Waddenzee belangrijke 'kinderkamer' voor platvis; Internationaal vissymposium op Texel heeft commerciele achtergrond

TEXEL, 22 nov. Ze zijn stuk voor stuk als bioloog of ecoloog gespecialiseerd in schol en tong, tarbot, griet en schar, kortom in platvis. Ze komen, ruim honderd man sterk, van alle continenten uitgezonderd Australie en zijn voor vijf dagen, van afgelopen maandag tot zaterdag, neergestreken op Texel om deel te nemen aan het eerste internationale platvissymposium. Plaats van handeling: de congreszaal van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op 't Horntje aan de zuidkant van het eiland, waar ook het idee voor deze conferentie werd geboren.

Het is een puur wetenschappelijke aangelegenheid, maar dan wel een met een commerciele achtergrond. Niet voor niets heeft het Produktschap voor vis en visserijprodukten een financiele bijdrage geleverd om het symposium mogelijk te maken.

Dr. H. W. van der Veer, platvisexpert bij het NIOZ, legt uit: 'Voor een bijeenkomst op dit niveau gelden ook economische motieven. Platvissen als schol en tong hebben immers een aanzienlijk economisch nut, niet alleen voor Europa met zijn grote visserijbelangen in Noordzee en Oostzee, maar ook voor Amerika, Japan en de Derde Wereld. We zijn geinteresseerd in aantallen en daarom is het van belang de ecologische omstandigheden voor de jaarlijkse aanwas van platvis ook voor de toekomst veilig te stellen. De economie kan haar voordeel doen met de ecologie. Politieke beslissingen over de vaststelling van vangstquota en maximale bevissing van een soort zijn alleen mogelijk op grond van deugdelijke, wetenschappelijk vastgestelde informatie.'

Om de bedrijfstak niet te laten versukkelen, is om te beginnen schoon of althans schoner zeewater nodig. De visserijwereld heeft vanzelfsprekend een scherp oog voor dit belang. Maar of diezelfde wereld, zoals Van der Veer beweert, zich ook terdege bewust is van de ecologische risico's die overbevissing meebrengt, valt op z'n minst te betwijfelen. De vloed van berichten over het ontduiken van de quotaregelingen en de val van minister Braks spreken andere taal.

Van der Veer: 'Laten we zeggen dat de vissers in een spanningsveld tussen economie en ecologie verkeren, maar in het algemeen gaat het in Nederland niet slecht. Er is ook een grote groep die zich wel aan de regels houdt en als je bij het produktschap komt, dan hoor je: we willen een goed en eerlijk systeem, dat het bestaansrecht van de vissers ook op lange termijn verzekert.'

De man van het NIOZ kan al bij voorbaat melden hoe een van de belangrijkste conclusies uit de conferentie zal luiden: kustgebieden vormen wereldwijd een essentiele schakel in de levenscyclus van een groot aantal platvissoorten. 'Met andere woorden', aldus Van der Veer, 'bij een verstandig beheer van de visstand behoort een optimaal beheer van de kustwateren en dat betekent allereerst dat je niet moet gaan inpolderen. Maar ook industrialisatie met bijbehorende vervuiling is nadrukkelijk af te raden en datzelfde geldt voor een sterke visserij in die kustwateren. De boodschap luidt: spring er behoedzaam mee om, want al die dingen hebben onherroepelijk repercussies op de visstand in volle zee.'

Kenmerkend voorbeeld van een kustgebied als 'kraamkamer' van vis is de Waddenzee, waar ongeveer 60 procent van de schol en 30 a 40 procent van de tong wordt geboren. Inpolderingsplannen bestaan hier niet meer, maar de vervuiling is er nog altijd een levensgroot probleem. Dat blijkt bijvoorbeeld uit gegevens van de bioloog drs. D. Vethaak van Rijkswaterstaat, die in 1988 onderzoek deed naar uit- en inwendige ziektes bij bot. Na bestudering van bijna duizend exemplaren moest hij vaststellen dat aandoeningen als zweren en vinrot bij de populatie in de Waddenzee aanzienlijk meer voorkomen dan bij dezelfde soort in andere Nederlandse kustwateren. Hij noemt een factor twee tot negen.

De zweren werden vooral gevonden bij vissen in de buurt van uitwateringssluizen, die vuil van het land afvoeren. De bot wil daar graag rondzwemmen, omdat hij een sterke voorkeur heeft voor zoet water. De precieze oorzaak van de ziektes is nog onduidelijk, maar Vethaak noemt wel verschillende mogelijkheden: fluctuaties in het zoutgehalte, zuurstofgebrek, opeenhoping van vervuilende stoffen, gif afkomstig van algen en ten slotte bacterien.

Wetenschappelijk onderzoek naar platvissen, in het bijzonder de jonge dieren, begon in de jaren zestig in Amerika. Later, na 1970, verrichtte het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek (RIVO) in IJmuiden uitgebreide studies in de Zeeuwse wateren en de Waddenzee, waaruit bleek hoe belangrijk het wad is als 'kinderkamer' van schol en tong: een steekhoudend argument om dit gebied tot in lengte van dagen open te houden.

Prof.dr. J. J. Zijlstra, toen hoofd van de afdeling zeevisserij van het RIVO, was de grote stimulator van dit onderzoek en hij ging ermee door toen hij in de jaren zeventig aantrad als directeur van het NIOZ op Texel. Volgens Van der Veer heeft juist de vorig jaar overleden Zijlstra Nederland op dit gebied internationale faam bezorgd. Daarom ook zal de schriftelijke uitkomst van het symposium, bestaande uit zestig publikaties, aan hem worden opgedragen als speciale aflevering van het NIOZ-periodiek 'The Netherlands Journal of Sea Research'.

Het is verder de bedoeling internationale samenwerking tussen de platvisspecialisten van Tokio tot Mexico op gang te brengen en een informatiesysteem aanvankelijk in de vorm van een nieuwsbrief te ontwikkelen om elkaar beter en sneller van belangrijke onderzoeksresultaten op de hoogte te stellen. Over drie jaar komt er een soortgelijk congres, waarschijnlijk opnieuw bij het NIOZ op Texel. Van der Veer: 'Ons land ligt zeer goed in de markt gezien de centrale rol die wij spelen en bovendien willen alle buitenlanders een bezoek brengen aan de Waddenzee als een van de best bestudeerde getijdegebieden ter wereld.'

    • F. G. de Ruiter