant van de Belgisch-Limburgse hoofdstad Hasselt, 'waarvan we graag wat eerder op de hoogte waren gebracht.'

In de brandweerkazerne van de Belgische stad Hasselt hangt een enorme stafkaart. Met punaises is er een touw op geprikt. Het touw loopt vanaf het Nederlands-Limburgse Geleen via Stein over de Belgisch-Limburgse plaatsen Eisden, As, Houthalen en Heusden. Daar houdt het op.

Boven Heusden loste zich gistermiddag rond half vier een door een technisch defect in de salpeterzuurfabriek van DSM in Geleen (salpeterzuur is een grondstof voor het maken van kunstmest) ontsnapte gifwolk op. De vuilgele substantie had toen bijna vijf uur de autoriteiten van de Belgische provincie Limburg beziggehouden.

Mensen in de plaatsen waar de wolk door een zeer zwakke oostenwind overheen was gedreven, kregen de raad binnen te blijven, ramen en deuren goed te sluiten en af te wachten totdat vanuit Hasselt het sein 'veilig' was gegeven.

Het is vijf uur als de Belgische autoriteiten de pers ontvangen. Gouverneur Vandermeulen vertelt. Om negen minuten over elf was bij de rampencentrale van zijn provincie de melding binnengekomen dat een DSM-gifwolk zich op weg had begeven richting Belgie. De wolk was ontsnapt door het onbeoogd opengaan van een veiligheidsklep in de DSM-fabriek in Geleen. Het was overigens de derde keer in het eenjarig bestaan van de fabriek dat er een wolk ontsnapte. De wolk dreef op een hoogte van 150 meter en was duidelijk herkenbaar aan de vuilgele kleur.

Omdat bij aanraking irritaties aan huid en ogen en bij inademing ademnood kunnen ontstaan, en in ernstige gevallen zelfs kans is op dodelijke vergiftiging, besloot men in Belgisch Limburg alarmfase-1 af te kondigen. Door de bedreigde dorpen reden geluidswagens die de mensen opriepen binnen te blijven. De Belgische radio en televisie zonden op gezette tijden noodberichten uit.

Toen vier chemische specialisten hadden vastgesteld dat de wolk op Belgisch gebied kon neerslaan, besloot men de hoogste fase van alarm in te stellen, fase-3, wat gebeurt als de volksgezondheid wordt bedreigd. Een hogere fase is er niet in Belgie.

Het provinciaal coordinatiecomite (crisiscomite) verzamelde zich toen onder leiding van de gouverneur in de brandweerkazerne van Hasselt. Het ontving tientallen telefoontjes van mensen die wilden weten hoe gevaarlijk de toestand was. Intussen volgden specialisten in meetwagens de wolk op zijn tocht over het Belgische land. Daarbij werd ook een helikopter ingeschakeld. Toen de wolk zich bij Heusden bleek te hebben opgelost, kon alarmfase-3 worden ingetrokken. Het was toen bijna 16.00 uur. Tot zover het verhaal van de gouverneur.

Inmiddels is woordvoerder A. Spierts van DSM het crisiscentrum binnengetreden. En wat blijkt: bij de ontsnapping van de wolk uit de fabriek heeft het dienstdoende hoofd van de Salpeterzuurfabriek in plaats van de C-1 melding, zoals ze in het DSM-jargon wordt aangeduid en die betekent dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid, de C-3-melding doorgegeven. En die houdt in dat de volksgezondheid wel gevaar loopt. 'Waar gewerkt wordt', aldus Spierts, 'worden nu eenmaal fouten gemaakt.' Uit DSM-metingen in Stein in Nederlands Limburg is al rond het middaguur gebleken dat de vervuiling met stikstofoxyde aan de grond slechts 0,5 ppm (parts pro million) zou zijn, wat ver heet te liggen onder de gevarengrens.

DSM geeft de 'vergissing' en de uitslag van de metingen door aan de centrale in Gulpen, maar ze zullen de Belgische autoriteiten pas bereiken als Spierts om half zes zijn lezing geeft. Men ziet ze na de openbaring onrustig en wat geirriteerd op hun stoelen schuiven. Gezichten trekken bleek weg, maar men blijft 'gentlemanlike'.

Is de lezing van DSM juist dan zou de melding via 'DSM-gasploegen' (bestaande uit mensen die metingen verrichten) aan de Belgen doorgegeven hebben kunnen worden, ware het niet dat ze over de grens in een Belgische brandweerauto waren overgestapt en op hetzelfde moment hun mobilofoons onbruikbaar waren geworden. Daardoor waren ze vanuit Nederland niet meer bereikbaar. Dit alles in een de Belgisch-Nederlands-Duitse driehoek, die zich gaarne het 'land zonder grenzen' noemt. Volgende keer de 'gasploeg' een semafoontje meegeven: het lijkt Spierts een uitstekend idee.