Verzetsgroep los van geheim NAVO-netwerk

DEN HAAG, 22 nov. De geheime verzetsorganisatie voor acties tijdens bezetting maakt geen deel uit van een NAVO-netwerk. Wel wordt binnen de NAVO overleg gevoerd en informatie uitgewisseld, onder meer over communicatieapparatuur.

Nederland zag er in het verleden niets in de groep uit te breiden voor grootschalige sabotage, zoals door sommige andere NAVO-landen werd bepleit en doorgevoerd. De groep heeft de beschikking over lichte wapens en springstoffen voor kleine sabotage-acties.

Dat antwoordde premier Lubbers gistermiddag in de Tweede Kamer op vragen tijdens een debat over maatregelen in bezettingstijd, dat was aangevraagd door Groen Links en de PvdA. De Nederlandse organisatie wordt tegen het licht gehouden en afgeslankt, volgens Lubbers. Hij zal de Kamer daarvan op de hoogte houden.

De groep kan beschikken over communicatie-apparatuur, lichte wapens en springstoffen die nu in een bewaakt depot zijn opgeslagen, aldus Lubbers. In 1983, na vondsten in bossen in Limburg en Gelderland, heeft de regering besloten geheime opslagplaatsen in voor het publiek toegankelijk terrein op te heffen.

Grootschalige sabotage-activiteiten zoals het opblazen van bruggen worden niet door deze organisatie voorbereid. Wel moet zij kluizen kunnen openbreken en bevokingsregisters kunnen vernietigen. De groep, door de Kamerleden aangeduid als Operatien en Inlichtingen ('O en I'), verzamelt geen inlichtingen in vredestijd. Daardoor zou de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden overtreden.

'Het gaat erom', aldus Lubbers, 'tijdens de bezetting gegevens te verzamelen en door te sturen vanuit bezet gebied.' Lubbers ontkende dat particuliere financiering voor O en I beschikbaar was. Hij wil wel nagaan of voor bepaalde 'cover-up activiteiten' gebruik is gemaakt van beperkte financiering door particulieren.

De regering wil zich herbezinnen op de geheime organisatie nu deze week het einde van de Koude Oorlog is bezegeld met de ondertekening van een verdrag over het terugbrengen van de conventionele strijdkrachten in Europa.

De 'onwenselijke geruchtenvorming' naar aanleiding van onthullingen over geheime organisaties elders heeft de openbaarmaking van activiteiten van O en I in Nederland beinvloed. Maar daar mag, volgens premier Lubbers, niet de conclusie aan worden verbonden dat opeenvolgende premiers en ministers van defensie (meer dan dertig) verkeerd gehandeld zouden hebben door de activiteiten geheim te houden. Het was nodig en juist, aldus Lubbers.

De premier kent de namen van de medewerkers van de organisatie niet, maar heeft alle vertrouwen in de leiding. 'Het zijn goede Nederlanders', aldus Lubbers. Het Kamerlid Beckers (Groen Links) vroeg zich af hoe de premier politieke verantwoordelijkheid kan dragen voor deze geheime organisatie als hij niet eens weet wie er voor werken. De premier antwoordde, mede namens minister Ter Beek (defensie), dat hij wist wie de leiding had en dat dat voor hem voldoende was. Lijsten met namen zijn hoogst gevaarlijk, zo zei hij. Ten tijde van bezetting zijn er nu eenmaal andere regels. 'Dan geldt het spiegelbeeld van de normale situatie in een democratie'.

Beckers diende twee moties in, waarin om opheffing van de geheime organisatie wordt gevraagd en om een parlementaire enquete over ontstaan, werkwijze en controle op de geheime organisatie voor activiteiten in bezettingstijd. Alle andere fracties waren tevreden over de opening van zaken die Lubbers 'tengevolge van een geruchtenstroom uit het buitenland' gaf.

Na vertrouwelijke mededelingen van de regering in de vaste commissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer over de herinrichting van O en I, waarbij de geheime organisatie zal worden teruggebracht tot een 'rudimentaire vorm', zal een nieuw openbaar debat in de Tweede Kamer volgen.