VPRO-drama geeft fout beeld van Noordewier

'Het Foxhol-effect is gebaseerd op authentieke gebeurtenissen.' Zo kondigt de VPRO het tv-drama Het Foxhol-effect aan, door Mark Timmers in scene gezet naar een scenario van Alma Popeyus en Hein Schutz (zondag 25 november, 21 uur, Nederland 2).

De hoofdpersonen van het stuk, dat in het najaar van 1935 speelt, hebben destijds in de Duits-Nederlandse betrekkingen een rol gespeeld. De centrale figuur Kassander (Gerard Thoolen) is Hendrik Jan Noordewier: correspondent van de NRC in Berlijn van 1920 tot zijn dood in 1941 en van juni 1933 tot eind 1935 tegelijk medewerker van het 'Nationaal Bureau voor Documentatie over Nederland' (NBDN). Deze formeel particuliere maar in feite officieuze instelling werd opgericht en geleid door het voormalige liberale Kamerlid F. J. W. Drion (in het drama: Anton Muziek, gespeeld door Peter Oosthoek). Voor het NBDN schreef Noordewier als 'stille persattache' uitgebreide rapporten over de ontwikkelingen in nazi-Duitsland. Als 'strikt vertrouwelijk' geclassificeerd, werden die rapporten slechts door een handjevol Haagse topambtenaren en politici gelezen. Noordewier waarschuwde voor de eerst geheimgehouden, later open Duitse herbewapening, wees op de volstrekte onbetrouwbaarheid van het bewind van 'desperado's' en gaf een aantal staaltjes van gruwelijke naziterreur jegens tegenstanders en joden.

Het treatment voor het drama (het script waarin de inhoud van het stuk wordt weergegeven) doet voor de authenticiteit van 'Het Foxhol-effect' het ergste vrezen. De auteurs hebben in de historische literatuur gebladerd, maar erg nauwkeurig hebben ze niet gelezen. De chef van de afdeling diplomatieke zaken van het ministerie van buitenlandse zaken, E. N. van Kleffens heet in het script Kleffens (in het drama: Foxhol, gespeeld door Ger Thijs). De vooroorlogse Regeringspersdienst heet bij de auteurs Rijkspersdienst. Het NBDN zou 'bijna' geheel door de overheid gefinancierd zijn, terwijl het in werkelijkheid al sinds de jaren twintig voor honderd procent van subsidiering door BZ afhankelijk was. Hitlers verjaardag, lezen wij, was op 20 maart in plaats van 20 april.

Fouten

Kleine slordigheden misschien andere fouten wegen zwaarder. In de tekst van Popeyus en Schutz is sprake van 'zelfmoorden' van buitenlandse correspondenten in Berlijn' dus van het gecamoufleerd vermoorden van buitenlandse journalisten door het Hitler-bewind. De correspondenten in Berlijn werden bespied, onder druk gezet, uitgewezen, in sommige gevallen gearresteerd. De Tsjechische correspondent Ernst Popper werd zelfs dagenlang door de Gestapo vastgehouden, gemarteld en pas na interventie van het Tsjechoslowaakse gezantschap vrijgelaten Noordewier schrijft in zijn rapporten uitvoerig over deze unieke zaak. Maar de heren in het 'nieuwe Duitsland' betrachtten tegenover journalisten toch ook een bepaalde, tactisch gemotiveerde terughoudendheid. Zelfs de Duitse journalist Walter Schwerdtfeger werd in 1936 wegens het doorspelen van instructies voor Duitse bladen aan de buitenlandse pers 'slechts' tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld; men deinsde terug voor het executeren van een journalist die verraad had gepleegd, hield rekening met de reacties in het buitenland.

Ook bij de beschrijving van de Nederlandse situatie worden de feiten die als uitgangspunt voor het stuk dienen, gedramatiseerd en gemanipuleerd: 'Aan de oostgrens duiken dagelijks meer vluchtelingen op'. In 1933 weken veel Duitsers uit naar Nederland, vooral na de Judenboykott van 1 april. Maar het aantal emigranten nam daarna geleidelijk af tot november 1938. De auteurs hebben ontwikkelingen van verschillende jaren willekeurig met elkaar vermengd. Zo komt ook Van Kleffens/Foxhol die in 1939 minister van buitenlandse zaken werd en met een uitlating van april 1940 in het treatment wordt geciteerd aan een hoofdrol in het Kassander-stuk. Wanneer Kassander in de herfst van 1935 naar Nederland komt en waarschuwt tegen het gevaar van het nazibeleid, krijgt Foxhol weet van de waarschuwingen. Hij wordt een fervente tegenstander van Kassander uit vrees dat de Duits-Nederlandse betrekkkingen onder de geheime rapportage uit Berlijn zouden lijden. Pressie op het NBDN en een intrige tegen Kassander komen in het spel. Ook het Nederlandse gezantschap in Berlijn wordt bij de machinaties ingeschakeld (door de auteurs ook een keer als 'ambassade' bestempeld.

Historisch ontbreekt iedere grond voor zo'n verregaande interpretatie. Wij weten van Drions dochter, die op het kantoor van het NBDN werkte, dat Van Kleffens in de zomer van 1933 beklag bij Drion deed over een Noordewier-rapport het ging om martelingen in een concentratiekamp waaraan Van Kleffens zich ergerde. Maar woedeuitbarstingen en intriges tegen Noordewier, die in 1936 op voorstel van BZ een koninklijke onderscheiding kreeg? Zo'n voorstelling is niet een beetje fictief, maar gewoon onzin.

Ook was Noordewier geen 'Kassander'. De trekken die hij door de auteurs toebedeeld krijgt passen eerder bij een echte Nederlandse Kassander, de werkelijk tragische figuur: majoor Sas, die in 1939/40 steeds weer probeerde de Nederlandse regering over de op handen zijnde Duitse aanval in te lichten en die in Den Haag niet serieus werd genomen. Noordewier maakte zich zorgen over de ontwikkelingen in Duitsland maar was geen gedreven man. Zijn persoonlijkheid en zijn journalistieke en politieke opvattingen waren complexer dan dramatiserende tv-schrijvers zich kunnen voorstellen. Noordewier reisde wel eens naar Nederland en zocht ook Drion op. Maar wat hij ook op een reis naar Nederland deed, past helemaal niet in het simpele Kassander-beeld: hij sprak met de fanatiek-nazistische Duitse consul-generaal in Rotterdam, Windecker, over de moeilijkheden die hij ondervond bij zijn 'objectieve' berichtgeving over Duitsland van de zijde van zijn redactie. Zo probeerde hij kennelijk een wit voetje bij de Duitse autoriteiten te krijgen. Niet omdat hij sympathie met de nazi's koesterde maar waarschijnlijk om zijn eigen positie in Berlijn te verstevigen en zich van de redactie die daar als deutschfeindlich gold, te distantieren.

Fantasie

Op 'authentieke gebeurtenissen' is Het Foxhol-effect niet gebaseerd wel op de fantasie van auteurs die de geschiedenis als grabbelton gebruiken. Iets wat in het geheel niet nodig zou zijn geweest. De gang van zaken in die jaren, het angstvallige beleid, de gezapigheid heeft een geheel ander soort dramatische kwaliteit dan dit stuk doet vermoeden. Het eigenlijke drama was dat het vluchtelingenbeleid restrictiever werd hoewel er niet 'dagelijks meer vluchtelingen' kwamen. Het flegma en de gezapigheid waren zo groot dat niemand het nodig heeft geacht van de rapporten en de waarschuwingen een drama te maken, laat staat in te grijpen om Noordewier uit te schakelen of het NBDN om politieke redenen op te heffen. Het Bureau van Drion verdween 'not with a bang but with a whisper': men moest bezuinigen, en de sinds begin 1934 werkende Regeringspersdienst kon het werk van het NBDN best overnemen. Het verband dat de auteurs in hun script suggereren tussen de woede van Foxhol/Van Kleffens en het opdoeken van het NBDN is verzonnen. En een zin als: ' Eind 1935, het jaar met de hoogste werkloosheid en de grootste NSB verkiezingsoverwinning, werd de (!) NBDN opgeheven' is tendentieus.

Het is natuurlijk legitiem om voor een tv-spel of film zaken, figuren en gebeurtenissen te verzinnen, maar ze moeten waarschijnlijk, historisch 'mogelijk' zijn. Dat zoiets kan, heeft bijvoorbeeld de film Georg Elser over de aanslag op Hitler in 1939 bewezen (regie: Istvan Szabo, Klaus Maria Brandauer speelt Elser). Het is typerend dat die film eindigt met een authentieke uitspraak van Elser tijdens zijn verhoor door de politie. De vertrouwelijke berichtgeving van Kassander eindigt in 'Het Foxhol-effect' daarentegen met een verzonnen citaat dat niet alleen niet van Noordewier afkomstig is en in het geheel niet bij zijn stijl past, maar evenmin van een type als Noordewier afkomstig kan zijn terwijl er bijna tweehonderd pagina's authentieke en geenszins minder dramatische rapporten van de NRC/NBDN-correspondent toegankelijk zijn.

    • Paul Stoop